Gevraagd: rechters met levenservaring

De rechterlijke organisatie kampt met tekorten, maar heeft niet te klagen over belangstelling. Na een carrière in de advocatuur, het bedrijfsleven of bij de overheid stappen veel juristen over naar de rechterlijke macht. ,,In dit vak is de nuance groter.''

In een zaaltje van het paleis van justitie in Arnhem worstelt Irene Jacobs, rechter in de civiele sector, met een indrukwekkende stapel papier. ,,Meneer Bindels? Wilt u uw stukken voortaan inbinden? Ik ben zo bang dat ik iets kwijtraak.'' De advocaat van de gedaagde stijgt het rood naar de kaken, hij put zich uit in excuses. Als de partijen zijn vertrokken, moet Jacobs er wel om lachen.

De vraag naar rechtspraak in Nederland groeit. Sinds 1999 is het aantal keren dat er een beroep op de rechter wordt gedaan met 30 procent gestegen. Vorig jaar kwamen er 1.416.500 zaken binnen bij de gezamenlijke rechtbanken en gerechtshoven – een stijging van 9 procent ten opzichte van het jaar ervoor. Om de vraag naar rechtspraak het hoofd te kunnen bieden, zullen tussen 2002 en 2007 jaarlijks duizend nieuwelingen moeten toetreden tot het ambt, zo becijferde de Raad voor de Rechtspraak. Ofwel: tweehonderd rechters per jaar. De capaciteit van het Studiecentrum Rechtspleging, dat de opleiding van de gerechtelijk ambtenaren in opleiding (raio's) verzorgt, is onvoldoende om in deze vraag te kunnen voorzien; het aandeel van de zij-instromers in rechterlijke functies wordt dan ook steeds groter.

Irene Jacobs (41) is een van de ruim tweehonderd rechters in opleiding (rio's) die in 2002 vanuit de advocatuur, het bedrijfsleven of de overheid overstapten naar de rechterlijke macht. Na haar studie internationaal recht werkte ze achtereenvolgens bij de NMB-bank, waar ze de fusie met Nationale Nederlanden begeleidde, en bij de Nationale Investeringsbank op de afdeling scheepvaartfinanciering. In die laatste functie ontdekte zij dat cijfers haar niet genoeg interesseerden; ze besloot in de avonduren Nederlands recht te gaan studeren om advocaat te worden.

Door haar ervaring in de scheepvaartfinanciering kon Jacobs direct aan de slag in de `natte praktijk' van advocatenkantoor Trénité Van Doorne. Maar ook dat werd op den duur onbevredigend. Toen de president van de rechtbank in Amsterdam haar vroeg of ze geïnteresseerd was in een functie als rechter, was haar besluit snel genomen. Jacobs: ,,In de advocatuur miste ik de nuance. Als jouw cliënt zegt: het is rood, dan ís het dus rood. Je kunt hem hooguit nog overtuigen dat het donkerroze is, en als je een goeie relatie hebt, zeg je: we weten allebei dat het wit is, maar ik wil voor jou best zeggen dat het rood is. Hoe dan ook, je moet toch zijn standpunt verdedigen. In dit vak is de nuance groter.''

Dat rechtbankpresidenten actief werven onder de betere juristen is niet nieuw; de selectieprocedure stamt uit 1970. In dat jaar bepaalde het ministerie van Justitie dat ten minste 50 procent van de rechterlijke macht uit mensen moet bestaan die aantoonbaar in de samenleving staan – deels om aan de roep om democratisering tegemoet te komen, maar ook omdat het oude systeem ontoereikend geacht werd om in de groeiende vraag naar rechters te voorzien. Om deze rechters te selecteren werd de landelijke Commissie Aantrekken Leden Rechterlijke Macht (CALRM) ingesteld. Deze commissie bestaat voornamelijk uit rechters, maar telt ook enkele niet-juristen, zoals een dijkgraaf. Inmiddels krijgen gemiddeld 180 nieuwe kandidaten per jaar het groene licht van de Commissie. Bij de raio-commissie ligt dat aantal veel lager: zestig per jaar.

Het is nogal wat dat je, namens de maatschappij, mensen schuldig verklaart, straf oplegt, en dat ook uitspreekt, meent Han Dondorp, sinds 1 juni 2003 strafrechter in Alkmaar. Als rechtenstudent vond hij dat hij nog lang niet genoeg levenservaring had om rechter te worden. Na tien jaar in de sociale advocatuur te hebben gewerkt, en een jaar bij het ministerie van Justitie, stapte hij vorig jaar over naar de rechterlijke organisatie. Dondorp: ,,Vanuit de positie waarin ik nu zit – een gezin, allerlei nevenverantwoordelijkheden en verplichtingen – voel ik me beter in staat om de rol van rechter te vervullen.''

,,Je ziet nu de mensen komen die van mensen houden'', zegt Wil Tonkens-Gerkema, voorzitter van de Nederlandse Vereniging van Rechtspraak (NVvR) en lid van de CALRM. ,,Daar moet je ook op selecteren, je kunt nu eenmaal geen zitting leiden zonder dat je met mensen in gesprek gaat. Je kijkt ook of iemand voldoende stevigheid heeft. Voor hetzelfde geld loop je de rechtszaal in en zitten er veertig krakers te schreeuwen. Of je treft een heel autoritaire advocaat, die zegt: `Nou mevrouwtje, we zullen u wel even uitleggen hoe wij gewend zijn dit te doen'. In dat soort situaties moet je, in alle onbevangenheid, toch in staat zijn om het gezag te behouden.''

Veel advocaten zouden zich door de financiële consequenties van een overstap laten weerhouden. Maar de bezoldiging van een rechter in overheidsdienst is nog altijd bovenmodaal. Het aanvangssalaris van een gewone rechter bedraagt 4.740,51 euro bruto per maand. Als je daar de solide pensioenregeling bij optelt, en de mogelijkheid om hoger in een salarisschaal in te stromen, ontloopt het nauwelijks de verdiensten in het middenveld van de advocatuur.

Leaseauto's, uitgebreide lunches en borrelen of stappen na het werk horen daarentegen definitief tot het verleden. Irene Jacobs: ,,Het soort mensen dat hier werkt, taalt daar ook niet naar. Ik heb wel moeten leren om op zittingsdagen brood mee te nemen. Op een groot advocatenkantoor zien ze je al aankomen met je broodtrommeltje! Maar als je dat hier niet doet, ben je de pineut.'' Ze mag van de rechtbank wel een fiets uitzoeken. ,,Daar moet je dan zes jaar mee doen.''

De werkdruk is volgens haar hoog. ,,Als ik vier zaken heb op een dag, en ik schik ze niet, heb ik vier vonnissen erbij. Ik schrijf één, twee vonnissen per week, dus dan stapelt het zich wel op.'' De instroom van zaken bij de gezamenlijke rechtbanken en gerechtshoven neemt nog steeds toe: zo'n 30 procent in de afgelopen vijf jaar. Bovendien is de productie van de rechtspraak in de afgelopen twee jaar met gemiddeld 8 procent gestegen. Ook Han Dondorp werkt regelmatig 's avonds en in het weekeinde. Toch heeft hij geen spijt van zijn beslissing. ,,De werkdruk mág ook wel flink zijn. Naarmate je het langer doet, zal het wel gemakkelijker gaan.''

Van de 942 juristen die zich tussen 2000 en 2003 bij de Commissie Aantrekken Leden Rechterlijke Macht (CALRM) meldden, waren er 8 uit het notariaat afkomstig, 86 uit het onderwijs, 171 uit het bedrijfsleven, 300 uit de advocatuur, 355 van de overheid, inclusief de gerechten zelf en 22 uit overige beroepsgroepen. De juristen afkomstig van de gerechten – in commissiejargon wel de `Derde Stroom' genoemd – vormen in toenemende mate een belangrijke bron van rechters. Karen van Vlimmeren (42), stafjurist en moeder van twee kinderen, begon na haar deeltijdstudie rechten in 1996 als buitengriffier bij de sector kort geding van de rechtbank in Arnhem. Inmiddels werkt ze ruim twee jaar als stafjurist bij de civiele sector, waar ze conceptvonnissen schrijft en zittingen voorbereidt. En nu haar kinderen op de middelbare school zitten, overweegt ze om de stap naar de rechterlijke macht te maken. Nu al gaat ze als griffier mee naar zittingen om ,,vanaf de zijlijn de kunst af te kijken''.

Sinds zij haar wens om door te stromen intern heeft uitgesproken, heeft zij de mogelijkheid om meer zittingen mee te lopen en om – als ze daar aan toe is – zelfstandig zittingen of getuigenverhoren te doen onder begeleiding van een rechter. ,,Daar twijfel ik nog over: kan ik dat wel? Niet op de eerste zitting die dag, maar ook op de derde, en de vierde. Ben ik alert genoeg, doorgrond ik het snel genoeg, om als een zitting een bepaalde wending neemt, te weten: dat heeft deze complicaties, dat betekent dat we zus of zo moeten. Dat zal ik moeten leren door te dóén.''

In zijn jaarplan voor 2003 hield de Raad voor de Rechtspraak rekening met een absolute scheefgroei in de productie van 9 procent. Met andere woorden: de rechtspraak levert 9 procent méér productie dan ze feitelijk gefinancierd krijgt. Maar stress en burnouts komen in de beroepsgroep weinig voor. Als rechters het gevoel hebben dat ze een zekere mate van vrijheid hebben bij de indeling van hun werk, en daarnaast een grote geestelijke vrijheid in het werk zelf ervaren, mag de hoeveelheid werk best groot zijn, weet NVvR-voorzitter Wil Tonkens-Gerkema.

Ook Marc Loth, hoogleraar rechtstheorie en rechtswetenschap aan de Erasmus Universiteit, ziet geen consequenties voor de aantrekkelijkheid van het beroep. ,,Het is een van de mooiste beroepen die er zijn. Zo niet het mooiste. Mensen zijn graag rechter en leggen de lat hoog in hun werk.''