Vernieuwingsdrang Alberda te groot voor NOC*NSF

Joop Alberda (51) stopt als technisch directeur van de sportkoepel NOC*NSF omdat hij in die functie de topsport in Nederland niet verder kan vernieuwen. Dat verklaarde de Groninger gisteren op een persconferentie in Den Haag, waar hij zijn vertrek per 1 januari 2005 officieel bekendmaakte.

Innovatie van de topsport is gedurende de zeven jaar dat Alberda in functie was altijd zijn drijfveer geweest. Met die opdracht was hij in 1997 ook door de toenmalige voorzitter Wouter Huibregtsen bij NOC*NSF binnengehaald. Door hem werd de oud-volleybalcoach sterk geïnspireerd en van hem kreeg hij de ruimte om zijn ideeën over topsport vorm te geven.

In aanloop naar de Spelen van Sydney in 2000 introduceerde Alberda bij sporters en coaches het begrip `onbegrensd denken' en opende hij zo veel beurzen, dat 17 miljoen gulden beschikbaar kwam. Zijn uitgangspunt was sporters zo goed op de Spelen voor te bereiden, dat er na afloop geen ruimte zou zijn voor excuses.

Nadat Alberda in Sydney met een recordaantal van 25 medailles voor de Nederlandse ploeg had aangetoond dat succes maakbaar is, was het zijn streven in de daaropvolgende olympische cyclus structuur in de topsport aan te brengen. Hij bruiste van de ideeën, waaronder de oprichting van een permanent olympisch team en structureel hoogwaardige jeugdopleidingen.

Een verviervoudiging van het budget ten spijt, moest Alberda vaststellen dat het tempo van zijn vernieuwingsdrang te hoog is geweest. Hij voelde zich de laatste jaren meer een beheerder dan een vernieuwer. Het olympisch team is er niet gekomen en evenmin de jeugdopleidingen, ,,omdat de overheid niet beseft dat zo'n proces tien jaar duurt en geen twee''. Bovendien voelde hij zich gehinderd door de stroperige organisatie van NOC*NSF. Alberda: ,,Het is te ambtelijk, te bureaucratisch; processen verlopen te langzaam. En dat staat op gespannen voet met de lenigheid van denken van een topsporter die vooruit wil.''

Als belemmering ervoer Alberda verder wat hij noemt de `conventies' binnen NOC*NSF. De technisch directeur wilde niet zeggen waarop hij doelde, maar uit zijn summiere toelichting viel op te maken dat hij de grote aandacht voor breedtesport strijdig vindt met het belang van topsport en dat hij de organisatie van de sportkoepel te log vindt om adequaat te kunnen anticiperen op nieuwe ontwikkelingen. Alberda meent dat verniewing pas buiten de bestaande structuren snel en efficiënt kan zijn. ,,Ik begrijp heel goed waarom de schaatser Rintje Ritsma een commerciële ploeg is begonnen. Hij wilde eigen baas zijn.''

En dat geldt ook voor Alberda, als hij zegt: ,,Ik ben eigenaar van mijn eigen ambities; daar geef ik geen millimeter aan toe. En daarmee wil ik verder. Ik heb nog geen idee waar dat volgend jaar is, want ik heb op dit moment niets achter de hand. Maar het lijkt mij zeker dat ik bij de sport betrokken blijf.'' Voorzitter Erica Terpstra van NOC*NSF trekt zich de kritiek van Alberda niet aan, omdat zij in breder verband denkt en vindt dat top- en breedtesport onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden. Ontkoppeling is volgens haar in de praktijk zelden succesvol gebleken.

Alberda's besluit om te stoppen stond al geruime tijd vast. Hij heeft NOC*NSF ook geen ruimte voor onderhandelingen geboden. En om voor of tijdens de Olympische Spelen onder sporters en in de media speculaties over zijn positie te voorkomen, heeft hij besloten vier maanden voor `Athene' zijn afscheid aan te kondigen.

Over de opvolger van Alberda kon voorzitter Erica Terpstra van NOC*NSF niet meer zeggen dan dat daarover pas na de Olympische Spelen beslist wordt. ,,We willen ons daar na de evaluatie van `Athene' mee bezighouden. Ik verwacht dat de nieuwe technisch directeur eind oktober, begin november bekend zal worden gemaakt. Maar ik kan wel vertellen dat namen die ik heb gelezen (Cees Vervoorn, Ad Roskam en Charles van Commennee, red.) niet bij ons leven.''