Al het geld is weg

Filmproducent Laurens Geels vereffende zijn schulden jarenlang met de miljoenen die hij binnenhaalde voor nieuwe films. Maar nadat een paar films flopten, werd zijn faillissement onafwendbaar.

In een hotel in de buurt van Utrecht wacht een paar honderd mensen morgen een flinke teleurstelling. Ze investeerden stuk voor stuk duizenden euro's in films die de wereld zouden veroveren. Ze brachten bij wijze van spreken hun smoking al naar de stomerij voor de speciale première die was beloofd. Ze rekenden zich rijk met de winsten die hun in glansfolders waren voorgespiegeld. Maar twee van de drie films zijn nooit gemaakt en toch is het geld op. Morgen zullen ze van hun banken horen dat ze een schadevergoeding krijgen. De beloofde rendementen zijn er nooit gekomen.

Hoe had producent Laurens Geels het ook weer gezegd bij net zo'n vergadering op 30 juli vorig jaar? ,,Verkoop over de hele wereld is in volle gang. Het is een succes in de Verenigde Staten en ook in de pers doet de film het goed.'' Hij had het over Resistance, de duurste in Nederland geproduceerde film ooit, die datzelfde voorjaar al was afgekraakt in de pers, die was geflopt in Nederland (6.000 betalende bezoekers) en die helemaal nergens ter wereld werd verkocht.

Inmiddels is duidelijk dat in Geels' bedrijf First Floor Features miljoenen euro van particuliere investeerders is verdwenen ondanks de met veel garanties omgeven financiële constructie van die investering. De vraag is: hoe en waarheen?

De bankiers die morgen door het stof moeten voor hun cliënten, kwamen op 30 oktober vorig jaar bijeen om van Geels antwoord te krijgen op diezelfde vragen. Tijdens deze vergadering in het kantoor van de Nederlandse Investeringsbank in Den Haag, zegt Laurens Geels nu in een gesprek met NRC Handelsblad, heeft hij de aanwezigen – hoge vertegenwoordigers van drie banken, een beleggingsmaatschappij en een adviesbureau, plus de juridische adviseurs van al deze instellingen – verteld hoe erg hij het vond dat hij van hun geld niet de beloofde films had gemaakt.

Een van de aanwezige bankiers kan zich weinig deemoed herinneren. ,,Geels kwam iets presenteren, geen verantwoording afleggen.'' Hij sprak volgens die bankier over economische tegenwind, over een deal die niet doorging, een ster die had afgezegd. Geels zegt met nadruk dat hij zichzelf niet heeft verrijkt. En een adviseur die hem vergezelt heeft voorgerekend dat Geels aan een miljoen euro genoeg heeft om een van de afgesproken films af te maken, The Agent. ,,We kunnen zó beginnen'', zegt Geels. ,,Het ging allemaal geweldig als we hem zo hoorden'', zegt de bankier.

Echt lang duurt de bijeenkomst niet. We zullen ernaar kijken, beloven de bankiers en als bankiers dat zeggen, bedoelen ze: vergeet het maar. De volgende dag geven onder meer NIB Capital, Van Lanschot, Staal Bankiers en Van der Hoop het accountantsbureau Deloitte & Touche opdracht tot een onderzoek naar de gang van zaken bij First Floor. Een week later brengen ze hun klanten op de hoogte. Een persbericht van de banken van 7 november, over de financiële problemen van First Floor, bezegelt het lot van Laurens Geels.

,,Laurens is hoogmoedig geweest'', zegt Pieter Klapwijk, financier en goede kennis van Geels. ,,Hij heeft gegokt en verloren.'' Gegokt en verloren, met andermans geld.

In 1986 dendert Laurens Geels de Nederlandse filmwereld binnen als producent van Abel (van Alex van Warmerdam) en Flodder (van Dick Maas), films die samen goed zijn voor maar liefst 2,4 miljoen bezoekers. Op het krediet van dat succes zet hij een filmbedrijf op – eerst in Almere, later in Amsterdam – en gaat hij samen met Dick Maas in een voor Nederlandse begrippen zeer hoog tempo films produceren. Zo ontstaat een begin van continuïteit in de Nederlandse filmindustrie. Voor technici is er altijd werk bij Geels, voor filmbedrijven zijn er altijd contracten te halen.

Het hoogtepunt van zijn roem beleeft Geels in 1998. De door First Floor geproduceerde Bordewijk-verfilming Karakter van regisseur Mike van Diem krijgt de Oscar voor de beste buitenlandse film. Datzelfde jaar speldt staatssecretaris Rick van der Ploeg (Cultuur) Laurens Geels en Dick Maas een ridderorde op en prijst hen als `schoolvoorbeeld van cultureel ondernemerschap'.

Laurens Geels is groot, groter, grootst. Er kan altijd meer en het mag altijd duurder, zeggen mensen die met hem hebben gewerkt. Hij laat graag merken hoe belangrijk hij is. Kan terloops laten vallen dat hij bevriend is met Kate Winslett. En de Nederlander die naar Hollywood gaat, moet daar altijd even een paar mensen de groeten van `Lawrence' doen. In de Nederlandse filmwereld geldt Geels, de grote, imposante man, als een charmante schurk met een grote mond. Hij weet het altijd beter, bluft graag.

Na Karakter richt First Floor Features zich op Engelstalige producties. Volgens Geels valt daarmee goed geld te verdienen doordat met name tv-stations bereid zijn enorme bedragen neer te tellen voor ,,middle of the road, Engelstalige films''. Paul van Leeuwen, de productie-accountant van First Floor zag het als een strategische keuze: ,,Minder afhankelijk van subsidies, meer toegang tot commerciële leningen met harde voorwaarden die bij internationale filmproducties horen.''

Eind jaren negentig wordt door een verandering in het Nederlandse filmbeleid een nieuwe geldbron voor filmproducenten gecreëerd. Particuliere investeerders krijgen vanaf 1999 volledige belastingaftrek voor het geld dat zij steken in commanditaire vennootschappen (cv's) die films produceren. De film-cv is een beleggingsproduct, zoals financieel adviseurs het noemen, een veilige manier om spaargeld rendabel te maken dankzij fiscale aftrekmogelijkheden.

Een van de eersten die doorheeft dat de film-cv neerkomt op zowat gratis geld verdienen op kosten van de schatkist is Frank Thies. Samen met Joost Scholten (55 procent) en NIB Capital (35 procent) is Thies (10 procent) eigenaar van InnoCap, gespecialiseerd in fiscaal gedreven constructies met schepen, gebouwen, windmolenparken en treinen. In 1999, het eerste jaar dat de cv-regeling van kracht is, benadert InnoCap banken met het voorstel hun cliënten in cv's te laten participeren. De bank regelt de particuliere investeerders, InnoCap de films. Op die manier, in samenwerking met verschillende financiële partijen, arrangeert InnoCap vier van de tien rondgekomen cv's in 1999, voor films als De vriendschap en Ik ook van jou.

Deze deals stuwen Thies, dan nog geen 35 jaar oud, op in de Nederlandse filmwereld. Op premières wordt hij altijd opvallend onopvallend aangesproken door producenten met mooie plannen. Thies geniet ervan. Hij gaat naar het filmfestival van Cannes, laat een stoppelbaard staan, rookt dikke sigaren, noemt zichzelf ineens producent en laat zich ook als zodanig bij verschillende films op de titelrol vermelden.

Tot degenen die met Thies gaan werken, behoort Laurens Geels. Tot wederzijds genoegen kennelijk, want vanaf 2000, zegt Thies begin dit jaar tegen de onderzoekers van Deloitte & Touche, besluit hij alleen nog cv's te arrangeren voor films die worden gemaakt door First Floor. Laurens Geels is aangekomen bij het grote geld.

Een van de eerste dingen die Karin de Boer, uitvoerend producent van First Floor, opvallen als ze in september 2001 begint aan de voorbereidingen voor de film Resistance, is het verschil tussen bedrijven die vaker met First Floor hebben gewerkt en bedrijven die voor het eerst meewerken. De bedrijven die Geels al kennen, laten allemaal in hun contract een strikte betalingstermijn opnemen. `Binnen 3 weken te voldoen.' Degenen die Geels nog niet kennen, worden volgens De Boer vanaf de tweede helft van de productie ,,niet, later of slechts gedeeltelijk'' betaald.

,,Laurens had zo zijn eigen termijnen van betalen'', zegt Paul van Leeuwen, First Floor's productie-accountant. Hij ziet het ook als typisch Nederlands; crediteuren en debiteuren zijn wederzijds laks met de rekeningen. In de filmcultuur is dat niet anders.

Als Laurens Geels in Engeland of Duitsland producent was geweest, zegt Paul van Leeuwen, had de betalingsmoraal daar hem gered. Iedereen in de Nederlandse filmwereld wéét dat First Floor de rekeningen laat betaalt, maar iedereen weet ook dat bij First Floor altijd werk valt te doen. Van Leeuwen: ,,Als Laurens een nieuwe productie op stapel had staan, kwamen de telefoontjes binnen. Iedereen wist dan: hé, er is weer geld bij First Floor.''

Het financieringsmodel van Laurens Geels komt erop neer dat met het geld voor een nieuwe film eerst de oude schuldeisers worden betaald. Met het geld voor de volgende film kan een deel van de kosten voor de huidige film worden gefinancierd. Van Leeuwen: ,,Dat is geen probleem zolang er regelmatig geld blijft binnenkomen. Het wordt een acuut probleem als in de kasstroom een gat valt.''

In 1999 zet Geels zijn eerste cv-film op, Down, samen met Frank Thies en InnoCap. De cv-miljoenen verhogen de inzet, de kansen én de risico's voor de producent. Down is de Engelstalige remake van De lift, de succesrijke debuutfilm van Geels' compagnon Dick Maas. Het budget, 33 miljoen gulden, is verreweg het grootste waarmee First Floor tot dan toe heeft gewerkt.

In Nederland trekt Down, na de première op 6 september 2001, niet meer dan 55.000 bezoekers. En op de Amerikaanse markt, die Geels en Maas hoopten te veroveren, zit, na de aanslagen van 11 september, geen distributeur te wachten op een film over een lift die rampen aanricht in een gebouw van 102 verdiepingen in New York. Ook Maas' eerdere film, Do not disturb (1999) was geflopt. Het geldt voor de meeste Engelstalige cv-films; in Nederland is er geen echte markt voor en internationaal gezien gaan er zo dertien in een dozijn.

In najaar 2001 heeft Laurens Geels dus al bijna vier jaar lang geen succesvolle film meer afgeleverd. Down heeft door een budgetoverschrijding een tekort van 5 miljoen gulden achtergelaten. ,,Ten opzichte van de prognose en de begroting ontstonden tegenvallers waar ik niet op gerekend had'', zegt Geels. ,,Wanneer je eerst een miljoen tekort komt, kom je al snel op anderhalf miljoen zolang je bedrijfsvoering doorgaat en er geen inkomsten zijn.'' Dat jaar, zegt Geels, beginnen de problemen en beginnen de praktijken die het bedrijf fataal worden.

Geels zelf noemt het cashflow management: ,,Je haalt even wat uit de kas en je denkt, dat leg ik volgende week weer terug als ik een goede deal heb gemaakt. Er was altijd wel een miljoen dat eraan zat te komen. Morgen komt de zilvervloot.''

In deze periode begint First Floor met de productie van Resistance. Er spelen internationale sterren in mee als Julia Ormond en Bill Paxton. Begin december 2000 is 35,6 miljoen gulden opgehaald aan participaties van particuliere investeerders. Het bedrag – minus zo'n 10 procent aan fees voor de betrokken financiële partijen en de juristen en fiscalisten – wordt gestort op een geblokkeerde rekening bij ABN Amro.

De filmproducent krijgt grote bedragen op rekeningen op zijn naam, maar kan er niet eigenmachtig over beschikken. Dat is een van de garanties die in de cv-constructie zijn opgenomen om de tandartsen, apothekers en pensionado's ervan te verzekeren dat hun geld daadwerkelijk wordt gebruikt om de in het prospectus beloofde film te maken. Toch is geld dat is bestemd voor Resistance aangewend om oude schulden en kosten voor zijn bedrijf te betalen, erkent Geels. Hoe is Geels bij het geblokkeerde geld gekomen?

De belangrijkste garantie voor de cv-beleggers is de completion bond. Die wordt afgegeven door de completion guarantor. Die garandeert dat de film binnen het budget blijft en binnen de afgesproken tijd wordt gemaakt. Alleen met de handtekening van de completion guarantor mag geld van de rekening worden gehaald en die maakt alleen geld over dat aantoonbaar is bestemd voor uitgaven voor de film. Dan is er nog de minimale opbrengstgarantie, die de participanten verzekert dat zij het grootste deel van hun ingelegde geld hoe dan ook terugkrijgen.

In het geval van Resistance hangt zoals gebruikelijk de minimaal gegarandeerde opbrengst op een contract van First Floor met een partij die verklaart de film voor een bepaald bedrag te kunnen verkopen. Dat is in dit geval de Amerikaanse Kathy Morgan. Met dat contract als zekerheid geeft ABN Amro vervolgens een bankgarantie af voor een bedrag van 2,9 miljoen euro, dat op een garantierekening moet komen. Tot zover het prospectus.

Kathy Morgan blijkt Resistance echter niet voor dat bedrag te kunnen verkopen en nu komt Geels in de problemen. Van het complete bedrag dat is opgehaald is 2,9 miljoen euro op de dag van de `closing' opzijgezet op een garantierekening. Dat geld is bestemd om de participanten een minimale opbrengst te garanderen als de film af is en onverhoopt flopt. Maar Geels kan die 2,9 miljoen niet missen uit het budget voor de film. ABN Amro geeft een bankgarantie af zodra de garantierekening is volgestort en zo kan Geels over die 2,9 miljoen euro beschikken.

Daartoe wordt het bedrag in twee boekingen overgeschreven naar een niet-geblokkeerde rekening van First Floor. Na de laatste boeking – op 30 januari 2002 – is de rekening leeg en is de opbrengstgarantie `niet meer aanwezig', zoals ABN Amro het later fijntjes zal uitdrukken. Als Geels dat bedrag niet ergens uit verkoop van de film kan terugverdienen, krijgen de participanten hun in de prospectus beloofde minimale rendement niet uitgekeerd. Geels noemt het zelf een `dilemma'. Hij beseft dat hij een gok neemt en het risico voor de participanten laat, maar zegt hij: ,,Ik had dat bedrag nodig om het productiebudget rond te krijgen. Dat was ook in het belang van de participanten.'' Als de film niet wordt afgemaakt, krijgen zij hoe dan ook niets.

Van de niet-geblokkeerde rekening bij First Floor gaat het geld inderdaad voor een deel naar Resistance maar ook naar andere posten.

Het gat van Resistance wordt deels gedicht met het geld voor de volgende film-cv van Thies en Geels, voor de film Views & Sounds. In december 2001 is daarvoor 5,6 miljoen euro opgehaald. Wat het voor Geels makkelijker maakt dan eerst, is dat er dit keer geen completion guarantor bestaat aan wie hij toestemming moet vragen. In het prospectus en in het finale contract wordt gemeld dat Film Finances een intentieverklaring heeft afgegeven. Dat klopt, zegt James Shirras van Film Finances Londen. Alleen: ,,In die intentieverklaring van ons wordt een hele lijst voorwaarden genoemd waaraan moet zijn voldaan; in het geval van Views & Sounds en The Agent was dat niet het geval'', aldus Shirras. Hij vraagt zich af of het verstandig is van degenen die de laatste contracten tekenen, om op zulke voorwaardelijk briefjes een garantieconstructie te bouwen.

Er is in elk geval nooit een completion bond afgegeven – dat gebeurt in de regel pas vlak voor of tijdens de opnamen en die zijn voor Views & Sounds nooit gemaakt – en Film Finances houdt feitelijk ook geen toezicht op de geblokkeerde productierekening van Views & Sounds bij ABN Amro. Daarvoor zijn alleen Geels en Thies tekenbevoegd, zodat ze naar eigen goeddunken over het geld kunnen beschikken.

Het bedrag van 2,9 miljoen euro op de garantierekening valt ook snel vrij, namelijk al op 18 december 2001, de dag van de oprichting van de film-cv. First Floor heeft een `letter of credit' afgegeven voor dat bedrag, waarmee het bedrijf van Geels de garantie overneemt van ABN Amro.

Was First Floor financieel sterk genoeg om zo'n garantie te kunnen afgeven? ,,De beherend vennoot vond van wel'', zegt Geels. Ook deze vrijmaking is volgens Geels gebeurd door het hele syndicaat ,,op of rond de closing''.

Merkwaardig genoeg schrijft ABN Amro bijna een jaar later – op 25 november 2002 – een brief aan de beherend vennoot, gevestigd op het adres van InnoCap in Den Haag. De bank zegt dat Geels (`cliënt') heeft gezegd dat de garantie kan vervallen en informeert of dat in orde is. ,,Heel vreemd'', vindt Geels, ,,want die garantie wás al lang vervallen. Ik kan me niet herinneren contact te hebben gehad met ABN Amro.

Op 14 januari 2003 arriveert bij ABN Amro een antwoord `namens de beherend vennoot, Nederlands Filmbeheer X'. Het is de bevestiging dat ABN Amro aan het verzoek van zijn cliënt Geels mag voldoen en dat de bank is ontslagen van de verplichtingen die uit de garantie voortvloeien. Het briefje is ondertekend door Laurens Geels.

Geels zegt dat hij het briefje voor het eerst heeft gezien toen een onderzoeker van Deloitte & Touche het hem in kopie voorhield. Hij bestrijdt niet dat het zijn handtekening is, wel dat dit briefje van hem komt. ,,De persoon Geels was helemaal niet in de positie om zo'n briefje te ondertekenen en waarom zou InnoCap dat ook aan mij doorsturen?''

Frank Thies zegt tegen de onderzoekers van Deloitte & Touche dat het briefje van ABN Amro ,,zal doorgestuurd zijn aan Geels''. InnoCap heeft volgens hem ,,geen enkele bemoeienis'' gehad bij de afhandeling van de brief.

Wat de toedracht ook is geweest, de gelden gaan vanuit First Floor naar schulden en onkosten en niet naar de film. Views & Sounds komt nooit verder dan het stadium van een scenario.

Het volgende jaar introduceren Geels en Thies weer een cv, ditmaal voor de film The Agent, waarvoor in december 2002 zo'n 2,6 miljoen euro wordt opgehaald. Ook hier ontbreekt feitelijk de in het prospectus vermelde completion bond. InnoCap heeft geen bemoeienis met deze cv, de bank Van der Hoop is beherend vennoot. Voor de rekeningen voor The Agent hoeft maar één persoon zijn handtekening te zetten en dat is Laurens Geels. Met het geld gebeurt hetzelfde als bij Views & Sounds, het verdwijnt in zijn eigen bedrijf, First Floor.

Het grote raadsel voor de betrokken banken is nu: hoe zijn de veiligheidssloten van de cv-kluizen geopend?

,,Ik heb fouten gemaakt'', zegt Geels over het schuiven met de cv-gelden binnen First Floor. Maar hij onderstreept dat het geld via ,,correct afgewikkelde trajecten'' van de geblokkeerde cv-rekening ,,op legitieme wijze'' is terechtgekomen op een First-Floorrekening. Hij kon daar vrijelijk over beschikken. ,,Ik voel me verantwoordelijk, maar niet het meest verantwoordelijk. De verantwoordelijkheid lag bij alle partijen die aan tafel zaten op het moment van de `closing' van de film-cv's. Ik tekende de stukken die daar aan tafel rondgingen.'' In gesprekken die Frank Thies begin dit jaar met de onderzoekers van Deloitte & Touche heeft gevoerd verwijst ook hij naar de experts die de cv's formeel hebben opgezet.

Deze `closings' hebben plaatsgehad op de advocatenkantoren Nauta Dutilh en Stibbe. In de prospectussen staan daarnaast namen als KPMG Meijburg, Holland van Gijzen, Ernst & Young, met indrukwekkende declaraties. Zo heeft de cv voor The Agent 530.000 euro betaald aan advieskosten, een vijfde van het opgehaalde geld. De juridische, fiscale en boekhoudkundige experts hebben feitelijk getekend voor de veiligheid van de investeringen. Maar wat is daarvan de waarde?

De machtsverhouding bij de cv's tussen enerzijds de beleggers – de commandieten en hun banken – en anderzijds producent First Floor staan beschreven in de verschillende prospectussen onder het kopje `beherend vennoot'. De beherend vennoot ziet namens alle betrokken partijen toe op de uitvoering van de productie en houdt de participanten met nieuwsbrieven op de hoogte. InnoCap was bij Resistance zowel arrangeur als beherend vennoot (met Thies als bestuursvoorzitter), en bij Views & Sounds arrangeur en medebestuurder. Frank Thies hield dus toezicht op producent Geels.

Laurens Geels, in het prospectus formeel `Co-Producent', zat ook in het bestuur van de beherend vennoot van de Resistance-cv en was nog dominanter aanwezig in de besturen van de beherend vennoten van Views & Sounds en vooral The Agent. Dat moest van de belastingdienst, zegt Geels. Die eist ,,aanwezigheid van branchekennis in de Beherend Vennootschap.'' Bij andere cv's is ervoor gekozen om die `branchekennis' te laten vertegenwoordigen door een onafhankelijke derde partij.

In de praktijk, voegt Geels eraan toe, ,,besteedde de beherend vennoot veel werkzaamheden weer uit aan een administrateur''. Dat doet niets af aan de macht van Geels. In het prospectus van de Agent-cv heeft de jurist in dit verband laten opnemen: ,,Dit [de zeggenschap van de Co-Producent bij de beherend vennoot] zou in theorie invloed kunnen hebben op de met de Co-Producent [First Floor] en/of de Internationale Distributeur [First Floor] te maken afspraken.'' De juridische adviseur erkent hiermee dat producent Geels in feite zaken doet met zichzelf, maar hij heeft het bij deze constatering gelaten.

Thies en Geels hebben dus beiden veel macht gehad. Hun namen duiken ook op cruciale plekken in de boekhouding op. InnoCap heeft de cv-rekeningen geopend bij het filiaal van ABN Amro in Hilversum. Thies en Geels blijken tekenbevoegd op de garantierekening voor Resistance, samen met vertegenwoordigers van Film Finances. Voor de productierekening voor Views & Sounds zijn Thies en Geels tekenbevoegd. Op de garantierekening voor Views & Sounds zijn beiden bevoegd, tezamen met vertegenwoordigers van Film Finances; dat is merkwaardig omdat dit bedrijf geen completion guarantor was voor Views & Sounds. Op de rekeningen van The Agent is Geels alleen tekenbevoegd.

De handtekeningen van Geels en Thies staan op belangrijke transacties. Zo staat die van Geels op de `letter of credit' waarmee de garantiegelden voor Views & Sounds vrijkwamen. Maar, zegt Geels daarover, ,,dat deed ik in overleg met functionarissen van de beherend vennoot''. Verschillende bronnen bevestigen dat hij daarmee Thies bedoelt. Thies heeft op zijn beurt verklaard dat Geels alle feitelijke zaken afhandelde en dat hij ,,geen enkele wetenschap [heeft] gehad van het schuiven met gelden of van problemen bij First Floor Features als gevolg van het handelen van de heer Geels''.

Hoe de rolverdeling tussen Thies en Geels precies is geweest, is moeilijk te achterhalen. Mensen die Geels kennen, achten het uitgesloten dat hij zich door anderen heeft laten sturen. In elk gesprek over Laurens Geels komt een moment dat de geïnterviewde vraagt: ,,Je kent Laurens?'' En dan volgt een psychologisch schetsje dat erop neerkomt dat Geels hetzij charismatisch, hetzij megalomaan is - al naar gelang de mate van sympathie die de spreker voor hem voelt. Overdonderend, arrogant, pedant, overtuigend, brutaal, dat zijn de kwalificaties.

In de loop van 2002 worden de kastekorten van First Floor nijpender en gaat Geels op zoek naar nieuwe financiers. Hij vindt onder meer Pieter Klapwijk, een `financieel onafhankelijke' investeerder. In het najaar van 2002 vraagt Joris Lensink, dan nog advocaat van Geels, Klapwijk om te helpen. Klapwijk kent Lensink zakelijk en heeft samen met hem gezeten in het bestuur van een basisschool in Amsterdam-Zuid. Klapwijk leent Geels 1,5 miljoen euro. Als zekerheid voor de terugbetaling krijgt hij de rechten van enkele films, waaronder die van Scent of books die First Floor zou produceren met de Argentijnse regisseur Alejandro Agresti.

,,Die anderhalf miljoen van mij was bestemd om een gat te vullen in de cv-productie Tom & Thomas, van waaruit weer geld was gesluisd naar Resistance. Daar waren Lensink en Geels open over'', zegt Klapwijk. ,,Met dat geld moest een hobbel worden genomen en dan kwam alles weer in orde. Het moest allemaal heel snel.'' De deal wordt beklonken in december 2002, kort voordat het geld voor de laatste cv-film – The Agent – wordt opgehaald. En kort voordat de productie van het veelbelovende Scent of Books wordt stilgelegd door geldgebrek.

In mei 2003, kort na de flop van Resistance, verkoopt Geels zijn huis aan de Keizersgracht in Amsterdam. Met de overwinst van 800.000 euro die hij daarbij maakt betaalt hij door Klapwijk voorgeschoten bedrijfskosten af. Hij koestert hoop op een contract met een Japans filmbedrijf voor de distributie van Resistance, maar die ketst af: ,,Die deal had niet alles opgelost, maar we hadden wel een paar problemen minder gehad.''

Intussen is First Floor begonnen met de pre-productie van The Agent. Beoogd regisseur Kenneth Hope heeft er een ander project voor afgezegd, omdat Geels hem voorhoudt dat de financiering `voor 95 procent rond' is. ,,En dat wil een regisseur graag horen'', zegt Hope. Dat de financiering bijna rond is, zegt Karin de Boer, zal Laurens Geels blijven volhouden van mei tot oktober. Elke week is het geld er volgende week. En elke week zegt Geels tegen het productieteam van The Agent dat ze voorlopig `voorzichtig aan' moeten werken en zo min mogelijk geld moeten uitgeven.

Wat Kenneth Hope echt vreemd vindt, is dat hij nooit wordt opgeroepen door de completion guarantor. ,,Normaal gesproken word je aan het begin van een filmproductie ontboden voor een lichamelijk en psychologisch onderzoek. Ze stellen wat vragen over het scenario. Hoeveel rollen film je denkt nodig te hebben, hoe je bepaalde scènes wilt aanpakken.''

Hope heeft nooit een contract getekend. ,,Ik heb in april of mei wel een voorstel naar Laurens gestuurd. Ik wilde 150.000 euro voor de film – daar ben je ongeveer een jaar mee bezig. Dat kon niet, zei Laurens. Hij bood 100.000 euro. Het geld heb ik nooit gekregen.'' Paul van Leeuwen: ,,Kenneth Hope heeft kennelijk nooit een rekening gestuurd.''

Karin de Boer heeft wel eens gedacht dat Laurens Geels The Agent nooit heeft willen maken. Dat het een spookfilm was, bedoeld om de financiers en schuldeisers te laten zien dat alles nog marcheerde bij First Floor. Keeping up appearances. Onzin, zegt Paul van Leeuwen: ,,Natuurlijk wilde Laurens The Agent wel maken. Hij moest wel. Hij had het geld ervoor al uitgegeven.''

De hele zomer zitten Karin de Boer en Kenneth Hope te werken aan de film. De Boer is naar Spanje geweest om locaties te zoeken. Ze maakt video-opnamen van een parkeergarage en een goudmijn en laat die in Amsterdam aan Geels zien. `Prachtig', zegt hij haar. `Ik zie de film voor me.'

Geels vestigt intussen zijn hoop op de film Un mundo menos peor, van Agresti, een volgens Geels ,,extreem getalenteerd filmmaker''. Met een Spaanse producent wordt gesproken over coproductie en dat biedt weer perspectief. Op verzoek van Geels stort Klapwijk zo'n 400.000 euro zodat Un Mundo kan worden gedraaid in Argentinië.

De Boer en Hope krijgen Geels in 2003 nauwelijks te zien. ,,Ik had soms het idee dat ik probeerde audiëntie te krijgen bij de paus'', zegt Kenneth Hope. En als Geels er wel was, was hij gehaast. Kenneth Hope vraagt hem of hij Antonie Kamerling kan vragen voor een rol. ,,Yeah great, moet je doen'', antwoordt Geels, bijna in het voorbijlopen.

Karin de Boer gaat in Spanje op zoek naar een hoofdrolspeelster en vindt Natalia Verbeke. Hope is enthousiast, Geels een stuk minder. ,,Natalia werd niet ge-greenligthed door de Spaanse distributeur die interesse had voor de film'', zegt hij. ,,Paz Vega was ook in beeld en die was na Lucía y el sexo veel bekender.''

Toch mag De Boer proberen tot overeenstemming te komen. Verbeke is geïnteresseerd, maar er komt geen finale afspraak, volgens De Boer omdat Geels voortdurend afhoudt. Verbeke zegt half september af voor The Agent. De Boer en Hope melden dit aan Geels, die in woede ontsteekt. `Die bastards in Spanje! I raised the money on Natalia!' Kenneth Hope kan zich dat niet voorstellen: ,,Natalia Verbeke is een goede actrice, maar niet zo belangrijk dat ze de financiële doorslag voor een hele film kan geven.'' Karin de Boer zet niettemin alles op alles om Verbeke alsnog te strikken.

Intussen probeert financier Pieter Klapwijk al enige dagen Geels te pakken te krijgen, om een beeld te krijgen van de voortgang van Un Mundo. Dat lukt pas op maandag 22 september. Geels zit dan in Frankrijk en vertelt Klapwijk dat de beoogde Spaanse coproducent op omvallen staat. ,,Aan de telefoon was Laurens heel emotioneel, hij huilde, zag het niet meer zitten. Dit was een gebroken man'', zegt Klapwijk. Geels erkent: ,,Toen had ik het wel even moeilijk, ja.''

Voor de buitenwereld houdt Geels de schijn nog op. Met zijn toestemming vliegen Karin de Boer en Kenneth Hope op zaterdag 27 september naar Madrid voor de definitieve casting voor The Agent. Als ze op maandag 29 september op kantoor komen, blijken leveranciers niet te zijn betaald. Geels belooft een snelle oplossing: `Morgen heb ik een gesprek bij de bank; woensdag is het rond.' Maar woensdag komt Geels pas heel laat op kantoor en beveelt dan in een vergadering met onder meer Paul van Leeuwen en Karin de Boer: `Zet iedereen maar on hold.' Dat wil zeggen dat de productie wordt stilgezet maar nog niet afgeblazen. Geels houdt vol dat hij nog altijd met de banken in gesprek is over een oplossing.

Zondag 5 oktober krijgt Karin de Boer een telefoontje: Natalia Verbeke wil toch meedoen. ,,Ik heb Laurens gebeld en die zei dat hij meteen zijn financiers ging bellen.'' Maar de volgende namiddag zitten Karin de Boer en Kenneth Hope besluiteloos op kantoor. Ze wandelen naar de kantine, in de hoop dat daar iemand is met wie ze kunnen overleggen en vinden daar tot hun verbazing Laurens Geels. Kenneth Hope spreekt hem aan: ,,Laurens, wat is de bottomline?'' Volgens Hope en De Boer reageert Geels als door een horzel gestoken. Wie denken ze wel dat ze voor zich hebben? Natuurlijk komt het goed.

Toch blijven ze samen praten tot ver in de avond en dan komt Geels tot een slotsom volgens Hope en De Boer. ,,Verbeke is te laat, de financiers hebben hun geld al in andere films gestoken. Het spijt me, het is voorbij.'' Om elf uur die avond verlaten ze gezamenlijk het gebouw, Geels' assistent haalt de auto en Geels zegt tegen zijn regisseur: ,,Ken, you're a nice person.'' ,,Ik denk dat hij het wel kon waarderen dat ik niet was gaan gillen'', zegt Hope.

Die vrijdag belt Pieter Klapwijk met een oude kennis die goed thuis is in de financiële wereld. ,,Ik heb hem gevraagd of hij Laurens kon bijstaan en heb gezegd: zorg dat hij goed behandeld wordt.'' Om de waarde van zijn filmrechten veilig te stellen wil Klapwijk een faillissement van Geels met alle publicitaire schade vandien voorkomen. De bevriende 'troubleshooter', die geen commentaar wenst te geven, zegt toe te zullen helpen.

Laurens Geels zelf is namelijk ingestort. ,,Geels was er slecht aan toe, echt ziek'', zegt iemand uit zijn omgeving. ,,De man met het grote ego, die dacht de wereld naar zijn pijpen te kunnen laten dansen, moest erkennen: ik heb een probleem dat ik niet zelf kan oplossen.'' Geels hervindt zich zondagavond na een gesprek met Klapwijk en de `troubleshooter', die de banken gaat polsen over een oplossing.

Karin de Boer ziet Laurens Geels ergens in oktober nog even op het kantoor van First Floor. ,,Ik zag hem wegduiken. Ik ging hem achterna. Daar stond hij, hij had het licht in zijn kantoor uitgelaten. Dat was niet de grote Laurens Geels die ik al die tijd had gesproken. Ik vroeg hem hoe het zat. Hij zei: `Voor jou ziet het er goed uit.' En hij beweerde nog steeds dat hij met een noodoplossing bezig was. Hij had weer een afspraak met de banken, zoals altijd.''

Van Lanschot en Staal Bankiers krijgen halverwege oktober een telefoontje van Geels' adviseur en enige tijd later ook van Karin de Boer. De banken zijn verbijsterd als ze horen dat al het geld weg is. Ze leven in de veronderstelling dat de films bijna klaar zijn. Een bankier denkt zelfs dat Views & Sounds spoedig in première zal gaan. De bankiers, die de participaties hebben verkocht aan hun vermogende cliënten, zijn er al die tijd vanuitgegaan dat de cv's helemaal zijn dichtgespijkerd met garanties.

Is dat niet naïef? Ach, zegt een bankier, kijk nou welke partijen erbij betrokken waren en wijst op de prospectussen met de indrukwekkende adviseursnamen. ,,We dachten, het zal wel goed zijn.'' Een insider zegt: ,,Iedereen was eerst en vooral gedreven door hebzucht: de beleggers met hun verlangen naar de belastingaftrek, adviseurs en de banken met hun jacht op de reusachtige fees. Niemand heeft de mechaniek van de deal eens bekeken.'' Na de oprichting van de cv's houden de banken feitelijk geen toezicht en blijft een zetel in een cv-bestuur lange tijd vacant.

Die lankmoedige houding lijkt ook sterk te maken te hebben met de wereld waarin dit zich afspeelt, die van de film. Waar, zoals een geïnterviewde het uitdrukt, een portier in Los Angeles je altijd uitbundig groet, want wie weet ben jij straks beroemd en herinner je je die aardig portier. Het is de wereld waarin zelfs een zakelijke financier als Pieter Klapwijk zich een rad voor ogen laat draaien door Laurens Geels: ,,Hij heeft mij de toekomst van bepaalde filmprojecten te rooskleurig voorgesteld. Dat is een stukje overtuigingskracht, en die werkt ook in die wereld van make believe.'' Eerst dacht Klapwijk: Wat moet ik met die filmrechten. Inmiddels heeft hij een deal met Alejandro Agresti over diens film.

Als half oktober de telefoontjes binnenkomen bij de bankiers, gaat het alarm pas af. De emissiebanken weten dan nog niet wat ze inmiddels hebben laten uitzoeken door juristen, namelijk dat ze prospectusaansprakelijkheid hebben – dat hun klanten schadevergoeding kunnen eisen. Ze vermoeden het wel. De emissiebanken beginnen elkaar tamelijk panisch bellen. Volgens Geels wekken de betrokken banken de indruk een oplossing te zoeken, waarbij hij extra geld krijgt om een of twee films af te maken.

NIB Capital, de zakenbank van de twee grote pensioenfondsen ABP en PGGM en moederonderneming van InnoCap, neemt de regie in handen. Matthy van Paridon van NIB belt op 29 oktober aan bij het huis van Laurens Geels in Amsterdam. Geels verwacht die dag de uitslag van een bankenvergadering de maandag ervoor. Als de filmproducent een kop koffie gaat drinken met Van Paridon loopt het anders. Van Paridon hoort hem aan, zegt dat hij Geels' hulp nodig heeft om de andere banken over te halen iets te regelen en trommelt dezelfde middag de banken op voor een vergadering een dag later.

Het initiatief van NIB is verklaarbaar. NIB is sinds juni 2002 volledig eigenaar van InnoCap – thans Y-Cap – arrangeur van de cv's van Resistance en Views & Sounds. Op dit moment vinden de emissiebanken op grond van het voorlopige Deloitte-onderzoek dat InnoCap/Y-Cap zoveel verantwoordelijkheid draagt, dat zij NIB Capital dreigen te verwijderen uit het bankenconsortium rond de film-cv's. In oktober hebben de emissiebanken vooral het gevoel dat InnoCap/Y-Cap hen een ondeugdelijk `product' heeft aangesmeerd. Ze dreigen de rekening daarvoor naar NIB te sturen. NIB heeft er dus belang bij om de zaak soepel om af te wikkelen.

De vergadering van 30 oktober is de laatste kans voor Laurens Geels. Na de vergadering zoekt Van Paridon in het NIB-kantoor Geels en diens adviseur op. Van Paridon heeft het gevoel dat de banken wel over de brug zullen komen.

Maar nee. Vorige maand is het faillissement uitgesproken van de filmbedrijven van Laurens Geels.