Geen haast na `papieren' tekort bij pensioenfonds

Pensioenfonds PGGM had ondanks de beurskrach een riante financiële positie kunnen hebben, maar ja de premies moesten omlaag. Nu doet het pijn.

Een onderneming die zijn producten structureel onder de kostprijs verkoopt gaat onvermijdelijk bankroet. Dat geldt alom. Behalve voor staatsbedrijven en pensioenfondsen.

PGGM, goed voor 53 miljard euro vermogen en na ABP Nederlands tweede pensioenfonds, gaf in de jaren negentig zijn klanten, de werkgevers en werknemers in de zorg en welzijnsector, steeds meer korting op de pensioenpremie.

Het bestuur van het pensioenfonds, dat wordt gevormd door werkgevers en vakbonden, liet zo zijn eigen achterban profiteren van de steeds fraaiere financiële positie van het fonds, die op zijn beurt werd gedragen door ongewoon hoge beleggingswinsten.

De lagere pensioenpremie was een verkapte inkomenssubsidie voor werknemers en een kostenreductie voor werkgevers. Het bestuur volgde de politieke druk, die de `overtollige' vermogens van de pensioenfondsen wel wilde gaan belasten. Bovendien stond het bestuur onder grote maatschappelijk pressie om met de premieverlaging de kostenstijging in de zorg te remmen. De becijfering van de pensioenpremies bij PGGM was toen overigens niet primair geënt op zoiets als een kostprijs.

Toen kwamen de beurskrach (2001, 2002) en de structureel lage rente van de nieuwe eeuw en verdampten de reserves van PGGM tegen nieuwe tegenvallers als sneeuw voor de zon. De financiële positie van het fonds werd precair: eind 2002 had het fonds nog net voldoende vermogen om alle pensioenverplichtingen te betalen. De dekkingsgraad, zoals dat in het pensioenjargon heet, zakte van 170 procent (eind 1999) naar 100 procent (eind 2002).

Vorig jaar moest PGGM een herstelplan vol vervelende maatregelen indienen bij toezichthouder Pensioen- en Verzekeringskamer (PVK) om zijn dekkingsgraad te verbeteren richting 120 procent. De pensioenpremie is tussen 1999 en 2003 verdubbeld en gaat tot 2006 nog 70 procent omhoog. In allerijl heeft PGGM de `heilige' pensioenregeling, waarin pensioen was gekoppeld aan het laatst verdiende loon, vervangen door pensioen op het gemiddelde loon.

Tijdens de persconferentie gistermiddag over het jaarverslag 2003 bleek dat het pensioenfonds in de tijd van de hoogste nood, eind 2002, een dekkingsgraad van 130 procent had gehad als wel consequent de kostprijs voor de pensioenpremies was gevraagd.

De nieuwe directievoorzitter van PGGM, K. Noordzij, ging de vraag uit de weg wie, in het licht van het premiebeleid, bedreigender is voor de financiële positie van het fonds: de boze buitenwereld waarop hij zijn peilen richtte of het bestuur van het pensioenfonds. De discussie over de tekortschietende financiële positie van het fonds is een ,,papieren exercitie'': PGGM heeft nog decennia genoeg inkomsten om de pensioenen te betalen.

Noordzij, die landelijke bekendheid kreeg als succesvol tijdelijk topman van de NS, besteedde de helft van zijn presentatie aan het duiden van de bedreigingen uit de buitenwereld. Uit Apeldoorn, waar de PVK de nieuwe toezichtsregels nog moet vormgeven. Uit Den Haag, waar het kabinet diverse maatregelen in petto heeft die de vrijheid en de actieradius van de pensioenwereld bedreigen en nog meer premiestijgingen geven.

Noordzij waarschuwde voor sociale onrust als die extra premieverhogingen werkelijkheid worden. In het PGGM-bestuur zitten sterke bonden als AbvaKabo FNV en CNV Publieke Zaak, maar of hun leden massaal naar het Haagse Malieveld zullen stromen, om voor hun pensioen te demonstreren, zoals in Rome en Parijs? Noordzij:,,Wij zijn geen land als Frankrijk, waar men eerst op de been komt en dan gaat onderhandelen. Ik dreig niet met sociale onrust. Ik kijk alleen naar het buitenland.''

PGGM zelf nam vorig jaar dankzij een spectaculair herstel van zijn beleggingsrendement (15 procent) een voorsprong op zijn eigen herstelplan. De dekkingsgraad per 2003 werd geen 98 procent zoals in het herstelplan verwacht, maar 105 procent. Het eerste kwartaal leverde 3,4 procent rendement.

Moet PPGM zelf nog iets in zijn bestuur wijzigen, bijvoorbeeld naar aanleiding van het advies van de commissie Tabaksblat die voor goed ondernemingsbestuur een scheiding aanbeveelt tussen het toezicht op en het bestuur van een bedrijf? Bij pensioenfondsen is dat in één hand. Als aandeelhouders willen pensioenfondsen dat bedrijven Tabaksblat volgen, maar zelf veranderen is even wennen. Noordzij roemde ,,de unieke situatie'' bij PGGM als een ,,coöperatief model vóór en dóór onze sector. We moeten voorzichtig zijn met de waan van de dag.''