Suikerbeleid helpt armste landen niet

De zes grootste suikerbedrijven in de Europese Unie kregen in 2003 in totaal 819 miljoen euro aan exportsubsidies als gevolg van de bescherming van de Europese suikermarkt.

Speciale toegangsregelingen van de EU voor suiker uit de armste landen hebben maar een heel beperkt effect. Dit staat in een vandaag gepubliceerde studie van de internationale hulporganisatie Oxfam, waarbij ook het Nederlandse ontwikkelingshulporganisatie Novib is aangesloten.

De meeste exportsubsidie gaat met 236 miljoen euro naar het Franse bedrijf Beghin Say, gevolgd door het Duitse Südzucker met 201 miljoen euro.

Drie van de armste landen – Ethiopie, Mozambique en Malawi – verloren sinds 2001 238 miljoen dollar aan potentiële inkomsten doordat zij slechts beperkt toegang kregen tot de EU.

In 2001 ging een nieuwe preferentiële regeling voor import uit de armste landen van start (`Everything but arms'), maar volgens Oxfam heeft dit initiatief suikerboeren in deze landen ,,marginaal'' geholpen. De suikerimport uit de armste landen bedraagt 1 procent van de consumptie in de EU. Oxfam spreekt van een ,,beschamend gebrek aan samenhang'' tussen hulp- en handelsbeleid. ,,Voor elke 3 dollar hulp die de EU aan Mozambique verstrekt, neemt het 1 dollar terug door beperkingen op de markttoegang voor suiker.''

Suiker is het meest beschermde landbouwproduct in de EU met garantieprijzen en quotaregelingen. De EU-prijs is 2 tot 3 maal hoger dan de wereldmarktprijs. Jaarlijks geeft de EU 1,3 miljard aan exportsubsidies uit. Volgens Oxfam is daarnaast sprake van ongeveer 833 miljoen euro ,,verborgen steun'' voor dumping van ongesubsidieerde suiker om het verschil tussen productiekosten en exportprijs goed te maken.

Het huidige suikerregime loopt op 1 juli 2006 af. Eurocommissaris Fischler (Landbouw) kwam vorig jaar met politiek gevoelige hervormingsvoorstellen. Hij legde drie opties op tafel: status quo handhaven, verlaging van de suikerprijs, volledige liberalisering. Fischlers eigen voorkeur gaat uit naar verlaging van de garantieprijzen. Hij wil ook tegemoetkomen aan zorgen van de armste landen, die de concurrentie uit landen als Brazilië vrezen. Ook volgens Oxfam zou een volledige liberalisering van de suikermarkt of een te vergaande prijsverlaging de suikerproductie in de armste landen schaden, omdat hun exportprijzen zijn gekoppeld aan de Europese garantieprijzen. Vorig jaar dienden Brazilië, Thailand en Australië bij de Wereldhandelsorganisatie (WTO) een klacht in tegen het Europese suikerregime.