Goede en slechte scholen drijven uit elkaar

Vier van de tien scholen in de grote steden kunnen de veiligheid van leerlingen en personeel niet langer garanderen. Alle problemen komen er samen.

Van het een komt het ander, zegt onderwijsspecialist Zeki Arslan van multicultureel instituut Forum. Op vmbo-scholen in de grote steden is het lerarentekort het grootst, relatief veel leerlingen verlaten de school zonder diploma en krijgen weer vaker te maken met geweldsincidenten dan leeftijdgenoten op andere scholen. En hierdoor nemen de kansen van de leerlingen in het vervolgonderwijs alleen maar verder af. ,,Op de een of andere manier komen op school alle maatschappelijke kwesties samen'', zegt Arslan. ,,En ze lijken elkaar alleen maar te versterken.''

Deze ,,cumulatie van problemen'', zoals de Onderwijsinspectie ze in het gisteren gepresenteerde Onderwijsverslag noemde, bedreigt de middelbare scholen in toenemende mate. Volgens de inspectie dreigen in de grote steden zogeheten achterhoedescholen te ontstaan. Op dit moment scoort 4 procent van de scholen de kwalificatie `zwak', maar volgens inspecteur-generaal Kervezee kan dit percentage de komende jaren oplopen tot 15.

Een paar cijfers. Op 10 procent van de vmbo-scholen komen incidenten als beschadiging, diefstal en geweld wekelijks voor. Op havo- en vwo-scholen is dit 1 procent. Een op de vier middelbare scholen in de grote steden zegt door een toenemend aantal incidenten niet langer in te kunnen staan voor de veiligheid van personeel en leerlingen. Landelijk is dat circa een op de tien scholen. Voortijdig schoolverlaten komt in de grote steden 30 procent vaker voor dan in de rest van het land.

Een zorgelijke boodschap, maar geen nieuwe, zegt voorzitter Jan Gispen van het Onderwijsplatform G4. Hier zijn basis- en middelbare scholen van de vier grote steden in verenigd. Scholen in de stad moeten omgaan met veel grotere problemen dan in de rest van het land. Nergens zijn de wijken zo gesegregeerd en de leerachterstanden zo groot. ,,Bovendien, een kind kan alleen leren als de omgeving veilig is.''

Leerlingen in de grote steden moeten, meer nog dan andere kinderen, worstelen tussen drie culturen, zegt Gispen. ,,Ze moeten zich op school, thuis en op straat voortdurend aanpassen. Bij sommige pubers overheerst helaas de cultuur van de straat, met een heel eigen taal en gedrag.''

Eerder dit jaar schreven de scholen uit de vier grote steden een brief naar minister Van der Hoeven (Onderwijs, CDA). In de Randstad, schreven ze, is een concentratie van onderwijsproblematiek ontstaan, terwijl de politiek ,,met de rug naar de werkelijkheid'' staat. Preventief beleid wordt gefrustreerd door bezuinigingen op het bestrijden van leerachterstanden, gesubsidieerde conciërges moeten verdwijnen.

De overheid, beaamt onderwijsspecialist Arslan, heeft de afgelopen jaren de andere kant op gekeken toen de grotestadsscholen segregeerden. ,,Al jaren geleden waarschuwde het Sociaal en Cultureel Planbureau voor het verergeren van de problemen op scholen in de steden. Allochtone leerlingen stromen te weinig door naar het havo of vwo, autochtone leerlingen fietsen naar scholen in de randgemeenten. Van alle Marokkaanse leerlingen in Amsterdam zit tussen de 80 en 90 procent op het vmbo. Dit was te voorzien.''

Het samengaan van mavo en voorbereidend beroepsonderwijs tot vmbo, in 1999, werkte ook niet echt mee. Het voormalige vbo werd toen theoretischer, de mavo juist praktischer. Bovendien moesten scholieren met leer- en gedragsproblemen naar het regulier onderwijs. Zij konden niet langer terecht op lom-scholen of in het voortgezet speciaal onderwijs.

Arslan: ,,Iedereen begrijpt dat een leerling alleen in een rustige en veilige omgeving kan leren. Scholieren die de school niet langer kan handhaven, zouden weer apart van de rest van de klas gehouden moeten worden.'' Directeur Gispen van Onderwijsplatform G4 wil een `24-uursaanpak' van probleemjongeren. Meer samenwerking met de jeugdzorg, de Riaggs, schoolartsen én de ouders. Op iedere school zou een medewerker van de jeugdzorg moeten zitten. ,,De scholen kunnen niet alles alleen oplossen. Vaak zijn er nu al 86 diensten betrokken bij de zorg voor scholieren, maar die moeten beter samenwerken.''

Drie Rotterdamse vmbo-directeuren pleitten onlangs voor een harde aanpak van probleemjongeren, onder meer door het stichten van tuchtscholen. Omdat zij alleen een leerling van school kunnen sturen als een andere school die leerling vrijwillig opneemt, blijven onhandelbare scholieren in de praktijk vaak waar ze zijn.

Directeur Alfred Spaargaren van het Utrecht-Zuid College een vmbo-school met 90 procent allochtone leerlingen kent ze ook wel, de klieren die het de rest van de klas moeilijk maken. Maar in een hard, repressief beleid gelooft hij niet. ,,Alsof ik met camara's en detectiepoortjes de veiligheid wél zou kunnen garanderen.''

Spaargaren probeert zijn school op een andere manier veilig te maken. Klassen krijgen nog maar van een klein groepje docenten les, zodat leerling en leraar elkaar kennen. Scholieren moeten actief meewerken in de klas én daarbuiten. ,,Als we een schooldisco organiseren, wil ik ook dat ze meewerken. Zo wordt het ook wat meer hun school.'' Leraren worden aangespoord om lesstof voor leerlingen met taalachterstanden te herhalen, zodat ze niet afhaken.

De school heeft succes: het percentage leerlingen dat met een diploma van school gaat is in vier jaar tijd gestegen van 80 naar 90. Spijbelen komt veel minder vaak voor. De Onderwijsinspectie veranderde het oordeel van de school in die tijd van `matig' tot `voldoende/goed'.

Toch houden niet alleen politici, maar ook nog steeds veel scholen de ogen gesloten, vindt onderwijsspecialist Arslan. ,,Zij laten zich de eerste schooljaren nog te vaak verrassen. Op bijvoorbeeld de voorschool en de basisschool wordt vaak goed bijgehouden welke problemen leerlingen hebben. Soms hebben zij een gedragsstoornis, soms alleen een taalachterstand. Met die informatie kan een school beter inspelen op individuele problemen.''