Foute koers

Na maandenlange stilte in het conflict tussen Israël en de Palestijnen kondigde president George W. Bush gisteren ineens een koerswijziging in het Amerikaanse Midden-Oostenbeleid aan die ingrijpende gevolgen kan hebben. In een brief aan de Israëlische premier Ariel Sharon maakt Bush duidelijk dat hij de annexatie steunt van delen van de sinds 1967 door Israël bezette Westelijke Jordaanoever. Als het aan de president ligt, mogen de Israëliërs de gebieden met de verstedelijkte nederzettingen op de Westoever houden. Tot nu was het Amerikaanse standpunt over de nederzettingenpolitiek dat deze een obstakel voor de vrede is. In zijn brief aan Sharon, die gisteren in Washington op bezoek was, schrijft Bush: ,,In het licht van nieuwe realiteiten op de grond, met inbegrip van de al bestaande grote Israëlische bevolkingscentra, is het onrealistisch te veronderstellen dat het resultaat van onderhandelingen over de uiteindelijke status een volledige en complete terugkeer achter de lijnen van de wapenstiltstand van 1949 zal zijn''.

Twee andere zaken uit de brief springen in het oog. Bush noemt Sharons initiatief om alle nederzettingen in Gaza te ontruimen `moedig en onverschrokken'. Van belang is ook zijn standpunt over het Palestijnse vluchtelingenvraagstuk. Een oplossing daarvoor moet buiten de grenzen van de joodse staat worden gezocht. Dit betekent dat de Palestijnse vluchtelingen en hun nazaten, die in 1948 uit Israël wegvluchtten en neerstreken in Gaza, de Westoever, Jordanië, Libanon, etcetera, niet meer terug mogen. Het Palestijnse uitgangspunt van het recht op terugkeer wordt daarmee ongedaan gemaakt. De vluchtelingen, schrijft Bush, zullen zich in een Palestijnse staat moeten vestigen als die er eenmaal is. Dit punt snijdt zeker hout. Terugkeer is in strijd met een twee-statenoplossing, zo goed als dit laatste beginsel zich ook niet verenigt met nederzettingen in Palestijns gebied.

Israëls nederzettingenpolitiek is altijd een splijtzwam geweest. Het is precies zoals de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Colin Powell, anderhalf jaar geleden zei: de bouw van nederzettingen ,,ontkracht de uitkomst van de onderhandelingen en verlamt de kans op vrede''. Bush zelf zei in een belangwekkende rede op 24 juni 2002 dat er een einde moet komen aan de Israëlische ,,nederzettingenactiviteit'' en, uiteindelijk, aan de bezetting die in 1967 begon. Hij aanvaardt nu als eerste Amerikaanse president de status quo van de grote nederzettingen op de Westoever. Helder is het zeker, maar het is niet het soort helderheid waar de wereld op zit te wachten. Over de legitimiteit is bovendien het laatste woord niet gesproken. Dit nieuwe Amerikaanse beleid staat op z'n minst op gespannen voet met VN-Veiligheidsraadresolutie 242, die de voorwaarden schept voor een `rechtvaardige en blijvende vrede' in het Midden-Oosten. En wat betekent het voor het Israëlische veiligheidshek in aanbouw? Dit ontwikkelt zich eveneens snel tot een `realiteit op de grond'.

Het vastgelopen vredesplan voor Israël en de Palestijnen, de `routekaart', loopt door Bush' nieuwe lijn averij op. De voldongen feiten van het vervallen van Palestijnse aanspraken op land en het recht op terugkeer zullen hun eigen gewelddadige dynamiek creëren. De regio, door Irak al een tijdbom, zal zich roeren. Met vrede heeft de koerswijziging van Bush voorlopig weinig te maken.