Zorgen over stabiliteit in Armenië

Zowel de Amerikaanse regering als de OVSE (Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa) maakt zich zorgen over de politieke instabiliteit in Armenië.

De Armeense oppositie probeert al sinds 5 maart het bewind van president Robert Kotsjarian met massabetogingen en sit-ins ten val te brengen.

De zorgen van de VS en de OVSE hebben mede betrekking op het geweld dat de politie gebruikt tegen de betogers. De woordvoerder van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken, Richard Boucher, riep gisteren de regering en de oppositie op een dialoog aan te gaan. Fysieke aanvallen, invallen in partijkantoren en arrestaties op grote schaal, aldus Boucher, ,,dragen niet bij tot het scheppen van een atmosfeer waarin een politieke dialoog op gang kan komen''.

De OVSE riep gisteren de Armeense president Robert Kotsjarian op geweld te mijden. De chef van de OVSE-missie in de Armeense hoofdstad Jerevan, Vladimir Priachin, sprak gisteren met Kotsjarian. Hij vroeg hem de politie tot matiging te bewegen. Ook moet Armenië volgens Priachin de kieswet aanpassen, de grondwet wijzigen en een wet op demonstraties aannemen.

De Armeense oppositie begon op 5 maart een campagne om Kotsjarian ten val te brengen. Daarbij hoopt ze volgens de president op een ,,Georgisch scenario''. In Georgië werd in november vorig jaar met geweldloze betogingen president Edoeard Sjevardnadze ten val gebracht. Zo'n ,,rozenrevolutie'' wil de Armeense oppositie in eigen land ook, maar volgens Kotsjarian gaat het eerder om ,,een zeepbelrevolutie'' die geen schijn van kans maakt. De Armeense politie heeft de afgelopen dagen veel geweld gebruikt bij het uiteendrijven van betogers. Maandagavond werden schokgranaten en stroomknuppels ingezet om vijfduizend zingende of slapende deelnemers aan een sit-in uit het centrum te verwijderen. Dertig mensen kwamen in het ziekenhuis terecht en tientallen mensen, onder wie enkele leiders van de oppositie, werden opgepakt. De politie viel de kantoren van twee oppositiepartijen binnen.

De oppositie verwijt Kotsjarian vervalsing van de parlements- en presidentsverkiezingen van maart 2003 en eist een referendum over zijn aanblijven. De regering verwijt de oppositie te hebben gezegd ,,niet bang te zijn voor rode vloeistof'' voor het bereiken van haar doel. Met die rode vloeistof zou bloed zijn bedoeld.