Zware kritiek op FBI en Ashcroft

De Amerikaanse federale recherche (FBI) en het Amerikaanse ministerie van Justitie hebben voorafgaand aan de aanslagen van 11 september 2001 onvoldoende oog gehad voor de dreiging van terreur. Aanwijzingen dat gevaar op komst was, waren er voldoende.

De onafhankelijke commissie die onderzoekt of de aanslagen voorkomen hadden kunnen worden, heeft zowel de FBI als minister van Justitie John Ashcroft zwaar bekritiseerd.

Commissievoorzitter Thomas Kean sprak van ,,een aanklacht tegen de FBI''. Een van twee tussentijdse rapporten gaat in op de talloze problemen die het functioneren van de FBI voor 11 september zouden hebben bemoeilijkt, zoals een tekort aan regio-analisten en vertalers en hiërarchisch verzet tegen organisatorische veranderingen.

De voormalige directeur van de FBI Louis Freeh, die gisteren eveneens werd gehoord, verzette zich tegen de beschuldigingen maar erkende dat Washington een verzoek tot het aantrekken van 1.895 nieuwe antiterrorisme-experts, gespecialiseerd in analyse en vertalingen, afwees.

De dienst kreeg uiteindelijk toestemming tot het aannemen van slechts 76 nieuwe mensen, aldus Freeh. Hij weigerde evenwel kritiek te leveren op het Congres of het ministerie van Justitie. ,,Het gaat er mij om te laten zien dat in het hele land geen prioriteit werd gegeven aan het probleem [van terreur].''

Ook Thomas Pickard, plaatsvervangend directeur van de FBI ten tijde van de aanslagen, erkende de personeelsproblemen. ,,Al-Qaeda trainde vijf keer zoveel mensen in hun kampen dan er bij de FBI en CIA examen deden'', zei hij.

Ashcroft werd ervan beschuldigd dat hij van het bestrijden van terreur geen speerpunt had gemaakt. Volgens de commissie zou hij zich meer hebben gericht op de bestrijding van de handel in drugs en andere criminaliteit. Volgens Pickard zou Ashcroft hem zelfs hebben gezegd dat ook hij geen prioriteit moest maken van terrorismebestrijding.

Ashcroft verzette zich fel tegen die beschuldigingen en wees liever op het vermeende gebrek aan aandacht voor het specifieke probleem binnen de regering van president Clinton. ,,Het simpele feit van 11 september is als volgt: we wisten niet dat een aanval ophanden was omdat onze regering bijna een decennium lang geen oog had voor haar vijanden. Onze agenten stonden alleen door de obstakels en beperkingen die de [vorige] regering had opgelegd.''