Lavendel

Theo Koomen, woekeren met de waarheid heette de documentaire over het leven van de sportverslaggever die maandagavond op een menselijk tijdstip door de KRO werd uitgezonden.

Theo Koomen verongelukte twintig jaar geleden in zijn auto, maar het raadsel-Koomen had ik tot op de dag van vandaag nog niet doorgrond. Misschien dat documentairemaker Coen Verbraak iets van een sleutel zou kunnen aandragen?

Woekeren met de waarheid.

Ik zat als archiefmateriaal in de documentaire, etappe naar Alpe d'Huez 1981, televisiebeeld waaronder het radioverslag van Koomen was gemonteerd.

Ik herinner me die dag. Ik won. Voor het avondeten zag ik een korte samenvatting op de Franse televisie. Beeld strookte niet met de ervaring. De ervaring was er een van een genadeloos instorten terwijl het er op het scherm nog redelijk uitzag. Ik zag die beelden net nadat een infuusfles in mijn arm was leeggelopen. De ploegdokter had terecht ingegrepen, ik was een debutantje van 23, veel te jong om zo vroeg zo diep te gaan.

(Niet dat die infuusfles iets uitmaakte. Pas drie maanden nadien voelde ik iets van herstel).

Een week later werd ik in een koets door mijn geboortedorp gereden. In het gemeenschapshuis vond een grootse receptie plaats waarbij op zeker moment een bandje met het extatische verslag van Theo Koomen werd afgedraaid. Het gaatje van de infuusnaald was nog zichtbaar, maar de menigte beleefde een en ander of de uitkomst nog onzeker was. De menigte juichte bij de goede afloop, maar ik kende ondertussen de prijs die betaald was. De menigte had meer zin in de waarheid van Theo Koomen dan in de mijne.

Theo Koomen reed zich te pletter op een tegenligger in de nacht van 4 op 5 april 1984, dus na het sluiten van de krant. Uit mijn archief haal ik de voorpagina van 6 april van het toenmalige Dagblad voor Noord-Limburg tevoorschijn, waarop kond wordt gedaan van zijn verscheiden. Op een foto wordt het wrak getoond van een auto dat inmiddels tussen andere wrakken op het achterterrein van een garage is ondergebracht. Eén monteur kijkt ernaar met de handen in de zij, een andere steekt zijn kop onder het rechterachterspatbord.

Op pagina 2 een necrologie. De schrijver vraagt zich af wat Koomen deed. Versloeg hij sport? Maakte hij cabaret? Was hij journalist of speelde hij gewoon de rol van de dolenthousiaste buurman?

De documentaire van Coen Verbraak laat mensen aan het woord die pogen dezelfde vragen te beantwoorden. Aan het slot neemt Verbraak een paar geluidsfragmenten op die me totaal onbekend zijn en die genoemd worden `de predikingen'. Koomen, mislukt op het seminarie, predikte vanaf de duo-zit op de motor, op zondagochtenden het ware geloof tijdens de Tour de France. Met overrijpe stem bezingt hij de lavendel in de Vercors; en dat die lavendel zich onmogelijk uit het niets heeft kunnen ontpoppen. Koomen lijkt in een trance te geraken. Hij gaat huilen, hij lijkt zich te verliezen.

Koomen begreep dat na de lavendel de wielrenner komt. En daarna is er niet zo veel meer te beleven.