Rover

Wij moesten Rover 's middags van school halen.

Rover is het 4-jarige zoontje van onze benedenburen, die pas tegen de avond van een korte vakantie zouden terugkeren. De afgelopen dagen had Rover bij zijn opa en oma gelogeerd, nu zouden wij hen aflossen.

Rover is een levenslustig jongetje dat in de crèche alle eenkennigheid lijkt te hebben afgelegd. Hij is nooit langer dan tien seconden verlegen, daarna begint hij aan een openhartige uiteenzetting, meestal ingeleid met de woorden: ,,Weet je...''

Vervolgens overlaadt hij je met doorgaans keiharde nieuwsfeiten over zijn broertje, vriendjes of de boot van zijn ouders. En over de school, niet te vergeten, want Rover is een poosje geleden naar de basisschool gepromoveerd.

Hij toonde geen spoor van verbazing toen hij ons daar die middag op het plein aantrof te midden van al die andere ouders, grootouders en oppashulpen. Afspraak is afspraak scheen hij te denken, en hij overhandigde ons een briefje van de leiding. ,,We gaan op schoolreis'', zei hij.

Daarna wendde hij zich van ons af om een gesprekje met zijn goede vriend Romijn voort te zetten. Maar Romijn wilde ons eerst nog een plaatje laten zien. ,,Dit heb ik van de juf gekregen'', zei hij, ,,omdat ik op de wc gepoept heb.''

,,Kan Romijn niet met ons meegaan?'' vroeg Rover, alsof poepen iets is dat niet genoeg beloond kan worden. Gelukkig bleek ook Romijns vader aanwezig en hij keurde het voorstel af.

Rover pakte mijn vrouw bij de hand en we liepen weg.

,,Is dat nou jullie speelplaats?'' vroeg ik, terwijl ik naar een lelijk, maar efficiënt klimgevaarte op een tapijt van rubber wees.

,,Nee, dat is het binnenplein'', zei Rover.

Zou het woord speelplaats tijdens mijn lange afwezigheid in onbruik zijn geraakt, vroeg ik me bezorgd af, want dat zou een catastrofe zijn voor het oudere kinderboek.

,,Wat hebben jullie vandaag allemaal gedaan?'' vroeg ik.

,,Daar moet ik over nadenken'', zei hij, waarna hij een voor zijn doen lange stilte liet vallen.

Ik nam hem aandachtig op. Hij had de leeftijd bereikt waarop kinderen langzaam maar zeker van kleur beginnen te veranderen. Zijn haar leek minder blond dan vroeger en zijn blauwe ogen begonnen naar groen te zwemen. Alleen zijn wangen hadden nog dezelfde blos als altijd, vooral als hij opgewonden of moe was.

Eenmaal thuis moesten we hem nog een uur of drie bezighouden, maar je kon het ook omdraaien: hij hield óns bezig. Eerst vroeg hij naar ,,die moeilijke puzzel die we de vorige keer niet afkregen''. Dat was gemeen van hem, want het was mijn incompetentie geweest waardoor die legpuzzel niet voltooid kon worden.

,,Wij doen het samen'', zei hij tegen mijn vrouw. Ze waren er binnen tien minuten uit.

Daarna speelde hij een aantal spelletjes waarvan hij elke keer het systeem zodanig wijzigde dat hij als winnaar te voorschijn trad. Een echte jongen.

Terwijl ik hem zo aan tafel zag spelen, vroeg ik me af wat hij zich later nog van deze middag zou herinneren. Niets, vermoedelijk. Als hij ons over 25 jaar in het trappenhuis ontmoette, zou hij hooguit denken: ik heb ze kwieker gekend.