CDA wil premier meer macht geven

De minister-president heeft de afgelopen jaren meer en meer de functie van regeringsleider gekregen. Wordt het tijd om deze situatie te formaliseren?

Maak de premier formeel de baas van een nationale veiligheidsraad. Geef de premier tien procent meer salaris dan zijn collega-ministers. Laat het idee los dat de premier eerste onder zijns gelijken (primus inter pares) is en formaliseer het feit dat, zeker op het internationale speelveld, hij en niet de koningin de regeringsleider is.

Het zijn geluiden die de afgelopen weken in Den Haag opdoken. De positie van de Nederlandse minister-president is de afgelopen jaren sluipenderwijs veranderd. Voormalig minister-president Kok (PVDA) stelde in september 2000 al vast dat de positie van de premier in Europa veranderd is naar die van regeringsleider. En vorige week schreef vice-president Tjeenk Willink in de algemene beschouwing bij het jaarverslag van de Raad van State: ,,Mede onder invloed van de Europese integratie is de minister-president, voorheen slechts primus inter pares, nu de facto regeringsleider geworden.''

Die omslag heeft plaatsgevonden zonder formele, staatkundige wijziging van de positie van de premier. Dat kan veranderen. Minister De Graaf (Bestuurlijke Vernieuwing, D66) werkt aan een notitie over de gekozen minister-president, waarin ook stilgestaan wordt bij mogelijke wijzigingen in de staatsrechtelijke positie van de premier. De notitie zal naar verwachting pas over een week of acht naar de Kamer worden gezonden, maar CDA-fractievoorzitter Verhagen opent nu al de discussie om de positie van de minister-president krachtiger te maken.

Verhagen opperde vorige week in Elsevier dat minister-president Balkenende (CDA) formeel leiding zou moeten geven aan een nog op te richten nationale veilgheidsraad. De premier zou de bevoegdheid moeten krijgen dwingende aanwijzingen te geven aan politie, Justitie en Defensie. Verhagen zou vanmiddag, in het debat over de gevolgen van de aanslagen in Madrid, een voorstel hiertoe indienen.

De CDA-fractievoorzitter voegde er gisteravond desgevraagd aan toe dat hij ook op andere fronten dan buitenlandse zaken en nationale veiligheid de positie van de premier wil versterken. Hij hekelt de ,,schizofrenie'' van met name de oppositiefracties, die de laatste tijd steeds vaker de premier naar de Kamer roepen over onderwerpen die in principe afgehandeld moeten worden door de verantwoordelijke vakministers. ,,Als je de MP voor alles verantwoordelijk hóudt door hem voor elk wissewasje naar de Kamer te roepen, moet je hem er ook formeel verantwoordelijk voor máken'', aldus Verhagen.

D66'er Boris van der Ham is het daar roerend mee eens. ,,Wij vinden al jaren dat we toe moeten naar een gekozen premier met ruimere bevoegdheden. Je ziet het nu vooral op internationaal terrein vaak misgaan. Nederland is wat dat betreft nog behoorlijk aan het polderen, tot in de ministerraad aan toe. Alles wordt verspreid en versnipperd, terwijl je internationaal meer klaarspeelt als je het gezag meer centreert, bij de premier in dit geval.''

Sinds de Europese Unie een grotere rol is gaan spelen in de nationale politiek, heeft dat tot botsingen geleid tussen met name de minister-president en de minister van Buitenlandse Zaken, meent ook bestuurskundige Paul `t Hart: ,,Lubbers kwam in aanvaring met Van den Broek, Kok met Van Aartsen. Onder druk van internationale crises verwachten de Europese regeringsleiders besluitvaardigheid van elkaar. Zij denken: wij maken een afspraak met Balkenende, en een afspraak is een afspraak. Maar nationaal is het kabinet daar niet op ingesteld, daar worden de verantwoordelijkheden weer verdeeld.''

De Utrechtse bestuurskundige Mark Bovens constateert daarnaast dat de persoon van de lijsttrekker, en daarmee van de potentiële premier, steeds belangrijker geworden is in de verkiezingsstrijd. ,,Het ging vorige keer echt om de vraag wie de premierskandidaat van de PvdA zou worden, Bos of Cohen. Maar juridisch is dat nog helemaal niet zo geregeld, daar blijven we uitgaan van het zogenoemde collegiale bestuur.''

Terwijl Verhagen en Van der Ham een zwaardere rol voor de premier willen, staan VVD en PvdA vooralsnog op de rem. VVD'er Luchtenveld zegt dat zijn partij niets voelt voor een ,,regeringsleider met superbevoegdheden''. ,,De premier moet vooralsnog gewoon primus inter pares blijven. Pas als we naar een gekozen minister-president toegaan, en daar zijn we als fractie nu over in discussie, kan er een apart mandaat ontstaan. Maar dan nog moet de premier in mijn ogen slechts verantwoordelijk zijn voor de eenheid van het kabinetsbeleid, en geen eigen beleid gaan maken.''

Ook PvdA-leider Bos wil vooralsnog vasthouden aan de huidige situatie. Hij plaatst vraagtekens bij de mogelijkheid om in het bestaande bestel formeel een andere rol toe te bedelen aan de premier. ,,Je loopt al snel tegen de grenzen op'', zegt hij. ,,Maar als je op lokaal niveau de burgemeesters gaat kiezen, zul je daar op nationaal niveau ook wat mee moeten.'' Bos gaat ervan uit dat als er in Nederland een districtenstelsel wordt ingevoerd, er uiteindelijk twee tot drie partijen zullen overblijven, waarbij dan direct duidelijk is wie de premier zal worden.

Bestuurskundige Paul `t Hart is het met Bos eens. ,,Er is steeds meer spanning ontstaan tussen de internationale rol die de premier speelt en het staatkundig bestel'', zegt hij. ,,Ons staatsbestel bevat eeuwenoude weerstanden, die worden veroorzaakt door bezorgdheid over een te presidentieel aura van een minister-president.'' Alleen een herziening van het kiesstelsel kan volgens `t Hart tot een andere positie van de premier leiden. ,,Nu kent Nederland een coalitiestelsel en dat verhoudt zich niet tot een sterkere rol van de minister-president. Je kunt hem juridisch wel meer bevoegdheden toekennen, maar de democratische legitimiteit ontbreekt dan.''