Servië: wet opgeschort

Het Servische Constitutionele Hof heeft een stokje gestoken voor de wet die voorziet in financiële hulp aan de Serviërs die in Den Haag voor het Joegoslavië-tribunaal verschijnen op verdenking van oorlogsmisdaden. De wet werd onlangs door het Servische parlement aangenomen; hij voorziet in de betaling, door de Servische overheid, van de kosten van verdedigers, telefoonkosten, een salaris, en tegemoetkomingen in de woon- en verblijfskosten van familieleden van beklaagden.

Het Constitutionele Hof schortte de wet vandaag op tot het een definitief oordeel heeft. De maatregel is genomen met het argument dat de grondwet bepaalt dat iedereen dezelfde rechten en dezelfde plichten heeft – de wet zou bepaalde mensen – verdachten van oorlogsmisdaden en hun familie – bevoordelen. Volgens de regering zou de wet verdachten aanmoedigen zich bij het tribunaal te melden; maar volgens critici geeft de wet de aversie van de regering weer tegen het Joegoslavië-tribunaal, alsmede haar sympathie voor beklaagden die Servië naar een moreel, politiek en economisch bankroet hebben geleid. De belangrijkste beklaagde in Den Haag is ex-president Slobodan Miloševic.