Help jonge moslims zelf na te denken

Er is veel kritiek op de islam, en daarbij worden steeds weer bepaalde verzen uit de koran aangehaald of andere heilige teksten geciteerd om te `bewijzen' dat de islam vreselijk verouderd is. Dat zijn vaak eenzijdige discussies. In het publieke debat blijken ook talentvolle moslimjongeren meestal niet in staat tot een weerwoord op basis van rationale gelijkwaardigheid. Zo blijft het debat steken in algemeenheden en worden er vaak loopgraven betrokken, zonder dat er een echte dialoog ontstaat, zoals ook Gerrit Steunebrink constateerde (Opiniepagina, 6 april).

Critici die allerlei koranverzen citeren, gaan er vaak aan voorbij dat je originele islamitische teksten natuurlijk niet alleen moet beoordelen op letterlijke tekst, maar ook op de bedoeling van de tekst en op de context. Maar ook binnen moslimgemeenschappen wordt dit nog veel te weinig erkend. Moslimjongeren worden vaak opgeleid volgens het aloude systeem, waarin kennis betekent: uit het hoofd leren en het aannemen van slechts één waarheid.

Een voorbeeld is te vinden in het tussen taai geworden `hoofddoekendebat'. Critici als Ayaan Hirsi Ali laten hierin vooral horen dat de hoofddoek de integratie belemmert, onderdrukt of van een ongewenst politiek bewustzijn getuigt (Opiniepagina, 13 april). Anderzijds wordt in moslimkringen bijna uitsluitend verkondigd dat het dragen van de hoofddoek een plicht is voor iedere moslimvrouw en dat hierover geen discussie mogelijk is.

Maar kijk eens naar wat er letterlijk staat in de koran en de overleveringen. Over het hoofddoekje bestaan slechts tien authentieke teksten. Aan de hand daarvan zijn in de afgelopen eeuwen boeken vol geschreven, waarbij de meningen uiteenliepen: volgens de ene interpretatie mag je slechts één oog openlaten, de meerderheid stelt dat handen en gezicht zichtbaar mogen blijven, en weer anderen concluderen dat een hoofddoek niet verplicht is. De laatste mening wordt vooral verkondigd door feministische moslima's, zoals de zojuist met de Erasmusprijs onderscheiden Marokkaanse onderzoekster Fatima Mernissi.

Het is belangrijk te constateren dat er verschillende meningen mogelijk zijn op grond van de originele teksten. Dát is de boodschap die moslimjongeren nodig hebben om hun eigen afwegingen te gaan maken. Daarom sleep ik zelf naar elke lezing een enorme lading boeken mee, waarmee ik jongeren hoop aan te zetten om ook nieuwsgierig te worden naar mogelijke varianten op oude thema's. Dat levert veel meer op dan hen voor te schrijven hoe zij hun thema's dienen in te vullen.

Twee voorbeelden. Wanneer jonge moslimmeiden vanuit een overgeromantiseerd beeld van het huwelijk de maagdelijkheidscultus in stand willen houden, omdat dit de enige manier is om hun aanstaande man te bewijzen dat hij de enige voor hen is, is het zinnig om hun redenering te volgen, en hen te stimuleren daarover na te denken. In plaats van bij voorbaat te roepen dat dit gebruik achterlijk is, kan hun bijvoorbeeld gevraagd worden hoe hun aanstaande man dit dan aan hen gaat bewijzen.

Als jongens op een vraag over de vermeende gehoorzaamheidsplicht van een vrouw aan haar man mij vragen wat ik vind van een 30-70 verdeling (vrouw 30 procent zeggenschap, man 70 procent), kan ik wel constateren dat er sprake is van een verouderde ongelijkwaardigheid, maar het is vruchtbaarder om vast te stellen dat een dergelijk voorstel erop wijst dat de jongens in kwestie wel een discrepantie hebben opgemerkt en op zoek zijn naar oplossingen. Het is effectiever om met hen mee te gaan in deze zoektocht dan hen direct af te schilderen als vrouwenhaters.

Er zijn dus mogelijkheden om de discussie met moslims over complexe thema's verder te ontwikkelen. Dat is hard nodig en het vraagt inzet van beide kanten. Islamsympathisanten moeten het beeld van slechts één mogelijke waarheid loslaten en jongeren de kans geven zelf na te denken. Critici zouden beter moeten letten op de samenstelling van hun gehoor en meer creativiteit aan de dag moeten leggen in discussies met mensen die wel degelijk op weg zijn eigen meningen te vormen en zelfstandige keuzes te maken.

Ceylan Pektas-Weber is Beleidsmedewerker (emancipatiezaken) bij het Islamitisch Instituut voor Maatschappelijke Activering en voorzitter van Stichting Nederlandse moslimvrouwen Al Nisa.