Geen regels, maar instinct

Private equity, het bezit van grote pakketten niet aan de beurs genoteerde aandelen, is bezig een aandeelhouderscategorie van belang te worden. Vendex KBB wordt van de beurs gehaald door een consortium van drie van zulke private equity-fondsen; ook andere bedrijven vragen zich af wat ze nog op de beurs te zoeken hebben en zouden zich het liefst laten overnemen. Het is voor de directies van de betreffende ondernemingen een flink verlies van autonomie, maar niemand klaagt erover. Integendeel, overnemers die vroeger werden afgeschilderd als Barbarians at the Gate (vrij naar de titel van het boek van Borrough en Helyar over de dramatisch verlopen overname van R.J.R. Nabisco door KKR) krijgen nu bij hun aantreden een hagiografie aangeboden.

Wat is er aan de hand? De vraag is wat het betekent om het management te voeren van een onderneming die in handen is van een private equity fonds, en hoe dat te vergelijken is met het aansturen van een beursvennootschap.

Het is allang niet leuk meer om in de raad van bestuur te zitten van een beursgenoteerde onderneming. Ja het betaalt goed, maar daar is ongeveer alles mee gezegd. De onzekerheid en de afbreukrisico's zijn enorm, zeker sinds het in werking treden van de Code Tabaksblat en de Amerikaanse Sarbanes-Oxley wetgeving. Dat zijn regels die bedoeld zijn om beleggers voor onaangename verrassingen te behoeden, maar ze doen dat op een manier die het leven voor bestuurders grillig en onveilig maakt. Terwijl je met je werk bezig bent, kun je zo in de nek gesprongen worden door een meute Amerikaanse schadeclaim-advocaten. Of de volgende keer dat je op JFK bij de immigration staat, blijk je plotseling voor te komen op een lijst van strafrechtelijk gezochte figuren.

Daar komt bij dat je contract geldt voor vier jaar, dus daarna kun je op straat staan, smadelijk afgedankt in de volle schijnwerpers van de financiële publiciteit. Je kansen op een nieuwe baan zijn dan heel onzeker, en dus moet je wel zorgen dat je binnenhaalt wat er te halen valt in de korte tijd die je hebt. Tekengeld, maximaal salaris, maximaal opties en bonussen. De hyena's liggen overal hongerig op de loer, en dus staat je maar één ding te doen en dat is zelf ook hyena worden. En intussen heb je nul komma nul tijd en aandacht vrij om te doen waar je het eigenlijk voor deed – gezellig en nuttig bezig zijn met je producten, je mensen en je klanten. Nee, leuk is het allang niet meer.

,,Het belangrijkste ingrediënt voor het slagen van een participatie is de kwaliteit van het management.'' Dat is regel één van de geloofsbelijdenis van ieder venture capital of private equity-fonds. Dat is andere koek! Geen achterdocht en dreigementen, nee, respect en duidelijkheid. Voor zo'n club wil je graag werken! Je weet waar je mee bezig bent, namelijk een bedrijf succesvol maken, en je weet waar je het voor doet. Je salaris is niet exorbitant, maar als straks jouw bedrijf voor drie keer de koopprijs wordt verkocht, dan deel je mooi mee in de winst. Geen onvoorspelbare dingen als opties die zijn opgehangen aan de grillen van de beurs. Cash in en uit, het verschil is echte winst en daar deel je in. En vooral, de heerlijke vrijheid, nee de opdracht, je bezig te houden met wat er in jouw bedrijf toe doet. Dat is leuk, dat geeft energie!

Hoe ziet private equity eruit vanuit het perspectief van grote beleggers als pensioenfondsen en levensverzekeringsmaatschappijen? Zien die met lede ogen aan hoe er op de openbare kapitaalmarkten steeds minder te beleven valt? Integendeel, ze stoppen miljarden in de besloten fondsen. Voor hen is dit een alternatieve manier om aan te haken bij het succes van goede ondernemingen. De oude manier is die van aandelenbelangen via de beurs, waar regels over compliance en governance de dienst uitmaken. De nieuwe manier, die van private equity, vertrouwt niet op regels maar op het instinct, de kunde en de winstbelustheid van de fondsmanagers en de directies van de bedrijven die ze overnemen.

Twee concurrerende financiële markten, twee sturingsmodellen. De markt die vandaag de mooiste resultaten oplevert, trekt morgen meer klanten en kooplui. Waar alleen maar zuur geklaagd wordt over regels, en waar vooral de keuringsdienst van waren nadrukkelijk aanwezig is, daar wordt het stil. Het is er niet gezellig meer.

Sarbanes-Oxley, aangescherpte SEC-regels, de AFM, de Code Tabaksblat – het zijn niet zomaar wat extra spelregels. Ze veranderen het wezen van de markten. We kunnen beginnen te vermoeden in welke richting. Aandelenbeurzen worden voor ondernemingen, bestuurders en grote beleggers minder aantrekkelijk. De eigendom van ondernemingen en de handel erin verplaatst zich naar de informele markt van private equity. Dat is een markt van grote spelers, grote belangen, en directe en persoonlijke betrokkenheid van vermogensverschaffers, fondsmanagers en ondernemingsbestuurders. Grote jongens die niet zeuren. Wie betrouwbaarheid heeft bewezen, die krijgt opnieuw vertrouwen. Wie het eenmaal heeft verspeeld, kan opkrassen. Voor advocatentoernooien achteraf heeft niemand tijd.

Hoe komen de beurzen eruit te zien – Wall Street, Nasdaq, Euronext? Wat blijft daar achter? Worden dat gedesinfecteerde en hypergereguleerde supermarkten met eenheidsproducten die allemaal aan dezelfde inspectienormen voldoen? Markten voor risicomijdende klanten, beleggers die liever betalen voor extra waarborgen dan dat ze zelf hun risico- en rendementsafwegingen maken? Ze zullen krijgen wat ze wensen: minder avontuur, maar zeker ook minder plezier.

Beurzen worden consumentenmarkten. Grootverbruikers gaan naar de groothandelsmarkt en naar de producenten, waar met vakkennis en een goede neus nog wat te verdienen valt.