Zwart Zuid-Afrika stemt morgen op de bevrijders

Het ANC blijft almachtig. De oppositie is verdeeld. Tien jaar na het einde van apartheid stemt Zuid-Afrika morgen nog steeds langs raciale lijnen.

De bonte verzameling kartonnen borden aan de Zuid-Afrikaanse lantaarnpalen doet anders vermoeden. Maar de verkiezingen morgen voor een nieuw nationaal parlement en negen provinciebesturen gaan niet over de enorme werkeloosheid (bijna veertig procent), de misdaad (20.000 moorden, 50.000 verkrachtingen per jaar) en de aidsepidemie (een op de negen Zuid-Afrikanen is hiv-positief).

De meerderheid van de kiezers zal morgen stemmen op de partij die volgens hen het land van de apartheid heeft verlost. Alle peilingen voorspellen dat het regerende Afrikaans Nationaal Congres (ANC) kan rekenen op 60 tot 70 procent van de stemmen. Tien jaar na introductie van de democratie staat de natie nog steeds voor dezelfde keuze, zo heeft president Mbeki zijn aanhang op een maandenlange campagne ingepeperd: stemmen voor het ANC of voor terugkeer naar apartheid.

De vanzelfsprekendheid van een monsterzege voor het ANC laat zien dat de democratie in Zuid-Afrika, land van 45 miljoen inwoners onder wie 5 miljoen blanken, nog lang niet is volgroeid. Stemmen gebeurt, net als in 1994 en 1999, nog grotendeels volgens de raciale lijnen die het apartheidsregime decennia geleden heeft uitgestippeld.

Voor de meeste zwarte kiezers is er geen serieus alternatief voor het ANC. Die kiezers hadden tot tien jaar geleden nooit gestemd. Stembussen en opiniepeilers waren een tijdverdrijf voor `slegs blankes'.

President Mbeki bezocht op zijn campagnes vrijwel uitsluitend zwarte woonwijken en leek de kiezers met een andere huidskleur als bij voorbaat verloren stemmen te beschouwen. Op verkiezingstour door het land presenteerde hij zichzelf bewust aan die kiezers als de Afrikaanse leider. Mbeki ging persoonlijk van huis tot huis, niet in pak maar in een geel poloshirt om het volk te laten zien dat hij niet zo afstandelijk is als de kranten wel beweren. Hij danste en omhelsde en zoende als zijn voorganger Mandela, ook al is het niet zijn stijl.

Als een Afrikaanse leider hield Mbeki ook de namen van de ANC-kandidaten voor het provinciaal premierschap geheim. Hij wil een stem voor de partij, niet voor personen. Zo voorkomt hij een machtsstrijd binnen de partij en houdt hij zelf de touwtjes in handen in de slag om zijn opvolging bij de volgende verkiezingen in 2009.

De hopeloos verdeelde oppositie heeft zich op de minderheden gestort. Alleen in de provincies waar minderheden in de meerderheid zijn, de West-Kaap en KwaZulu-Natal, maken de oppositiepartijen nog kans op een plaats in het provinciaal bestuur.

De Democratic Alliance (DA) van Tony Leon trekt vooral de blanke kiezers met het dreigement dat Zuid-Afrika zonder sterke oppositie de politieke chaos in buurland Zimbabwe achterna gaat. De DA is een `coalitie voor verandering' aangegaan met de Inkatha Vrijheidspartij van Zulu-leider Mangosuthu Buthelezi. Samen hopen ze het ANC uit het bestuur van de provincie KwaZulu-Natal te houden.

De DA aast ook op de West-Kaap, tevens thuisbasis van de Nieuwe Nationale Partij (NNP) van Martinus van Schalkwijk. De NNP is sinds de verkiezingen in 1999 op sterven na dood en lijkt zichzelf door een coalitie met het ANC sinds 2000 de genadeklap te hebben toegebracht. De meeste blanke Afrikaners uit de oude achterban beschouwen de NNP als de partij van de uitverkoop en stemmen nu DA. Of ze stemmen niet.

De opvallendste nieuwkomer is de vorig jaar opgerichte Independent Democrats van voormalig anti-apartheidsactivist Patricia de Lille. De Lille's partij is een splinter van het bankroete Pan African Congres (PAC). Ze legde ondermeer de corruptie bloot van een aantal vooraanstaande ANC'ers bij de grootste wapenaankopen uit de Zuid-Afrikaanse geschiedenis. Als kleurling is ze vooral aantrekkelijk voor de kiezers in de West-Kaap, die zich zowel bij de blanke als zwarte partijen ongemakkelijk voelen.

De oppositiepartijen dreigen vooral kiezers van elkaar en niet van het ANC te stelen. De partijprogramma's zijn nauwelijks van elkaar te onderscheiden: meer banen, minder misdaad, aids-bestrijding. Het zijn dezelfde thema's waarmee het ANC campagne voert onder het motto: geef ons nog vijf jaar, dan klaren we het karwei.

De hegemonie van het ANC in de Zuid-Afrikaanse politiek leidt tot onverschilligheid bij de kiezers op wie de oppositie mikt en gemakzucht bij de campagneleiders van Mbeki's partij. DA-leider Tony Leon daagde de president een maand geleden uit voor een televisiedebat, zoals dat gewoon is aan de vooravond van verkiezingen in Europa of de VS. Hij kreeg direct de toorn van het ANC over zich heen. Wat dacht Leon wel, dat hij zichzelf al op hetzelfde podium zag staan als het staatshoofd, brieste de ANC-woordvoering. De president heeft wel wat beters te doen dan de lastpak van de oppositie te woord te staan.

De echte test van de kracht van het ANC en de democratie in Zuid-Afrika komt pas op het moment dat de oppositie steun krijgt van een partij die ook de bevrijding van apartheid op haar conto heeft staan. Zo'n partij is de Communistische Partij (SACP) of de vakbondskoepel COSATU. Als coalitiepartners van de ANC-regering wagen de partijen zich slechts af en toe aan een aanval vanuit de flanken, bijvoorbeeld over aids en het economisch beleid. Voor een breuk met de oude kameraden uit de strijd lijkt voorlopig zelfs 2009 nog wat vroeg.