Laveren tussen daden en rechten

Ruim een maand na de aanslagen in Madrid debatteerde de Kamer over de gevolgen daarvan. De coalitie had de felste kritiek op het kabinetsbeleid, en de VVD verslikte zich.

Als de kans op een terreuraanslag in Nederland zeer groot is, zullen de tanks door de straten rollen. In fase rood, zoals een dergelijke situatie vanaf 1 juli wordt genoemd, zal Nederland op de ,,meest indringende manier'' beveiligd worden, met inzet van de bijzondere bijstandseenheid en de Koninklijke Marechaussee. Burgers kunnen preventief gefouilleerd worden, verdachten worden zo nodig langer vastgehouden en iedereen moet extra alert zijn op verdachte personen en pakketjes.

Een maand en drie dagen na de terroristische aanslagen in Madrid, op 11 maart 2004, had de Tweede Kamer gisteren eindelijk een plekje op de agenda vrij weten te maken om over de gevolgen van die aanslagen te debatteren. De vertraging was het gevolg van tien dagen rouwreces na het overlijden van koningin Juliana op 20 maart en van de steeds wisselende wensen van de Kamer welke bewindslieden er bij het debat aanwezig moesten zijn.

Tijdens het debat kregen de fractievoorzitters gisteren ieder zes minuten de tijd om hun visie over terrorismebestrijding in Nederland te geven. Met name CDA en VVD hadden felle kritiek op het kabinet. CDA-leider Verhagen pleitte voor een zwaardere rol van de minister-president en wilde hem tot voorzitter maken van een nationale veiligheidsraad. Hij hield een pleidooi voor speciale terreurwetgeving en zei dat ,,het recht op privacy ondergeschikt is aan de veiligheid van de samenleving''. ,,Tijd is een luxe die we niet hebben'', zei hij. ,,Better safe than sorry.''

VVD-leider Van Aartsen hekelde de huidige crisiswetgeving, die volgens hem nog op ,,het Koude-Oorlogsdenken en niet op de nieuwe gevaren van de terreur'' is gestoeld. Hij stak de draak met het zogenoemde alerteringssysteem met kleurcodes – ,,van een feestverlichting in groen, oranje en rood ligt geen terrorist wakker'' – en pleitte ervoor concrete maatregelen en bevoegdheden te koppelen aan de verschillende waakzaamheidsniveaus. Van Aartsen: ,,Ik mis een Churchilliaanse visie. Veel voorstellen, plannen en onderzoeken, maar waar is de daadkracht?''

De oppositiefracties steunden het huidige kabinetsbeleid in grote lijnen en voelen weinig voor aanscherpingen. Zij lijken vooral te kiezen voor het in stand houden ,,van de verworvenheden van de rechtsstaat'' (PvdA-leider Bos), zoals de bescherming van privacy en het principe dat iemand pas schuldig is als zijn schuld is bewezen. ,,We moeten laveren tussen naïviteit en obsessie'', zei Bos. GroenLinks-leider Halsema: ,,GroenLinks kiest voor een gerichte bestrijding van terreur, in combinatie met democratisering, dialoog en bondgenootschappen. Ik complimenteer de regering met haar reacties op Madrid. Die waren rustig en zakelijk.''

Het kabinet, vertegenwoordigd door premier Balkenende en de ministers Donner (Justitie), Remkes (Binnenlandse Zaken), Bot (Buitenlandse Zaken) en Kamp (Defensie), trok zich weinig aan van de bezwaren van de coalitie. Veel toezeggingen die het kabinet gisteren deed, waren al eerder in gang gezet en bestonden slechts uit het toelichten van de inmiddels genomen maatregelen. Zo expliciteerde minister Remkes het eind maart bekend geworden alerteringssysteem met de kleurcodes. Hij haalde hard uit naar mensen die ten onrechte bommeldingen doen en kondigde aan die hard aan te zullen pakken en de geleden schade op hen te willen verhalen. ,,Ze doen me denken aan de poederbriefmalloten'', aldus Remkes. Balkenende zei dat het kabinet enkele onderraden zou samenvoegen tot een Nationale Raad voor Veiligheid, waar hij voorzitter van zal zijn. Hij maakte echter ook duidelijk dat minister Donner de aansturing heeft bij terreuraanvallen of -dreiging. En Kamp zei dat het aantal militairen dat per direct oproepbaar is in geval van crisis zal worden vergroot van 500 naar 3.000 man.

Donner krijgt een zwaardere rol in de bestrijding van terreur dan tot nu toe, zo bleek tijdens het debat. Alle extra maatregelen die het kabinet neemt om de terreur te bestrijden, vallen onder zijn verantwoordelijkheid. Donner is eerstverantwoordelijke voor de aansturing van het openbaar ministerie, en vanuit die rol kan hij de politie opdracht geven (potentiële) terroristen te volgen en op te pakken. ,,Daar heb ik de minister van Binnenlandse Zaken niet voor nodig'', aldus Donner. De politie valt formeel onder Remkes.

Alle bewindslieden namen afstand van de woorden van VVD-fractievoorzitter Van Aartsen die had beweerd dat de theorie van de voedingsbodem (armoede en achterstand kunnen mede de veroorzakers zijn van terrorisme) een vergoelijking is van terrorisme. De VVD'er had het kabinet verweten ,,laks en naïef'' te zijn bij het aanpakken van terroristen. ,,Ik mis de sense of urgency'', zei hij. Een woedende Balkenende interrumpeerde, ondanks sussende opmerkingen van zijn collega's, Van Aartsen en eiste dat deze zijn beschuldigingen hard zou maken. Dat kon de VVD'er niet en hij trok, daartoe gedwongen door Verhagen, zijn uitspraak in dat de premier het terrorisme zou vergoelijken.

De ministers hamerden erop dat een absolute veiligheidsgarantie nooit gegeven kon worden, maar erkenden dat de aanslagen in Madrid meer nog dan die in New York op 11 september 2001 de noodzaak van aanscherping hadden vergroot. Donner: ,,We moeten na elke aanslag kijken of we wel voldoende hebben gedaan. Het gevaarlijkste moment is als we zeggen: zo is het genoeg.''

Uiteindelijk gingen diep in de nacht alle fracties akkoord met het in gang gezette beleid. De VVD hield haar kwalificaties ,,laks en naïef'' tot teleurstelling van Balkenende staande. ,,Terrorisme is geen oorlog die we gezocht hebben'', zo sloot Balkenende het debat af. ,,Het is ook geen oorlog waar we ons eenzijdig uit kunnnen terugtrekken door politiek toe te geven of ons moreel over te geven.''