Meesterlijke eenvoud Dreyer in films vol prangende vragen

`The gloomy Dane' is de bijnaam van regisseur Carl Theodor Dreyer (1889-1968). Het is een passende, maar beperkte kwalificering van zijn werk. Veel vreugde is er inderdaad niet te vinden in zijn films, die zowel de zwijgende als geluidsfilmperiode omvatten. Dreyer draaide films in Denemarken, Noorwegen, Duitsland en Frankrijk. Hij kreeg een permanente ereplaats in de filmgeschiedenisboeken met zijn grotendeels uit close-ups van hoofdrolspeelster Maria Falconetti bestaande reconstructie van het proces tegen de maagd van Orléans, La passion de Jeanne d'Arc (1928).

Het nu aan hem gewijde retrospectief, dat negen van zijn vijftien films vertoont, probeert terecht aan te tonen dat Dreyer meer interessante films maakte dan die ene beroemde. Het moet toegejuicht worden dat een aantal van zijn vroege zwijgende films te zien is, waaronder de komedie Master of the House (1925) – de vertaalde Deense titel spreekt boekdelen over het thema: gij zult uw vrouw eren – en het homo-erotische `kammerspiel' Mikaël (1924).

Het retrospectief is een uitgelezen kans (opnieuw) kennis te maken met zijn drie laatste meesterwerken: Vredens dag (1943), Ordet (1954) en Gertrud (1964). Hier in is te zien wat Dreyer bijzonder maakt: het zijn niet-eenvoudige films in een uiterst eenvoudige stijl. Dreyer monteert nauwelijks, de acteerstijl is minimaal, de decors zijn simpel en de camera beweegt alleen als de acteurs opstaan, een stukje lopen en weer gaan zitten. In Vredens dag (in het Engels: Day of Wrath) en Ordet speelt religie een grote rol.

Vredens dag speelt zich af tijdens de heksenvervolgingen wanneer de angst voor heksen zo groot is – ze zouden beschikken over leven en dood – dat ze koste wat kost op de brandstapel moeten. In een statig tempo ontwikkelt zich een verhaal over de liefde tussen Anne en Martin, een relatie die gecompliceerd is doordat Anne getrouwd is met de vader van Martin, een strenge dominee en inquisiteur. Wat Vredens dag nog minder eenvoudig maakt, is de vraag of Anne een heks is. Dreyer houdt die kwestie ambigu. Ze zou een heks kunnen zijn, maar misschien kiest ze voor de brandstapel omdat Martin haar liefde plotsklaps ontkent.

Ordet gaat over de prangende vraag welke vorm van religie het best is: een strikt orthodox, dogmatisch geloof of een meer persoonlijke invulling van religieuze gevoelens. Dreyer bouwt langzaam naar een climax – een fameuze herrijzenisscène – die zelfs de meest agnostisch ingestelde bezoeker niet koud zal laten.

Zijn laatste film, Gertrud, is nog gedragener. In lange camera-instellingen laat Dreyer zich kennen als voorloper van die andere Deen, Lars von Trier, die ook graag vertelt over lijdzame en lijdende vrouwen: Amor Omnia (liefde is alles) wil Gertrud graag op haar graf hebben, ook al leidt het tot zelfverkozen, geïsoleerd en eenzaam ballingschap.

Retrospectief Carl-Theodor Dreyer. 14 t/m 28 april. In: Filmhuis Den Haag en Filmmuseum, Amsterdam.