MÚM

Als een kinderkoor dat verdwaald is in een sprookjeslandschap, overschaduwd door gletsjers die koortsige nachtmerries lijken te ademen. Zo ongeveer klinkt Summer Make Good, van het jonge IJslandse collectief Múm. Op deze derde cd is de groep verder heen dan ooit tevoren: experimenteler, met nog minder respect voor vorm of ritme. De nummers lijken opgebouwd uit flarden, die af en toe pastoraal klinken om nooit lang daarna een treffend contrast te ontmoeten in de vorm van een schurende of prikkelende klank. De viriele rocktraditie lijkt verder weg dan ooit op een plaat zonder haast. De kindstemmetjes van de beide zangeressen zijn wat irritant, maar binnen het totale, van een vervreemdende schoonheid glanzende geluidsbeeld, schijnt het allemaal te kloppen. Het schemert flink op Summer Make Good, dat klinkt als een pure studioconstructie. Desondanks is Múm zaterdag live te zien, op het Rotterdamse Motel Mozaique-festival.

Múm: Summer Make Good (Fat Cat, distr. PIAS)