Politie is muis in strijd tegen drugsdoorvoer

De positie van Suriname als doorvoer- en opslagland voor drugs wordt steeds sterker, zo geven nieuwste cijfers aan. Het zwaar onderbezette apparaat kan maar een fractie van de tientallen tonnen cocaïne per jaar onderscheppen.

File in het centrum van Paramaribo. Niets bijzonders in de stad waarin, naar men zegt, inmiddels meer auto's dan mensen zijn. Maar deze keer is het wel héél erg. De belangrijke Lim A Postraat is afgesloten, waardoor er zich één grote toeterende opstopping van auto's in de brandende zon vormt. Sommige bestuurders kiezen in wanhoop een illegale ontsnappingsroute en keren kriskras over het keurige grasveld van het Onafhankelijkheidsplein.

Bij navraag blijkt de afsluiting met veiligheidsmaatregelen te maken te hebben. Op het belendende bureau van de rechter-commissaris worden enkele `zware verdachten' gehoord in wéér een grote drugszaak. Ditmaal gaat het om de onderschepping van 379 kilo cocaïne, vorige maand. Bij de modderbank Wia Wia, voor de kust op de grens van de districten Marowijne en Commewijne, werd een illegale landingsstrip ontdekt die, zo blijkt uit de verklaringen van de verdachten, al anderhalf jaar werd gebruikt. Tonnen cocaïne zijn er sindsdien aan- en doorgevoerd, aldus de getuigenissen.

Transport van cocaïne begint steeds ernstiger vormen aan te nemen in Suriname. Bolletjesslikkers of andere gesnapte koeriers zijn peanuts geworden, vertelt een zegsman van de narcoticabrigade van het Korps Politie Suriname (KPS), die om veiligheidsreden anoniem wil blijven: ,,Tegenwoordig krijgen we te maken met het grotere werk.'' De getallen spreken voor zich. In 2002 werd er 340 kilo cocaïne in beslag genomen. In 2003 was dat opgelopen naar 814 kilo. En dit jaar staat de teller tot en met februari al op 402 kilo, aldus recent vertrouwelijk onderzoek van het KPS, waarvan de uitkomsten onlangs werden gepresenteerd aan het corps diplomatique in Suriname.

Bovendien zien de justitiële autoriteiten een nieuwe trend. De cocaïne wordt niet alleen meer meteen doorgevoerd, maar in toenemende mate ook in Suriname opgeslagen. Reden daarvoor is dat de cokemaffia in Colombia steeds meer te lijden heeft van het Amerikaanse antidrugs-programma `Plan Colombia'. Brazilië heeft een soortgelijk programma (het CIVAM-project), waardoor bijvoorbeeld via geavanceerde radar- en peilapparatuur drugstransporten kunnen worden opgespoord. Suriname, met zijn uitgestrekte en onbewaakte grenzen, vormt een alternatief. De cocaïne wordt gedropt in het onherbergzame tropische regenwoud, vaak op provisorisch aangelegde landingsstrips. Steeds vaker worden de drugs in het oerwoud eerst opgeslagen voordat de distributie verdergaat. Uiteindelijk worden de kilo's, al dan niet ingevroren in bijvoorbeeld vruchtensappen of vis, naar Europa getransporteerd. Dat gaat via de (lucht)havens van Paramaribo of Brazilië, vanwaar de verbindingen lopen naar Nederland, Spanje en Portugal. Op jaarbasis, zo zijn de schattingen, wordt er minimaal 25 ton via Suriname doorgevoerd; Amerikaanse bronnen spreken zelfs van het dubbele.

Er is nog een trend zichtbaar. Colombiaanse en Braziliaanse drugskartels manifesteren zich nadrukkelijker dan vroeger in Suriname. Bovendien komen er steeds meer topleden van de Colombiaanse rebellenbeweging FARC in het land die, samen met leden van drugskartels, op zoek zijn naar wapens in ruil voor drugs, naar ,,nieuwe afzet- en transportroutes en naar veilige havens bij het uitvoeren van hun guerrilla-activiteiten'', aldus de KPS-rapportage van maart dit jaar. De meest recente statistieken wijzen uit dat de drugsgerelateerde criminaliteit omhoog schiet. Er is een stijgend aantal arrestaties van verdachte ongewenste vreemdelingen, van illegale landingen, van in beslag genomen illegale wapens en van witwaspraktijken.

De strijd tegen de drugsdoorvoer is een spel van kat en muis. Met de bestrijders in de rol van de muis, welteverstaan. Het Surinaamse justitiële apparaat is niet opgewassen tegen de toenemende drugscriminaliteit. Het openbaar ministerie (OM) en de rechterlijke macht zijn onderbezet en de ondersteunende diensten kwalitatief van laag niveau. Geld, middelen en geavanceerde apparatuur ontbreken. De politie beschikt niet eens over een eigen helikopter, noodzakelijk om snel het oerwoud in te kunnen vliegen om tips over een cocaïnetransport na te trekken. Enkele van deze hindernissen kwamen de afgelopen maanden op curieuze wijze samen in wat in Suriname inmiddels een geruchtmakend begrip is geworden: de `Marataka-zaak'.

Het begon allemaal in november, toen de Surinaamse narcoticabrigade, via de steeds betere contacten met de Colombiaanse inlichtingendiensten, een waardevolle tip kreeg over een groot cocaïnetransport. Diep in het oerwoud, ver van Paramaribo, zou een dropping plaatsvinden. Er werd voor veel geld een helikopter gehuurd waardoor de politie snel ter plekke was. De Cessna uit Colombia landde op een plek nabij een houtconcessie in het Marataka-gebied. Een woeste klopjacht volgde en twee dagen later vond men, verstopt in het oerwoud, 341 kilo cocaïne. Er werden 27 personen aangehouden. Maar de helikopter was inmiddels terug naar de stad, het eten was op en de overgebleven agenten waren gedwongen om ieder met 15 tot 20 kilo cocaïne op de rug in een riskante tocht door het oerwoud terug te ploeteren naar de bewoonde wereld. Uiteindelijk kon de buit per boot via de Maratakarivier vanuit het plaatsje Wageningen naar Paramaribo worden vervoerd. De coke werd later met de nodige publiciteit verbrand. Een mooie actie; althans, zo leek het. Maar toen de verdachten onlangs voor de rechter-commissaris kwamen, werden er zowel door het OM als door de rechtbank knullige vormfouten gemaakt en kwam een aantal weer op vrije voeten. Meteen staken de geruchten over omkoping door de drugsmaffia de kop op. Die werden alleen maar sterker toen enkele weken geleden een hulpofficier van justitie onder verdachte omstandigheden werd vermoord.

De afloop van de Marataka-zaak heeft in ieder geval tot grote woede geleid bij politie en het leger, dat ook meedeed met de actie. Het ongenoegen richt zich vooral op de politiek, aldus een van de mensen van de narcoticabrigade: ,,Tijdens de verbranding van de coke staan ze hoera te roepen. Maar als we een helikopter nodig hebben, is er nauwelijks geld om die te huren.'' Mensen uit het veld vinden bovendien dat de regering-Venetiaan te weinig aandacht geeft aan versterking van de kwaliteit van de rechterlijke macht en het OM. De eerder genoemde rapportage van de KPS signaleert dan ook dat er door de drugsgerelateerde criminaliteit al ,,symptomen zijn waar te nemen van de toename van infiltratie en corruptie bij zowel de publieke als private sector.''

Bij Surinames internationale partners lijkt de boodschap te zijn aangekomen. De Amerikaanse drugsbestrijdingsdienst DEA stationeert nog dit jaar een officier op de ambassade in Paramaribo. En ook op de Nederlandse diplomatieke missie zal een politieliaison worden geplaatst. Nu de Surinaamse overheid zelf nog. Daar stemmen de tekenen niet optimistisch. De rekening voor de ingehuurde helikopter uit de Marataka-zaak, 16.000 Amerikaanse dollar, ligt bijvoorbeeld nog steeds onaangeroerd bij het KPS. `Geen geld voor', zo heeft men daar te horen gekregen.

Derde deel van een serie reportages uit Suriname. Eerdere delen stonden op 2 en 9 april in de krant en zijn na te lezen via www.nrc.nl.