Saul

Zijn historisch belang ontleent G.F. Händel vooral aan zijn ontwikkeling van het Engelse oratorium. Na Esther, Deborah en Athalia was Saul (1738) de vierde, zeer vernieuwende proeve in het genre. Händel maakt korte metten met de traditie van loos belcanto, en stelt daar een sterkere dramatische opbouw voor in de plaats. Het libretto biedt daartoe ook ruimschoots aanleiding. Koning Saul verliest door groeiende waanzin de steun van zijn kinderen Michal en Jonathan. Zij zijn in de ban van herder David, die zojuist Goliath heeft geveld. Terwijl Saul aan zijn afgunst jegens David kapot gaat, groeit Davids macht, met liefdesgeschiedenissen met Michal èn Jonathan als extraatjes.

Met zijn Gabrieli Consort realiseerde dirigent Paul Mc Creesh eerder opnamen van Händels oratoria Theodora, Solomon en The Messiah; hoogtepunten in de Händel-revival die de cd-industrie en internationale podia doormaken. Saul is bovendien een van de sterkste oratoria van Händel en biedt het uitmuntende Gabrieli Consort en Players (op authentieke instrumenten) opnieuw een schat aan grootse koorscènes, aria's en dramatische instrumentale tussenspelen. Onder de solisten is Neal Davies is een wat wapperige Saul en blijkt tenor Mark Padmore (Jonathan) iets minder indrukwekkend dan onlangs in Bachs Matthäus Passion bij het Concertgebouworkest. Maar sopraan Susan Gritton is welluidend en intrigerend als Merab en countertenor Andreas Scholl maakt met zijn souplesse de aantrekkingskracht van David volstrekt aannemelijk.

Saul van G.F. Händel door Gabrieli Consort & Players (Archiv, 474 510-2)