`Wie leeft van de zee, weet hoe 't werkt'

De omstreden zeehondenindustrie is weer booming. Canadese zeehondenjagers hebben geen begrip voor hun critici. Ze doen gewoon hun werk.

Een ,,geschenk uit de hemel'' noemt Lorenzo Coish, een geboren en getogen Newfoundlander, de opmerkelijke revival van de zeehondenjacht aan de Canadese oostkust. Coish levert scheepsmotoren aan vissers en bontjagers in dit ruige, economisch achtergebleven deel van Canada. Hij heeft het druk. Afgelopen zondag gingen zijn broer en andere maten de Atlantische Oceaan op voor de jaarlijkse bontjacht. Die is dit jaar sterk uitgebreid - de jagers mogen van de Canadese regering 350.000 zeehonden doden, het hoogste aantal in vijftig jaar.

,,Het is heel goed voor ons,'' zegt Coish vanuit Hillgrade, Newfoundland, een dorp aan de kust dat leeft van de producten van de zee. Sinds de kabeljauwvisserij aan banden is gelegd wegens overbevissing hebben de bewoners van dit afgelegen deel van Canada hun heil moeten zoeken in diversificatie. Er zijn bed & breakfasts voor toeristen. Vissers vangen nu krabben en kreeften, of garnalen. En, dit voorjaar, zeehonden voor extra inkomsten. ,,De jacht is niet zomaar voor de lol, het gaat om brood op de plank,'' betoogt Coish.

Enkele duizenden Newfoundlanders met vergunningen om op zeehonden te jagen zitten op dit moment op zee, zegt hij. In zo'n 350 vissersboten zijn ze uitgevaren. De dieren worden doodgeschoten met geweren, en een schip kan terugkeren met 500, 1000 of zelfs 1500 dode zeehonden.

Achter de geïntensiveerde jacht zit een opgelopen vraag naar zeehondenhuiden. Die zit de laatste jaren in de lift, en is hard op weg te herstellen van de vrije val in de jaren tachtig, toen de markt instortte als gevolg van campagnes van antibontgroepen. Import van het bont van de jongste dieren (`withuiden', tot 12 dagen oud) werd toen verboden in West-Europa en wegens de wreedheid van de praktijk om deze hulpeloze babyzeehondjes dood te knuppelen. Inmiddels is de binnenlandse markt voor zeehondenbont echter aangetrokken en zijn er nieuwe markten in Oost-Europa, Rusland en China.

Bovendien is de zeehondenpopulatie aan de Atlantische kust van Canada sterk gegroeid, tot meer dan vijf miljoen, zegt Steve Outhouse, woordvoerder van het ministerie van Visserij en Oceanen. Daarom zijn de jachtrestricties de afgelopen jaren versoepeld. Tussen vorig jaar en 2005 mag de zeehondenindustrie in Canada, veruit de grootste ter wereld, 975.000 dieren doden. Vorig jaar werden er 315.000 binnengehaald, het jaar ervoor 275.000. ,,De quota's zijn gebaseerd op wetenschap,'' zegt Outhouse. ,,De zeehondenbevolking in Canada is op dit moment enorm, dus een oogst op dit niveau is verantwoord.''

Dierenbeschermers huiveren echter van deze ,,oogst'', en hebben alarm geslagen. In een paginagrote advertentie in The New York Times beschuldigden organisaties als de Humane Society en het International Fund for Animal Welfare (IFAW) Canada ervan het doodknuppelen van babyzeehondjes weer oogluikend toe te staan. Lezers werd opgeroepen niet in Canada op vakantie te gaan en Canadese producten te boycotten. Afwezig onder de ondertekenaars was overigens Greenpeace; volgens een woordvoerder in Montreal heeft de milieuorganisatie nu andere prioriteiten, waaronder klimaatverandering.

Voor de IFAW, een organisatie die in de jaren zeventig en tachtig voorop liep bij de campagne tegen de bontjacht, staan de zeehonden opnieuw bovenaan. ,,Dit is niet alleen de grootste slachting van zeezoogdieren ter wereld, maar volgens ons ook een van de wreedste,'' zegt campagneleider Rebecca Aldworth, net terug van een observatie van de jacht per vliegtuig. ,,Wij zijn er getuigen van geweest dat dieren nog bewegen als ze worden opengesneden, dat ze levend over het ijs worden gesleept aan haken.''

Het ministerie van Visserij heeft regels opgesteld voor de bontjacht, waaronder een verbod op de jacht op withuiden en een eis dat een jager moet nagaan of de prooi echt dood is, door middel van een zogeheten `oogreflextest'. Mede wegens de internationale druk in het verleden zijn de jagers nu ,,veel gevoeliger voor de noodzaak om op een meer humane manier te opereren,'' zegt Outhouse. Volgens Aldworth heeft de Canadese overheid echter de middelen niet om de hand te houden aan die regels, en trekken de jagers zich er daarom weinig van aan.

Aldworth hoopt dat internationale druk en handelsboycots opnieuw een einde kunnen maken aan de zeehondenjacht. Ze heeft haar hoop gevestigd op Europa, de belangrijkste bestemming voor zeehondenbont, en dringt erop aan dat EU-landen het verbod op de invoer van withuiden zullen uitbreiden tot een algeheel importverbod op zeehondproducten. De zeehondenjacht, betoogt Aldworth, ,,vormt een zwarte vlek op de reputatie van Canada.''

Earle McCurdy, een vakbondsleider die vissers vertegenwoordigt in Newfoundland, betwist dat. ,,Voor een groot aantal vissers is het een van de voornaamste bronnen van inkomsten,'' zegt hij. Vorig jaar bracht de zeehondenjacht vissers 15 miljoen Canadese dollar (9,4 miljoen euro) op, ongeveer vier procent van de totale visserij-inkomsten. Niet onbehoorlijk voor gezinnen die elk dubbeltje moeten omdraaien - en wat arrogant van stadsmensen om te komen zeggen dat dat niet mag, meent McCurdy. ,,Er zijn kennelijk mensen die in de steden wonen die denken dat dierproducten in pakjes cellofaan komen,'' zegt hij. ,,Wie van het land leeft, of van de zee, weet dat er meer bij komt kijken.''

Bernie Halloran, afnemer van de zeehondenhuiden, vindt dat de rol van de antibontgroepen is uitgespeeld. Zijn bedrijf, Vogue Furriers, maakt zeehondenjacks en andere producten in St. John's, Newfoundland. De tegenstanders hebben de jagers bewuster gemaakt van wreedheid, maar verder moet iedereen zijn eigen keuze kunnen maken, meent hij. ,,Er is vraag genoeg,'' zegt hij. ,,De zeehondenbusiness is booming.''