Baas

In de wachtruimte van een medische kliniek zat ik wat weg te dromen, toen ik een vrouw tegenover mij hoorde protesteren. Ze wees een witgejaste werknemer op de omstandigheid dat zij en enkele andere mensen ze knikte naar mij langer moesten wachten dan de mensen die na ons waren gekomen.

Ze had gelijk, en ze kreeg dat ook, maar ik kon me er niet over opwinden. We zaten er allemaal voor bloed- of fototests, verrichtingen die wel enig uitstel konden dulden.

Ik wilde alweer wegdommelen, toen er beweging kwam in het Marokkaanse gezinnetje even verderop. Het bestond uit een jonge vader, een gehoofddoekte vrouw en een jongetje van een jaar of vijf. De man en de vrouw hadden op een rustige manier in hun eigen taal met elkaar zitten praten. Nu kwamen ze overeind omdat een medische assistent bij de deur van de wachtkamer had geroepen: ,,Baas? Baas!''

,,Ja'', zei de vader, ,,Baas ben ik.''

Ze verdwenen met de assistent achter een deur in de gang. Daarop ontstond er onrust bij een kleine Nederlandse man achter mij die halfluid zei: ,,Merkwaardig. Ik ben ook Baas. Dit moet een misverstand zijn. Zal ik toch maar even naar binnen gaan?''

De vrouw die eerder met succes geprotesteerd had, moedigde hem aan met een kordaat: ,,Zou ik zeker doen.''

Zij behoorde tot het menstype dat zich ook graag bemoeit met de kaas op andersmans brood. Ook enkele andere mensen knikten goedkeurend. Ik hield me op de vlakte, daarvoor was ik nu eenmaal in de stemming, al koesterde ik ongetwijfeld dezelfde gedachte als de andere aanwezigen: die Marokkanen zullen het wel verkeerd begrepen hebben.

De man liep een beetje bedremmeld naar de deur en klopte aan. De assistent verscheen en de man zei tegen hem: ,,Ik ben Baas.''

,,Dat is vreemd'', zei de assistent. Hij draaide zich om en zei iets tegen het Marokkaanse gezin. Daarop kwam de Marokkaanse vader naar buiten. Hij keek de Nederlander aan, gaf hem een hand en zei: ,,Ik Baas.''

,,Ik ook'', zei de Nederlander met een flauwe glimlach.

,,Waar woont u?'' vroeg de assistent.

,,Op de Overtoom'', zei de Nederlander.

,,En u?'' vroeg de assistent aan de Marokkaan.

,,Bos en Lommer.''

,,En waarvoor bent u hier?''

,,Mijn vrouw voor foto.''

De assistent zag het eerste licht in de duisternis gloren. ,,Aha'', zei hij tegen de Marokkaan, ,,dan moet u een deur verderop zijn voor de foto, en de Nederlandse meneer Baas gaat met mij mee voor een bloedprik.''

,,Maar ik Baas'', zei de Marokkaan weer.

,,Jazeker'', lachte de assistent, ,,maar ik denk dat uw naam anders gespeld wordt.'' Hij keek in de papieren van de Marokkaanse man. ,,Zie je wel, het is Baas met B-a-z-e.''

De Marokkaan knikte, riep vrouw en kind bij zich en trok in gesloten linie naar de deur aan de andere kant van de gang waar de fototests plaatsvonden. Hij was even de regie kwijtgeweest, maar zoals het een echte Marokkaanse vader betaamt, was hij nu weer helemaal de baas.