Debat normen en waarden is te beperkt

Premier Balkenende moet in het door hem gestimuleerde debat over normen en waarden verder kijken dan het eigen Nederlandse stoepje, vindt Paul van Seters.

Sinds zijn aantreden als premier in juni 2002 trekt Jan Peter Balkenende de aandacht met een morele kruistocht voor waarden en normen. Aanvankelijk waren de reacties van het publiek, de media en de politiek op deze kruistocht lacherig, en werd Balkenende afgedaan als moralist en fatsoensrakker. Geleidelijk is echter een kentering opgetreden in die reacties, en thans kunnen de uitlatingen en denkbeelden van Balkenende rekenen op een veel positievere ontvangst.

Bij een debat in de Tweede Kamer over ,,de erosie van de publieke moraal'' kreeg de premier begin maart opvallend veel steun voor zijn inzet, ook van liberale zijde, en ook van de oppositie. Naar aanleiding hiervan schreef de Volkskrant op 8 maart in een hoofdredactioneel commentaar: ,,Balkenende is erin geslaagd het normbesef van de natie op de maatschappelijke agenda te plaatsen.'' NRC Handelsblad deed daar nog een schepje bovenop door een dag later in een hoofdartikel Balkenende te omschrijven als ,,de absolute kampioen op het terrein van het spreken over waarden en normen''.

Nu het waarden- en normendebat eindelijk serieus lijkt te worden genomen, biedt dat de gelegenheid aandacht te vragen voor een opvallende blinde vlek in dat debat. Deze heeft rechtstreeks te maken met de rol van Balkenende. In de nationale discussie over waarden en normen van de afgelopen twee jaar ontbreekt iedere verwijzing naar de wereld buiten onze landsgrenzen.

Nederland globaliseert, dat wil zeggen dat Nederland steeds meer betrokken raakt bij en afhankelijk wordt van wat elders in de wereld gebeurt, maar dat speelt kennelijk geen enkele rol zodra we beginnen te praten over waarden en normen. Inderdaad, de discussie beperkt zich tot de problematiek van nationale waarden en normen. Hoogste tijd om ook serieus werk te maken van de mondiale dimensie van die problematiek.

Balkenende begon zijn kruistocht officieus met de rede die hij op 31 augustus hield voor het Christelijk-Sociaal Congres in Doorn. Omdat de overheid de afgelopen jaren had nagelaten ,,morele grenzen te stellen'', was de samenleving op allerlei manieren ,,uitgehold''; de politiek moest daarom ,,een morele dimensie terugkrijgen''. Ruim een maand later zette hij in een brief aan de Tweede Kamer zijn ideeën uiteen (`fatsoen moet je doen') en werd de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) om advies gevraagd over onder meer ,,de achterliggende vraag naar de fundamentele waarden en normen in onze samenleving''. Die vraag werd weliswaar expliciet in verband gebracht met wezenlijke maatschappelijke veranderingen, maar richtte zich vooral op wat binnen de nationale grenzen veranderde. Naar het wegvallen van die grenzen zelf (globalisering) en naar de gevolgen ervan voor de fundamentele waarden van een samenleving richtte de blik zich niet.

Anders dan Balkenende in zijn adviesaanvraag suggereerde, staan volgens het eind 2003 verschenen WRR-rapport in onze huidige samenleving gemeenschappelijke waarden en normen niet zozeer tegenover niet algemeen gedeelde respectievelijk conflicterende waarden en normen; beide complexen zijn met elkaar vervlochten en zij vormen samen het stelsel van waarden en normen dat onze moderne, pluriforme samenleving kenmerkt. Bij de WRR staat erkenning van de heterogeniteit van het huidige Nederlandse stelsel van waarden en normen voorop.

Tegelijkertijd valt op hoezeer de WRR de binnenwaartse blik van Balkenende en diens morele bijziendheid heeft overgenomen. Over de achtergrond van de veranderingen in onze samenleving is de WRR kort. Internationalisering (niet in het rijtje van Balkenende) en de Europese Unie (ook niet) worden anderhalve keer genoemd, maar niet of nauwelijks uitgewerkt. Het woord globalisering komt in het hele rapport niet voor. De waarden en normen van onze pluriforme samenleving zijn weliswaar radicaal heterogeen, maar lijken ook bij de WRR verankerd in door conventionele, nationale landsgrenzen afgeschermde samenlevingen.

Hetzelfde kan gezegd worden van het rapport over `De moraal in de publieke opinie' dat het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) een paar weken geleden uitbracht. Dat de toegenomen pluriformiteit van moderne samenlevingen verband houdt met het afnemende belang, of zelfs met de totale verdwijning van die grenzen, staat er niet in te lezen.

Balkenende heeft het waarden- en normendebat hoogstpersoonlijk van een nieuwe impuls voorzien, maar hij heeft het ook met een ernstige handicap opgezadeld. De WRR en het SCP hebben het initiatief van Balkenende ontegenzeggelijk op een hoger plan getild, maar blijven gevangen in het door Balkenende uitgezette spoor. Waarden en normen slaan op zaken die zich voordoen binnen de grenzen van de Nederlandse samenleving.

Onlangs heeft de premier aangekondigd tijdens het Nederlandse voorzitterschap van de Europese Unie in de tweede helft van dit jaar een internationale conferentie te willen organiseren over waarden en normen. Een mooi voornemen. Maar zou het niet vooral mooi zijn als die gelegenheid wordt benut eens verder te kijken dan het Nederlandse stoepje?

Paul van Seters is hoogleraar-directeur van het Instituut voor Globalisering en Duurzame Ontwikkeling (Globus) van de Universiteit van Tilburg.