Apartheid zit in het hoofd

Voor de derde keer sinds de afschaffing van apartheid gaat Zuid-Afrika vandaag naar de stembus. In het bejaardenhuis van Odendaalsrus leeft de apartheid nog altijd voort.

Lena Vinger kijkt verbaasd omhoog naar de witte gezichten boven haar. ,,Dag Baas'', lacht ze, haar benen als een schaar op de koude vloer gespreid, ,,ik ga zo dadelijk weer werken hoor.'' Dan draait ze haar hoofd terug naar de blinde muur om te staren naar wat niemand ziet behalve Lena. Haar ingezakte lijf oogt als dat van een vrouw van drieëntachtig jaar. In haar hoofd is ze nog twintig.

Elke ochtend om zes uur vinden de verpleegsters van het Mevrouw President Steyn Tehuis in Odendaalsrus Lena Vinger op een van de gangen druk in de weer met een bezem. Vegen, schrobben, boenen, zoals ze dat meer dan vijftig jaar op de boerderij van de blanke boer gedaan heeft. ,,Hoe vaak we ook zeggen dat het niet hoeft, ze laat zich niet van de gewoonte afbrengen'', zegt hoofdverpleegster Anneké Smith.

Lena Vinger is een van de twee zwarte patiënten in het tehuis voor verswakte bejaardes, temidden van tachtig blanken. Een lucht van zure urine en gebakken aardappelen heet het bezoek hier van harte welkom. Alzheimer heeft bij de meeste patiënten achter het piepende hek van de afdeling gaten in het geheugen geslagen.

Wat er de afgelopen tien jaar ook in Zuid-Afrika is veranderd, de overgang van een blanke naar een zwarte regering, het samenkleven van de rassen op het sportveld, op de werkplaats en op het schoolplein, de gebeurtenissen zijn grotendeels aan de bewoners van dit tehuis voorbij gegaan.

,,Hartzeer'', zeggen de verpleegsters te hebben van de amnesie onder de zwarte en blanke patiënten. Zoals Lena Vinger zich nog elke dag in dienst van de medebewoners waant, zo snauwen de blanke dames soms naar het zwarte verplegend personeel alsof het de huisbediendes zijn.

,,Natuurlijk beseffen we dat hun geheugen niet meer goed werkt'', zegt Dina Moeketsi die met een wankel karretje het avondeten langs de kamers rijdt. ,,Maar het doet toch pijn als de blanken je weer kaffer noemen en je behandelen als hun slaaf.''

Het personeel is snel na de eerste democratische verkiezingen van kleur verschoten. Tien jaar geleden waren de meer dan twintig verpleegsters in het grootste tehuis van dit dorpje in Zuid-Afrika's Vrijstaat provincie uitsluitend blank. Zo was dat vroeger. Blanke verpleegsters voor blanke bejaarden. Tegenwoordig zijn er van de 23 zusters nog slechts drie blank. De rest is zwart.

De eerste zwarte patiënt kwam hier vier jaar geleden. Dat was een belangrijke dag voor de directie. Eindelijk behoorde apartheid ook in het bejaardenhuis tot de verleden tijd. ,,En volgende week krijgen we er weer vier nieuwe zwarten bij'', zegt Smith, alsof ze een lading nieuw beddengoed verwacht. ,,Gelukkig maar.''

Vooral de oude blanke dames van het tehuis delen de politiek correcte vreugde van het management niet. Toen de directie voorstelde om de zwarte nieuwkomers op de kamers van de blanken onder te brengen, zetten de dames het op een onbedaarlijk krijsen. Wat ze in Pretoria de afgelopen tien jaar veranderd hebben moeten ze zelf weten, gilden ze, maar van Odendaalsrus blijven ze af. Nu slapen de enige twee zwarte patiënten bij elkaar op de kamer, aan het einde van de gang, in de verste uithoek van het tehuis.

Niet voor niets is uitgerekend voor de bejaarden van Odendaalsrus de transformatie naar een non-raciaal Zuid-Afrika moeilijk geweest. Het dorp ligt in het hart van Zuid-Afrika's conservatieve achterland. Hier droomden de blanke Afrikaner boeren van de Oranje Vrijstaat vanaf midden negentiende eeuw over een onafhankelijke republiek, tot de Britten er in 1900 een eind aan maakten. Het tehuis is vernoemd naar de echtgenoot van een van de eerste boerenpresidenten.

Hier lag ook het epicentrum van de extreemrechtse Afrikaner Weerstandsbeweging (AWB), die zich tot 1994 verzette tegen de machtsovergave aan zwart Zuid-Afrika. Hier leefden blanken en zwarten als meesters en knechten op mijnen en boerderijen. Niet alleen de bejaarden lijden aan geheugenverlies. Ook de blanke middenstand van het dorp die de negatieve verhalen over apartheid ,,overdreven'' vindt, of de zwarten in de krottenwijken die vinden dat er de afgelopen tien jaar niets is veranderd.

Bij Mevrouw Steyn schalt het nieuwsbulletin van de Suid-Afrikaanse Uitsaai Korporasie luid door de kamer. President Mbeki bezoekt vandaag Odendaalsrus om stemmen te winnen voor de verkiezingen, vandaag.

Steyn haalt haar neus op. ,,Hij doet zijn werk, maar ik weet niet of hij wel tegen zijn taak is opgewassen.'' Dan legt ze haar hand op de zwarte hoes van het grote boek op het nachtkastje. ,,Ik moet eerlijk tegenover mijn Schepper zijn. Dus zeg ik zoals de bijbel zegt. En in de bijbel staat: we moet ons niet vermengen. Ik ga nog liever dood.''

Voor deze generatie is de verandering te laat gekomen. ,,Hun hersenen zijn tien jaar geleden stil blijven staan'', zoals ziekenbroeder Johan Bothman grinnikend zegt. ,,Ze leven nog in het tijdperk van de ossenwagens hier.''

De architecten van apartheid, de Malans, de Vorsters en de Verwoerds, hebben gewonnen. Apartheid zit in het hoofd.