Weerbarstige realiteit

President George W. Bush is stellig. Ondanks ,,een paar zware weken'' zullen de Verenigde Staten hun karwei in Irak afmaken. Hij houdt vast aan zijn voornemen de soevereiniteit op 30 juni over te dragen. De president ging gisteravond tijdens een live uitgezonden gesprek met de pers de confrontatie niet uit de weg. In feite maakte hij duidelijk dat de pacificatie en democratisering van Irak wat hem betreft hoofdthema's zijn voor de presidentsverkiezingen. Vergelijkingen met Vietnam noemt hij `vals'. Ook onderstreept hij dat in Irak geen burgeroorlog woedt. Hij voorziet een ,,formelere rol voor de NAVO'' en dringt aan op een nieuwe resolutie van de VN-Veiligheidsraad om meer landen bij de coalitie te betrekken. Bush' uitlatingen geven de kiezer in een tijd van slecht nieuws en schokkende beelden uit Irak een beetje hoop. Ze zijn tevens een belangrijk signaal aan de bondgenoten, zoals Nederland, dat met een troepenmacht in Zuid-Irak aanwezig is. Snel vertrekken of falen zijn geen opties, als het aan Bush ligt. Hij is bereid meer troepen te sturen als de legerleiding daar om vraagt.

De verwarring over Irak in de diverse hoofdsteden in de wereld, waaronder Washington, is met de woorden van Bush misschien weer even gesust. Maar dan moet de situatie niet verder verslechteren. Zijn opmerkingen scheppen verplichtingen. De belangrijkste daarvan is dat nu snel werk moet worden gemaakt van een politieke regeling in Irak. Hoe is het anders mogelijk de soevereiniteit over te dragen in minder dan tachtig dagen? Elk politiek arrangement dient op z'n minst uit te gaan van de realiteiten in het land, en veronderstelt een werkzaam plan voor nà 30 juni. Daarover is nog opvallend weinig vernomen. Bush wilde er gisteren zijn vingers niet aan branden.

Toch zal Bush eens met een preciezere toekomstvisie voor Irak moeten komen dan tot vervelens toe herhaalde mantra's over bevrijding en democratie. De opstandige geestelijk leider Muqtada Sadr en de zijnen zitten helemaal niet op democratie te wachten. De door hen ontketende revolte, die inderdaad nog geen burgeroorlog is maar wel kan uitgroeien tot een veel grotere shi'itische volksopstand, kan slechts door een politiek van containment en overleg in de hand worden gehouden. Dat betekent: de dialoog aangaan, compromissen sluiten. Uiteraard met een stok achter de deur, want zo werkt het nu eenmaal in een land waar de sterkste het laatste woord heeft. Maar het één is niet mogelijk zonder het ander. De dreiging van gewapend ingrijpen op plaatsen van verzet moet vergezeld gaan van politiek overleg. Militair-tactisch lijkt het juist om Muqtada Sadr te elimineren; politiek-strategisch daarentegen is het onverstandig. Voor hem tien anderen.

Bush' recente uitlatingen kunnen de weerbarstige realiteit in Irak niet meteen veranderen. Op een aantal plaatsen – maar niet overal – blijven moord, doodslag, gijzelingen en andere vormen van terreur aan de orde van de dag. Nadere uitleg over toekomstig beleid ontbreekt en het wankelmoedige gezelschap dat per 1 juli in Bagdad aan de slag moet, doet het ergste vrezen. Maar de VS gaan hun verantwoordelijkheden blijkens de woorden van de baas niet uit de weg. Met name de wetenschap dat er extra Amerikaanse troepen naar Irak kunnen, geeft enig houvast.