`Een kidnap is traumatisch voor de hele organisatie'

Na de ontvoering van Arjan Erkel is Artsen zonder Grenzen vertrokken uit Dagestan. ,,We kunnen niet werken als we doelwit worden.''

Directeur operaties Kenny Gluck van Artsen zonder Grenzen is een ervaringsdeskundige. Op 19 januari 2001 verliet de Amerikaan een ziekenhuis in Tsjetsjenië toen zijn konvooi werd klemgereden door twee auto's met gewapende mannen die hem er uitpikten en meenamen. Na 26 dagen afzondering was hij weer vrij. Met excuusbrief. ,,Het was een vergissing, zeiden ze, we wisten niet dat je onder diplomatieke bescherming stond,'' vertelt Gluck in het Amsterdamse kantoor van Artsen zonder Grenzen aan de Plantage Middenlaan.

Voor Arjan Erkel, die gekidnapt werd op 12 augustus 2002 in Machatsjkala, de hoofdstad van Dagestan, duurde het langer voordat hij vrij kwam: twintig maanden.

Voor gijzelaars is een kidnap een traumatische ervaring, voor een organisatie als Artsen zonder Grenzen ook, zegt Gluck. Auto-ongelukken en malaria eisen meer slachtoffers: ,,Maar als er een gijzeling plaatsvindt, is dat een van de belangrijkste zaken die ons bezighoudt. Het belemmert ons om hulp te leveren waar we willen. Mijn Zwitserse collega waar Arjan voor werkte, is het grootste deel van zijn tijd met die zaak beziggeweest.''

Welke lessen precies uit de ontvoering van Erkel moeten worden getrokken, is nog niet duidelijk. ,,Daarvoor is het nog te vroeg. We moeten meer weten over de sfeer voorafgaand aan de ontvoering, welke signalen er mogelijk waren. Maar ook moeten we nog evalueren hoe onze lokale relaties functioneerden tijdens de ontvoering.'' Een onmiddellijk gevolg is wel dat de operaties in de Kaukasische republieken aanzienlijk zijn teruggebracht. Na de ontvoering van Gluck werd de aanwezigheid in Tsjetsjenië teruggeschroefd. Na Arjen Erkel is Artsen zonder Grenzen uit Dagestan weggegaan en ook in een andere Tsjetsjeense buurstaat Ingoesjetië is de organisatie minder actief. ,,De veiligheid van onze mensen loopt daar blijkbaar gevaar. We kunnen niet werken als we doelwit worden.''

Volgens Gluck zijn het niet de eigen veiligheidsregels die hebben gefaald. Die hoeven volgens hem nu niet te worden aangescherpt. ,,We vertellen natuurlijk iedereen die naar crisis-gebieden gaat: je neemt een risico. En dat begrijpen ze.'' Verder zijn er tal van gedragsregels waaraan medewerkers van Artsen zonder grenzen zich moeten houden. Met wie men lokaal contact moet houden, afhankelijk van het gebied om de zoveel tijd een radiocheck. Volgens Gluck komt het regelmatig voor dat medewerkers die zich er niet aan houden naar huis worden gestuurd. De screening van medewerkers is streng, zegt Gluck, zeker als ze voor het eerst gaan. Ook van lokale medewerkers wordt zoveel mogelijk geprobeerd hun betrouwbaarheid vast te stellen, al blijkt dat bij een snelle opbouw van een organisatie in crisis heel moeilijk.

Van Arjan Erkel is bekend dat hij door mensen in zijn omgeving wat onvoorzichtig werd gevonden. Hij ging alleen naar café's, restaurants en nachtclubs, en nam tegen de waarschuwing van zijn Dagestaanse vriendin in 's nachts taxi's. Gluck noemt dergelijke opmerkingen: ,,blaming the victim''. Volgens hem is er ,,geen enkele aanwijzing'' dat Arjan iets fout heeft gedaan. ,,Hij zat niet in een oorlogsgebied. Machatsjkala is een badplaats waar nog toeristen komen om te zwemmen in de Kaspische Zee. Als hij in Grozny (hoofdstad Tsjetsjenië, red.) taxi's had genomen, zou ik zeggen: Arjan, doe het niet. Verder is hij ook helemaal niet in een taxi gekidnapt.'' Dat Erkel geen gebruik maakte van gewapende escortes is een regel van Artsen zonder Grenzen: ,,We zien dat als het vergroten van risico`s. Je dreigt daarmee juist partij te worden in een conflict. Wij dragen witte t-shirts of jacks, en dat vertel je ook aan alle gewapende groepen. Je veiligheidsgarantie is juist dat je geen wapens hebt.'' Toch geeft Gluck toe dat er uitzonderingen gemaakt worden op de regel als lokale autoriteiten je zonder bewaking niet toelaten. Dat gebeurt in Somalië en Ingoesjetië.

Een ander risico dat medewerkers van hulporganisaties lopen is dat ze ongewild onderwerp worden van een diplomatiek steekspel. Artsen zonder Grenzen neemt daarbij zelfs nog grotere risico's omdat de organisatie bij humanitaire rampen geen blad voor de mond neemt. Vlak voor zijn ontvoering dineerde Arjan Erkel met twee Amerikaanse militaire waarnemers die in Dagestan waren voor een Russische marine-oefening. Die gebeurtenis voedde de theorie dat de Russische geheime dienst FSB betrokken was bij de ontvoering. De FSB schaduwde Arjan Erkel, ook op het moment dat hij door gewapende mannen uit zijn auto gehaald werd, maar greep niet in. ,,De grote vraag is hoe de Amerikaanse diplomaten zich aanvankelijk hebben voorgesteld,'' zegt Gluck: ,,Wij denken dat Arjan gedacht heeft dat het hulpverleners waren.'' Maar dan nog: ,,Arjan had die ontmoeting in alle openheid, in een restaurant. Dat zeggen wij ook altijd: doe het open, laat zien dat je niets te verbergen hebt. Bovendien moeten we voor ons werk ook vaak met militairen omgaan. In crisisgebieden zeggen we ook altijd tegen alle strijdende commandanten. Alstjeblieft, vertel ons als er geruchten zijn dat we spioneren. Dan kunnen we vertellen wat we doen.''