Kinderrechter gelooft niet in repressie alleen

Jonge criminelen alleen maar opsluiten heeft geen zin, vinden kinderrechters. Deze jongeren hebben een behandeling nodig.

Hij hoort het in het café, op verjaardagsfeestjes, bij de bakker. ,,Jonge crimineeltjes moeten hard worden aangepakt. We straffen te mild. Ze moeten gewoon worden opgesloten.''

Vincent Maas, algemeen directeur van de particuliere justitiële jeugdinrichting Harreveld, waar jongeren worden behandeld die zeer zware delicten hebben gepleegd, schudt zijn hoofd. ,,De Nederlandse samenleving lijkt deze kinderen uit te stoten. Het klimaat wordt steeds repressiever.''

Hij begrijpt het wel. De misdaden die sommige jongeren op hun geweten hebben zijn ook buitengewoon ernstig. Morgen staat Murat D., de nu 17-jarige scholier die heeft bekend de onderdirecteur van het Haagse Terra College te hebben doodgeschoten, voor de rechter in Den Haag.

,,Het is ook lastig'', zegt Maas, ,,om zo'n jongen nog toekomstperspectief te gunnen, maar we hebben het wel over kinderen.''

,,Toch zou ik met de mensen die `knoop Murat op' roepen, een pilsje willen drinken'', zegt Maas. ,,Kinderen en jongeren die een ernstig delict plegen moeten worden behandeld. Dat is de taak van een beschaafd land. Met een behandeling kan je mogelijk iets oplossen, met tucht en repressie niet. Ik ben ervan overtuigd dat, als ik dóórvraag, veel mensen het uiteindelijk met me eens zullen zijn.''

Veel kinderrechters zijn het met hem eens. Die klagen niet over de beperkte straf die ze aan jongeren kunnen opleggen. De maximumvrijheidsstraf van twee jaar leggen ze nauwelijks op. Des te meer klagen zij over de beperkte mogelijkheden die ze hebben om jonge criminelen te laten behandelen. Want de jongeren die zij te zien krijgen zijn vaak óf ernstig gedragsgestoord, óf psychisch gestoord, óf allebei.

,,Ik wil behandelen en liefst zo snel mogelijk'', zegt Jans Olthof, kinderrechter in Almelo. Maar voor de intensieve, gespecialiseerde behandeling die jonge criminelen nodig hebben is vaak geen plaats. De enige optie is dan gesloten plaatsing. Dat wil zeggen: naar de jeugdgevangenis.

Uit recent onderzoek blijkt dat 90 procent van de jongeren die een straf van meer dan drieënhalve maand in een jeugdgevangenis uitzitten of veroordeeld zijn tot plaatsing in een inrichting voor jeugdigen (PIJ, een soort jeugd-tbs) psychiatrische stoornissen heeft. ,,In de meeste jeugdgevangenissen wordt wel begeleiding gegeven, maar dat is voor deze groep meestal niet toereikend'', zegt kinderrechter Frans van der Reijt van de rechtbank in Den Bosch en voorzitter van de werkgroep van kinderrechters. ,,De behandeling is er voornamelijk op gericht iemand weer maatschappijfähig te maken.''

Jaarlijks komen ongeveer 41.000 jongeren in een politiecel terecht. Zo'n achtduizend van hen moeten voor de kinderrechter verschijnen. Zij blijven meestal enkele weken in voorlopige hechtenis.

Zo'n zeshonderd jongens (en een enkel meisje) kijgen een gevangenisstraf van langer dan drieënhalve maand of een PIJ. Ze hebben meestal een ernstig zeden- of gewelddelict gepleegd.

,,Ik stuur jongeren naar de jeugdgevangenis omdat ik geen andere mogelijkheid heb'', zegt Van der Reijt. Hij vindt het eigenlijk zinloos om een 17-jarige te straffen. ,,Voor bijsturen is dat al te laat.'' Volgens Van der Reijt had zo'n jongen in een veel eerder stadium zeer intensieve begeleiding in zijn eigen omgeving moeten krijgen.

Hij verwijt de geestelijke gezondheidszorg voor de jeugd (jeugd-GGZ) die verantwoordelijkheid niet te nemen. De jeugd-GGZ werkt volgens hem met de hoogste graad van specialisatie aan de lichtste gevallen. ,,Maar jongeren met ernstige psychische stoornissen of zware gedragsproblemen hebben ze liever niet. Natuurlijk is het vervelend als een jongen van vijftien rattengif in het kopje koffie van zijn behandelaar doet'', zegt Van der Reijt: ,,Maar dan moet je niet roepen: wegwezen! Nee, dan moet je behandelen. Zíj hebben de expertise.''

De forensische jeugdpsychiatrische polikliniek de Viersprong in Halsteren is een van de weinige GGZ-instellingen die wél jonge boefjes behandelen. ,,Opsluiten is alleen nuttig voor de slachtoffers'', zegt projectleider Wim van Geffen. Maar de dader én de belastingbetaler schieten er weinig mee op, vindt hij. ,,Het effect is nihil. Als de straf erop zit, is er niets veranderd in het gezin, in de buurt of op school. De kans dat zo'n jongen terugvalt is levensgroot. Je kunt je veel beter richten op behandelprogramma's waarvan het effect is bewezen. Vooral in de VS is daar veel onderzoek naar gedaan.''

Kinderrechters in Almelo, Amsterdam en Den Bosch hebben via het strafrecht een manier gecre-

eerd om jongeren die verhoogd risico lopen op crimineel gedrag in een vroeg stadium intensief te begeleiden. Volgens Jans Olthof, kinderrechter in Almelo, moet je niet wachten met ingrijpen tot een jongere zestien of zeventien jaar is. ,,Die zijn nauwelijks nog kneedbaar.'' Hij vindt dat bij dertien-, veertienjarigen, zo mogelijk meteen bij het eerste vergrijp, stevig moet worden ingegrepen. ,,Bij aanstormend crimineel talent weet je: als we nu niets doen, wordt het niets meer.''

Het grootste probleem is volgens kinderrechter Olthof dat het drie tot zes maanden duurt, of soms nog veel langer, voordat een kind na het plegen van een delict voor de rechter staat. Zijn Amsterdamse collega Han Bartels: ,,Dus een kind kraakt een auto of steelt een mobieltje. Een half jaar later moet hij zich verantwoorden en volgt de straf. Dat werkt niet bij deze kinderen. Ons jeugdrecht is pedagogisch niet slagvaardig. Dat is vreselijk onhandig.''

In Almelo, Amsterdam en Den Bosch doen ze het daarom zo: een jongere wordt na het eerste delict meteen voorgeleid aan de rechter-commissaris. De voorlopige hechtenis wordt geschorst, mits hij akkoord gaat met verplichte zeer intensieve begeleiding door de jeugdreclassering. ,,En dat betekent écht een zeer gestructureerd programma van 's morgens tot 's avonds dat wordt gecontroleerd'', zegt Bartels. ,,Meestal doen ze dat wel, want ze hebben net een paar dagen vastgezeten.'' Daarnaast krijgt de jongere een leer- of werkstraf. Als hij die goed maakt, krijgt hij op de zitting een paar maanden later geen onvoorwaardelijke straf meer. Maar hij houdt nog wel twee jaar verplichte begeleiding door de jeugdreclassering. De enkeling die zich niet aan de afspraken houdt, krijgt onvoorwaardelijke jeugddetentie.

Iedereen is tevreden in Amsterdam, Almelo en Den Bosch, want de snelle aanpak lijkt te werken. Verreweg de meeste kinderen zien de kinderrechters niet meer terug. ,,Maar het lukt alleen als iedereen meedoet'', zegt Bartels. De raad voor de kinderbescherming, de jeugdreclassering en de officier van justitie. ,,Het is een wat creatieve toepassing van het jeugdstrafrecht'', zegt Olthof. ,,Maar we halen er prima resultaten mee. En bij deze groep risicokinderen hebben we het strafrecht nu eenmaal nodig.''