Brynjolfsdottir danst kwetsbaar bij Scapino

Choreograaf Ed Wubbe houdt ervan zijn abstracte dans tegen een verhaal aan te zetten of omgekeerd vanuit een verhaal abstracte dans te creëren. In Sister Fury verwijst hij naar Tsjechovs De drie zusters. Wubbes geeft zijn drie gratiën een eigentijds snit mee: blote benen in vleeskleurige spitzen, zwart transparante kledij over net niet blote lijven. Bij aanvang en slot suggereren de drie hun lotsverbondenheid door verstrengeld te dansen: ze houden elkaar met de armen vast, de een leunt waar de ander steunt en zo om elkaar heen cirkelend verplaatsen ze zich in de ruimte die in het zwart gehouden decor vanzelf iets tijdloos heeft.

Op de achtergrond kijken twee bedienden zwijgzaam toe. Bij een tweede deel komen ze in actie en verdelen hun aandacht over de drie vrouwen die ze begeleiden bij duetten en een enkel trio. Vioolsolo's van Bach en Franz von Biber vormen een passend geluidsdecor – emotioneel rijk en toch sober van vorm. Twee projectieschermen werpen een mysterieus licht op de achterwand met flarden uit de toneeltekst. Bij het slot van de voorstelling is dat een waar grafische feest van duizelingwekkende woorden geworden.

In weerwil van Wubbes bedoeling om de woede, onmacht en frustraties uit te vergroten, zien we juist – en niet voor het eerst – dat zachtere emoties de boventoon voeren. Al zijn de armen en benen van gastdanseres Ilja Louwen nog zo grillig kronkelend en al draait Henna Lee nog zo spits en fel, het is de zachtere toets van de imposante Bonnie Doets die wint. In plaats van agressief en razend wanhopig is Sister Fury veeleer het toonbeeld van verzoening, van troost en tederheid en van berusting in dit gedeelde lijden.

Het werk van deze gerijpte choreograaf steekt met kop en schouders uit boven dat van zijn collega's. Unzip van Ederson Rodriguez Xavier heeft een mooi decor – een stalen gordijn dat soms als door bliksemschichten wordt belicht. Slagwerker Greg Smith zorgt ter plekke voor spannend slagwerk, de zeven dansers in dit mannenballet zijn fantastisch en zangeres Linda Bloemhard zingt en spreekt filosofische frasen. En nog gebeurt er voor je gevoel helemaal niets. Het dansidioom is een mix van Wubbe en Leine & Roebana – waar Rodriguez Xavier vroeger danste – niet origineel dus. Erger is dat de choreografie geen enkele ontwikkeling laat zien en alle spanning gaandeweg verdwijnt.

Annabelle Lopez Ochoa gaf Nocturne de ondertitel `voor mijn moeder, voor altijd' waarmee ze dit anekdotische ballet verklaart. Kennelijk heeft Ochoa zich in haar jeugd nogal moeten bevrijden van een al te brave burgeropvoeding. Dat is althans wat ze suggereert in dit naïeve ballet dat schaamteloos plukt uit de bewegingstaal van haar landgenoot De Keersmaeker. Wat dit dansdrama overeind houdt is het ontwapenende dansspel van Bryndis Brynjolfsdottir, onroerend kwetsbaar in haar kinderonderbroek en hemdje, tegenover dat van Mariëlla de Jong die haar moederlijk liefde subtiel weet uit te beelden.

Scapino Ballet Rotterdam met Unzip (choreografie Ederson Rodrigues Xavier), Nocturne (Annabelle Lopez Ochoa), Sister Fury (Ed Wubbe). Gezien: 8/4 Schouwburg Amsterdam. Tournee t/m 25/5. Inl.: 010-414 2414 of www.scapinoballet.nl