Investeer in ex-gedetineerden

Het is onverstandig te bezuinigen op de begeleiding van ex-gedetineerden. Zorg voor werk en zij belanden veel minder snel weer op het slechte pad, menen Peter Scholten en Jos Verhoeven.

De kost gaat voor de baat uit. Dit geldt niet alleen voor investeringen in bedrijven, maar ook voor het ondersteunen van kansarmen in de samenleving. En dus zeker ook voor (ex)gedetineerden. Het kabinet, en meer in het bijzonder het ministerie van Justitie, lijkt bij de gedetineerden deze bedrijfskundige logica overboord te hebben gezet. Het beleid om gevangenisregimes te versoberen is namelijk een typerend voorbeeld van gebrek aan ondernemersvisie. Het maakt de samenleving niet veiliger (kabinetsdoelstelling) en kost uiteindelijk meer geld dan het oplevert.

Criminaliteit kost de samenleving veel geld. Dat begint bij het delict. Vervolgens kost de opsporing handenvol geld. Dan volgt de rechtsgang. Die is ook bepaald niet gratis. De wetsovertreder dient daarna zijn straf uit in een kostenverslindende strafinrichting. Vervolgens staat hij weer op straat en doet hij, bij gebrek aan werk, een beroep op de sociale voorzieningen.

Jaarlijks verlaten 30.000 mensen de gevangenis. Alleen al om financiële redenen is het zaak er alles aan te doen om te zorgen dat minder mensen in de strafrechtketen terechtkomen. Uit onderzoek blijkt dat een baan een goede maatstaf is om te kunnen bepalen of een ex-veroordeelde weer in de fout zal gaan. Zonder baan blijkt 85 tot 90 procent opnieuw in het strafrechtsysteem terecht te komen. Van degenen die een baan hebben en daar wat extra begeleiding bij krijgen, recidiveert `slechts' 33procent.

Kosten en opbrengsten zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Ook in de `sociale' sector. De minister van Justitie kan er nu voor kiezen te snijden in de budgetten voor resocialisatie en arbeidsrehabilitatie, maar zijn gewin is van korte duur. Hij vergeet namelijk een analyse te maken van de te verwachten opbrengsten versus de kosten. En nu een beetje besparen om straks 90 procent van de klandizie terug te zien aan de gevangenispoort, getuigt niet van ondernemersvisie.

Toegegeven, sommige reclasseringsinspanningen mogen tot weinig resultaat geleid hebben, enkele specifieke arbeidsrehabilitatieprojecten laten een heel ander beeld zien. In de vroege jaren '90 scoorde het Huis van Bewaring aan de Amsterdamse Havenstraat geweldige resultaten met inspanningen om ex-gedetineerden op booreilanden te werk te stellen. Later in de jaren '90 scoorde oud-gevangenisdirecteur Hans Helgers met zijn `Binnenste Buiten programma van PTK de Corridor' 38 procent recidive. In de beginjaren van dit millennium ten slotte bewijst het programma Werkblad van reïntegratiebedrijf United Restart opnieuw dat investeren loont, want ook zij reduceren recidive tot 33 procent.

De makke is echter dat bovengenoemde voorbeelden van tijdelijke aard zijn. Er wordt niet blijvend in geïnvesteerd. Wanneer de opbrengsten van investeringen gemeten zouden worden, zou een ondernemende overheid het beleid snel bijstellen.

Maar het tegendeel gebeurt. De motivatie om te bezuinigen wordt gezocht in een afbrokkelend maatschappelijk draagvlak. Versoberen, `opsluiten en de sleutel weggooien'. Het klinkt allemaal heel stoer en past bij de tijdgeest. Maar wijs is het niet.

Peter Scholten is partner bij Scholten en Franssen VOF en auteur van het boek `Maatschappelijk rendement gemeten'. Jos Verhoeven is directeur van Start Foundation, een stichting die streeft naar een arbeidsmarkt waar iedereen welkom is.