Mag een minister een ambtenaar schaden?

Gevangenisdirecteur Van Huet stapt naar de rechter omdat hij wil dat minister Donner (Justitie) onjuistheden rechtzet.

Niet iedereen zal het verhaal van de bajesdirecteur en de minister nog kunnen volgen. Ruim een maand geleden sprak minister Donner (Justitie) in de Kamer harde woorden aan het adres van Jacques van Huet, directeur van de penitentiaire inrichting Noord-Holland-Noord. Van Huet, ook voorzitter van de vereniging van gevangenisdirecteuren VDPI, had het volgens de minister te bont gemaakt met openbare kritiek op het nieuwe detentiebeleid. ,,Het past ambtelijke leidinggevenden niet om publiekelijk twijfel te zaaien over de ingezette beleidslijnen'', zei Donner. Er was geen sprake van één foutje, het ging om ,,een reeks incidenten'' waardoor een ,,vertrouwensbreuk'' was ontstaan: als een directeur ,,uitgezet'' beleid niet kan accepteren wordt zijn positie onhoudbaar. ,,Ik heb dan liever iemand anders op die functie.''

Dat was 9 maart. Maar nu, 14 april, is Van Huet nog altijd directeur van de bajes in Heerhugowaard. Terwijl hem al in december door het ministerie te kennen is gegeven dat men met hem wilde bespreken ,,op welke wijze uw dienstverband een einde kan vinden''.

Donner sprak er pas in maart in het parlement over omdat de zaak niet eerder bekend werd. Het had een wonderlijke aanloop. Eerst onthulde Trouw op 6 maart dat kritiek op het beleid Van Huet de kop had gekost. Daarop sprak het ministerie dat in een persbericht tegen. Voor de microfoon van het Radio 1 Journaal benadrukte Donner hierna dat het erom ging dat directeuren zijn beleid loyaal uitvoeren. Waarna een brief aan Van Huet uitlekte die duidelijk maakte dat diens openlijke kritiek de hoofdreden van het vertrek was. Normaal bemoeit de Kamer zich niet met personeelsbeleid van departementen. Maar bij zoveel onhelderheid besloten enkele fracties die ban te breken, en Donner naar de Kamer te roepen.

Met de uitleg van Donner _ dat het om aanhoudende kritiek op door de Kamer goedgekeurd beleid ging _ leek het zaakje gesloten. Maar dat was het niet. Al een week na het debat viel bij het ministerie een uitvoerig bezwaarschrift van Van Huet in de bus. Daarin zet de advocaat van de bajesdirecteur, G.H.L. Weesing, uiteen dat de minister zich ,,defamerend en grievend'' over Van Huet heeft uitgelaten, dat hij kennelijk ,,onjuist'' is voorgelicht door ambtenaren, en dat de bewindsman eerst Van Huet had moeten horen alvorens zulke vergaande kritiek openbaar te maken.

Uit het bezwaarschrift blijkt dat het zaakje, althans volgens Van Huet, ingewikkelder in elkaar zit dan de minister de Kamer voorhield. Het is een feit dat de ergernis van Donner over Van Huets openbare optreden al van begin 2003 stamt, toen die zich – tijdens de verkiezingscampagne – in Nova kritisch uitliet over het voornemen van Donner twee gevangenen op één cel te plaatsen.

Hierover is hij mei vorig jaar geïnformeerd in een brief door directeur-generaal M. Houwer. In een aansluitend gesprek werd afgesproken dat Van Huet voortaan ,,terughoudend'' zou zijn in de media, aldus Donner in de Kamer. Maar volgens Van Huet werd alleen overeengekomen dat hij voortaan duidelijk zou maken dat hij spreekt als vakbondsvoorzitter, niet als directeur, aldus zijn verweer. In elk geval geen grote kwestie, stelt Van Huet, aangezien hij hierna, in juli 2003, na een functioneringsgesprek werd bevorderd.

Van Huet hield zich aan de afspraken bij de volgende steen des aanstoots, een uitzending van het NOS Journaal november vorig jaar, waarin hij als voorzitter van de vakbond kritiek leverde op een ambtelijk plan. Daarna uitte hij zich in november kritisch over het beleid in een afscheidsspeech voor een vertrekkende collega. Een optreden namens de vakbond op een ,,besloten bijeenkomst'', aldus Van Huet, en dus niet in strijd met gemaakte afspraken. Niettemin bleek dit aanleiding voor een gesprek met met de hoofddirecteur Justitiële Inrichtingen, P. Jägers, over het einde van zijn directeursschap.Van Huet stelt, kort gezegd, dat hij alleen als vakbondsman openbare kritiek heeft geuit, en alleen op beleidsplannen – niet als de Kamer plannen had goedgekeurd. Dat is iets heel anders dan Donner stelde. En nu hij nog altijd in functie is, en de minister weigert zijn kritiek recht te zetten, is zijn gezag intern zozeer aangetast dat hem het dagelijks werken onmogelijk wordt gemaakt. Vandaar de stap naar de rechter om herroeping af te dwingen.

Een vraag is of dat principieel mogelijk is. Een minister is onschendbaar. Hij mag in de Kamer zeggen wat hij wil. Maar mag hij ambtenaren ook beschadigen met incorrecte argumenten, en zonder de betreffende ambtenaar eerst te horen? Mooie vragen voor een hoogoplopend langlopend geschil. De vraag is of partijen daarvoor het uithoudingsvermogen hebben. Van Huet kiest voor een kort geding, vraagt dus een voorlopige voorziening, waarna beroeps- en bodemprocedures nog jaren kunnen nemen. Voor beide betrokkenen staat hun openbare geloofwaardigheid op het spel, dus dóórprocederen zal voor een van de twee altijd weer aantrekkelijk zijn.