Overdaad aan technisch vernuft

Hoe ziet de toekomst eruit?

De techniek is een doel op zichzelf geworden, en ontwerpers zijn de gevangenen van hun eigen belevingswereld. Ook de vandaag begonnen Salone del Mobile van Milaan, het design-evenement van

het jaar, is een uitstalkast

van hobbyisme. Als het maar geinig is.

De Skycar M400 is een auto met een extraatje. Hij doet het prima in het stadsverkeer, maar kan desgewenst ook het luchtruim kiezen. Daartoe is het voertuig voorzien van vier sterke ventilatoren, die de lucht zo hard naar beneden blazen dat de auto ook recht omhoog kan. Eenmaal in hoger sferen kan de Skycar zich met ruim 560 kilometer per uur verplaatsen. Nooit meer in de file, geen last van stoplichten of bekeuringen. Een Amerikaanse luchtvaartbedrijf voert met het prototype al testvluchten uit. Toch is er nog iets wat tegenzit: de wetgeving. In de meeste landen is opstijgen, vliegen en landen nog aan regels gebonden. En daardoor zal de Skycar wel tot het domein blijven behoren dat zo goed door Willie Wortel is verbeeld: de technische jongensdroom. Het is de op hol geslagen verbeelding van uitvinders die hun levenservaring vooral in Duckstad hebben opgedaan.

De Skycar is een van de bijna honderd projecten over de hele wereld vandaan die in het binnenkort te verschijnen boek Techniek van de toekomst staan, samengesteld door de journalist Paul Schilperoord. Het is een goed gedocumenteerd en verbijsterend overzicht van de technische vernieuwing die nu al, of anders binnenkort mogelijk is – en bij vrijwel elk project denk je: zou dat vernuft niet beter besteed kunnen worden?

Neem de Rinspeed Presto, een ontwerp voor een auto die als een telescoop inschuifbaar is, en dus altijd een parkeerplek kan vinden. Het klinkt goed, maar de auto heeft wel een paar nadelen. Zo zit er geen dak op en deuren bleken ook niet mogelijk. Of deze weergaloze combinatie van naïviteit en ingenieurskunst: het Freedom Ship. Het is een varende stad van bijna anderhalve kilometer lang met plaats voor 40.000 permanente bewoners, 15.000 hotelgasten en 20.000 man personeel. Het schip vaart voortdurend over de wereldzeeën en de passagiers kunnen wanneer ze maar willen met een vliegtuig of een helikopter het vasteland bezoeken. Volgens de Amerikaanse ontwerpers is zo'n schip een ideale plek: wonen en werken in een veilige omgeving. Terroristen en regisseurs van rampenfilms zullen dat ook vinden – maar dan om geheel andere redenen.

Zo gaat Schilperoords overzicht door, en je weet niet of je moet lachen of huilen. Wat te denken van een colbert waarin een mobiele telefoon is verwerkt, met het toetsenbord op de mouw en de microfoon in de bovenste knoop? Het is misschien wel iets voor James Bond, maar lijkt niet de methode om de huidige bedieningsproblemen van de mobiele telefoon op te lossen – toch werkt Philips er al aan.

Al die slimme vondsten in dit boek zijn waarschijnlijk technisch wel te verwezenlijken, maar tegelijkertijd roepen ze de vraag op: is er wel behoefte aan? Techniekfilosoof Pieter-Paul Verbeek, schrijver van het voorwoord van dit boek is daar niet sceptisch over. Hij vindt het overzicht meeslepend ,,omdat het niet alleen de techniek van de toekomst presenteert, maar ons tegelijkertijd een glimp laat opvangen van de mens van de toekomst''.

Dat is natuurlijk nog maar de vraag. Van de mens van de toekomst is nog maar heel weinig bekend, maar één ding weten we zeker: het is niet de technologie die de mens dicteert, het is eerder andersom. Tot verdriet van ontwerpers en fabrikanten volgen de mensen hun eigen grillige koers. De geschiedenis verschaft menig voorbeeld van briljante vernieuwingen waaraan de gebruikers met opgeheven hoofd voorbijgingen (vierkanaalsstereo, digitale geluidscassettes) en van betrekkelijke low-tech die juist een succes werd (teletekst, teenslippers, sms).

Een andere techniekfilosoof, designdocent, consultant en auteur Kees Dorst, moest bij Schilperoords opsomming onweerstaanbaar denken aan het boek Ingenieursdromen van Willy Ley, dat hij in zijn jeugd las. ,,Dat ging dan over het afdammen en droogleggen van de Middellandse Zee'', vertelde hij op een discussiemiddag die het vormgevingsinstituut Premsela onlangs aan Schilperoords boek wijdde. ,,Of een atoombom gooien op de Sahara, zodat je daar een rond meer zou krijgen waaruit je water kon putten voor de landbouw. Ook heel mooi was het plan om post van Amerika naar Europa te bezorgen met intercontinentale raketten. Dat soort naïeve ideeën krijg je als te veel doorredeneert binnen de gegeven technologische mogelijkheden.''

Dorst geeft een voorbeeld. ,,Ik was laatst op een open dag van het Philips Home Lab en ik ben daar wel een beetje geschrokken. Ze lieten bijvoorbeeld een badkamerspiegel zien waarin allerlei gegevens konden worden geprojecteerd. En wat kon je daarin zien? Een diagram dat aangaf hoe goed je je geschoren hebt! Je zou je heel andere dingen kunnen voorstellen die met dezelfde soort technieken werken: een caring home voor bejaarden bijvoorbeeld, waarin ingebouwde intelligentie de toevoer van frisse lucht regelt en aan hartbewaking doet.''

Dorst publiceerde vorig jaar het boek Understanding Design, dat zich laat lezen als een vermaning aan ontwerpers om zich beter op de hoogte te stellen van de belevingswereld van de gebruikers. ,,Ze denken dat onbevangenheid hun de briljante ideeën zal geven waarop ze hopen. Helaas werkt het niet zo.''

Maar hoe werkt het dan? Dorst benadrukt dat ontwerpen een sociaal proces is en dat ontwerpers te maken hebben met opdrachtgevers en gebruikers: ontwerpen is een kwestie van onderhandelen, compromissen sluiten en naar elkaar luisteren. Understanding Design is een boek voor ontwerpers, voor de vakwereld zelf, en het is veelzeggend dat dit soort elementaire aanwijzingen nog zon prominente plaats krijgen. Blijkbaar is de eigen wereld van de ontwerpers nog steeds een belangrijker inspiratiebron dan de werkelijke behoeften van de gewone gebruikers.

Ook op de gisteravond in Milaan geopende Salone Internazionale del Mobile, het belangrijkste design-evenement van het jaar, zal dat hobbyisme uitgebreid te zien zijn. Er staat een klassieke Olivetti typemachine waarmee je email kunt versturen, er is behang waarmee je huishoudelijke apparaten kunt bedienen door erop te drukken en er staan plastic zakken die verkleuren als je mobiele telefoon gebeld wordt. Heel knap en grappig allemaal, maar de gsm die ook door ouderen bediend kan worden, de plastic verpakking die je zonder zaag en beitel toch openkrijgt of de pc die nooit crasht zal er wel niet te zien zijn – terwijl miljoenen mensen vooral daar op zitten te wachten. Het is misschien wel het belangrijkste verwijt dat je de ontwerpers en vormgevers kunt maken: ze volgen hun eigen agendas, niet die van de gebruikers. Ze verbeteren de wereld niet, ze maken hem vooral ingewikkelder.

Gaat het dan overal de verkeerde kant op? Nee, ook in Schilperoords catalogus van de toekomst staat hier en daar een project waar we wél wat aan hebben. De Age Explorer bijvoorbeeld, een pak en een helm waarmee je kunt voelen hoe het is om zeventig te zijn. Het pak maakt de ledematen zwaar en stijf, een vizier is geel gekleurd om het effect van staar te simuleren, ingebouwde geluidsdempers veroorzaken doofheid, speciale handschoenen laten voelen hoe het is om aan artritis te lijden. Voor de ontwerpers van de toekomst een hulpmiddel waarvan het nut moeilijk overschat kan worden. Het pak is al veel gebruikt, onder meer door Ford, als hulpmiddel voor ontwerpers om zich in te leven in oudere klanten.

Hoopgevend is ook de `ideale stadsfiets' van de jonge ontwerper Basten Leijh. De fiets heeft dikke banden om te voorkomen dat je in tramrails vast komt te zitten, en remmen en verlichting die in het frame zijn weggewerkt. Meest in het oog springende detail is het rechthoekige stuur dat tegelijk een beugelslot is. Je kunt het van de fiets halen en je fiets ermee op slot zetten. Wie het slot doorzaagt, kan niet met de fiets wegrijden, want de fiets heeft nu geen stuur meer. Fabrikant Giant gaat de fiets in productie nemen.

Toch doemt ook hier de vraag op of de ontwerper zich wel genoeg in de praktijk van het stelen en helen heeft verdiept. Het idee is dat een gekraakt stuur de fiets onbruikbaar maakt, maar is dat werkelijk zo? Zal er niet een grijze vervangingsmarkt komen voor gekraakte sturen? De werkelijke kans voor de onsteelbare fiets zou wel in iets heel anders kunnen schuilen: met het stuur eraf en de trappers opgeklapt kan hij ook in een heel smal gangetje worden gestald – en misschien zitten daar wel veel meer mensen op te wachten.

Dat zou dan een fraai voorbeeld zijn van een mechanisme waarvoor de Amerikaanse technologie-historicus Edward Tenner in een tweetal fascinerende boeken aandacht heeft gevraagd: de ongeplande gevolgen van de technologie. Hier komen we bij het tweede verwijt dat je ontwerpers en vormgevers kunt maken: voor dat soort gevolgen sluiten ze zich af, gefixeerd als ze zijn op de in hun ogen enig mogelijke toepassing, namelijk de door hen bedachte.

Edward Tenner behandelt in Why Things Bite Back (1997) de `wraakeffecten', de revenge effects van de technologie. Een van de bekendste voorbeelden is de stortvloed aan papier die de opkomst van het papierloze kantoor veroorzaakte: omdat veel mensen weinig vertrouwen hebben in de duurzaamheid van elektronische bestanden en berichten, maken ze voor de zekerheid toch maar een print. Air-conditioning van metrostellen die met hun warme lucht-uitstoot de perrons steeds heter maken, computers met zo'n vederlichte aanslag dat ze leidde tot spieraandoeningen waar typistes met loodzware Underwoods nooit last van hadden, een schip dat zo veilig was dat met de veiligheidsvoorschriften een loopje werd genomen (de Titanic). Liften verlosten ons van de noodzaak om trappen te lopen, maar daarom staan in menige sportschool mensen op stepmasters een inspanning te leveren die verdacht veel op dat traplopen lijkt. Dat je van een lift dik kunt worden – dat had waarschijnlijk niemand gedacht. Of neem de beschermende kleding die in het American football wordt gedragen: de helmen en de harde schoudervullingen beschermen de spelers, maar worden ook gebruikt om de tegenspelers flink te raken. Waarschijnlijk maken ze het spel eerder onveiliger dan veiliger.

Dergelijke wraakeffecten, zegt Tenner, treden op omdat nieuwe technieken bij echte mensen in echte situaties op een vaak onverwachte manier uitpakken. In zijn nieuwste boek Our Own Devices heeft hij de these van de onverwachte uitkomsten toegepast op het soort technologie dat iedereen gebruikt en dat heel dichtbij het lichaam zit: zuigflessen, stoelen, schoenen, helmen, brillen. Zeer succesvolle voorzieningen en apparaten, die in hun geschiedenis keer op keer te maken kregen met gebruik dat niemand verwachtte. De geschiedenis van de teenslipper is illustratief. Die werd drie en een half duizend jaar geleden al door de Egyptenaren gedragen, maar dankzij moderne materialen en massafabricage heeft nu iedereen op de aardbol dit primitieve schoeisel aan zijn voeten: de miljonair, maar ook de jongen die zijn zwembad schoonmaakt. Zo populair zijn teenslippers nu, dat de weggeworpen slippers een nieuw afvalprobleem hebben veroorzaakt. Zo nu en dan worden ze gerecycled, en de ondernemende Liberiaanse kunstenaar Saarenald Yaawaisan maakt er speelgoedhelikopters van. Die hadden weer zon succes dat Yaawaisan niet genoeg oude slippers kon krijgen en zich genoodzaakt zag nieuwe teenslippers te kopen.

Maar het interessantste gevolg van dat soort technologie is wel dat we er zelf door veranderen. Een leven zonder brillen is niet meer voor te stellen en ook de schoen is een fraai voorbeeld: mensen kunnen heel goed op blote voeten lopen – miljoenen doen dat nog steeds – maar wie eenmaal aan de schoen gewend is, kan heel moeilijk terug.

Tenner noemt ook `de verschuiving van de machtsbalans in de menselijke hand': van de wijsvinger naar de duim. GSM-toestellen en andere apparaten met kleine toetsenborden geven een prominente rol aan de duim – die door de ontwerpers van het grote toetsenbord was gedegradeerd tot een bijrol aan de spatiebalk. En je kunt het af en toe al zien: een tiener die wijst met zijn duim, of met zijn duim aanbelt. In de omgang met technologie, wil Tenner maar zeggen, veranderen we, en wij veranderen de technologie weer. Ontwerpers moeten daarom volgens hem veel meer

met gebruikers samenwerken – het is onmogelijk geworden om het allemaal zelf te verzinnen en alle mogelijke toepassingen en nadelige effecten te voorzien.

Dat zijn nuchtere gedachten, maar aan de ontwerpers van de verticaal opstijgende personenauto en de drijvende stad zijn ze niet besteed. Waarschijnlijk studeren die al hard op de duikbril waarmee je kunt internetten en op de sokken die zelf meedelen wanneer ze gewassen moeten worden. Niet omdat de wereld erop wacht, maar omdat ze dat zelf wel een geinig idee vinden.

Paul Schilperoord: Techniek van de Toekomst, Delft, Veen Magazines. Kees Dorst: Understanding Design Amsterdam, Bis publishers, 2003. Edward Tenner: Why Things Bite Back, New York, Vintage books, 1997, Our Own Devices, New York, Knopf, 2003.