Kamer eens met bijna alle aanbevelingen Blok

De Tweede Kamer heeft gisteren ingestemd met vrijwel alle aanbevelingen die de parlementaire onderzoekscommissie voor Integratiebeleid deed in haar rapport Bruggen Bouwen.

Daarin werd door de commissie-Blok het integratiebeleid in de afgelopen dertig jaar onderzocht en werden voorstellen gedaan voor een meer succesvol inburgeringsbeleid. CDA, VVD, SP en LPF vinden nog steeds dat de aanbevelingen te weinig concreet zijn, maar het rapport biedt volgens hen wel voldoende bouwstenen voor het toekomstige debat met de regering. Alle fracties in de Kamer onderschrijven de idee dat de nieuwkomer zelf (ook financieel) verantwoordelijkheid is voor de inburgering in Nederland.

Het Kamerlid Hirsi Ali (VVD) maakte in een stemverklaring duidelijk dat de liberalen vinden dat de integratie van nieuwkomers gebaat is bij een beperking van de immigratie. De commissie-Blok spreekt over ,,een realistische onderkenning van de migratiestromen''. Het Kamerlid Sterk (CDA) liet aantekenen dat het CDA weliswaar in grote lijnen instemt met het rapport Bruggen Bouwen, maar dat hiermee ,,geen eindconclusie'' wordt gegeven over het toekomstige integratiebeleid. Dat gebeurt later deze maand in het debat met de regering.

Twee van de 27 voorstellen van de commissie-Blok haalden het gisteren niet. Zo voelt een meerderheid van de Kamer niets voor het idee om de arbeidsdeelname van allochtonen apart te registreren. Het kabinet heeft de wet Samen, die daartoe verplichtte, onlangs onder protest van de linkse oppositie afgeschaft. Verder werd de aanbeveling verworpen om op basis van de voorstellen van de voormalige Taskforce Inburgering de kwaliteit van de inburgeringscursussen te verbeteren. Volgens de commissie-Blok is het rendement van de inburgeringscursussen nu te laag en is het aantal nieuwkomers dat daadwerkelijk binnen 600 uur één niveau stijgt, te gering.

Mede op basis van het rapport van de commissie-Blok komt het kabinet met eigen plannen. Na de debatten vorige week over het rapport-Blok werd duidelijk dat er een meerderheid is voor het voorstel van de regering om huwelijksmigranten te verplichten in het land van herkomst met de inburgering te beginnen. Ook zou de minimumhuwelijksleeftijd 21 in plaats van 18 jaar moeten zijn, en het inkomen van de ontvangende partner geen 70 maar 120 procent van het minimumloon. Ook pleitte de Kamer voor regioplannen voor sociale woningbouw en een geleidelijke toelating van immigranten tot de sociale zekerheid.