Seks met dieren

Minister Veerman van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit krijgt het nog lastig als hij een wettelijke omschrijving moet verzinnen van het door hem aangekondigde verbod van alle vormen van seks met dieren. Want wat is seks met dieren? Ik neem aan dat het kopjes geven door mijn kat er niet onder valt. Maar nu ken ik iemand die tongzoent met haar papegaai. 't Lijkt me niet zo smakelijk, maar is het seks, tongen met Lorre? En zo ja, hoe zou de delictsomschrijving kunnen luiden in het verbodsartikel dat aan deze ornithologische wantoestand een einde maakt?

Ik had graag aan de heer Veerman een toelichting willen vragen op zijn aan de Tweede Kamer toegezegde wetgevende arbeid op het gebied van bestialiteit. Helaas was hij tot een interview hierover niet bereid. Misschien omdat het een non-issue is. Akkoord, maar waarom, vraag ik me af, wil hij dan wél de hele wetgevingsmachine (ambtelijke voorbereiding, voorontwerp, advies Raad van State, behandeling in Eerste en Tweede Kamer en dan daarna het hele circus van handhaving, opsporing, berechting) in werking stellen voor een non-issue?

Mogelijk wil de minister er verder liever niet over praten, omdat hij bang is voor de casuïstiek. Onsmakelijk is geen criterium. Forensisch psychiater H. van Marle vroeg zich in het Rotterdams Dagblad af: ,,Als een dame slagroom van zich laat likken door een hond, hoe erg is dat dan? Ik ben er op tegen om alles maar in regeltjes te vatten.''

Uiteraard is de perverseling die een dier letsel toebrengt met seksuele handelingen strafbaar wegens dierenmishandeling. Maar dat is nu ook al zo. De wet gaat zelfs verder: er hoeft geen sprake te zijn van letsel, ook seksuele handelingen die benadeling van de gezondheid of van het welzijn van een dier tot gevolg hebben, zijn al bij wet verboden.

Aanvulling van de wet tegen dierenmishandeling en voor bescherming van het dierenwelzijn met een verbod op `alle vormen' van seks met dieren zou hooguit symboolwetgeving zijn, onmogelijk te controleren, laat staan te handhaven.

Het is een zuiver publicitaire reactie op een sensationeel nieuwsbericht over een 65-jarige, waarschijnlijk psychisch gestoorde, man die twee pony's zou hebben verkracht. Psychotherapie lijkt me in zo'n geval meer voor de hand te liggen dan nieuwe wetgeving.

Waarom komt dan toch de wetgevende macht plotseling in actie op verzoek van de LPF? Wie de fortuynistische websites op internet bezoekt, zal constateren dat `geitenneukers' in die kringen de gangbare aanduiding is voor islamieten. Men zal toch niet in het eigen primitieve vooroordeel jegens een bevolkingsgroep zijn gaan geloven en hopen dat een verbod op geiten neuken de islamitische medeburger in het diepst van zijn seksuele identiteit raakt?

Het LPF-Tweede-Kamerlid Eerdmans, die de strafbaarstelling van alle vormen van seks met dieren met succes bij Veerman aankaartte, doet me denken aan de imams uit een verhaal van Hafid Bouazza, die de zedelijkheid (maar dan uiteraard van de islamitische vrouw) wilden beschermen met een nieuwe wet. ,,Om redenen die hier niet uiteen hoeven te worden gezet, was het voortaan vrouwen niet meer toegestaan komkommers of aubergines te kopen of te bereiden. Komkommers en aubergines zouden daarom uit de handel worden genomen.''

Optreden van de overheid tegen bestialiteit en seks met groente ligt vanouds niet op het terrein van de dieren- of plantenbescherming, maar van de zedelijkheid. In de pornografie is bestialiteit een mannelijke seksuele aberratie die wordt gevoed door machtsfantasieën over de vernedering en beschadiging van vrouwen, niet van dieren. Het is echter een illusie dat zulke stoornissen kunnen worden bestreden met wettelijke verboden. Per slot van rekening is bestialiteit al zo oud als de domesticatie van dieren, getuige menig verhaal uit de Griekse mythologie (bakermat van onze beschaving!).

De aankondiging van minister Veerman dat hij de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren wil uitbreiden om de Utrechtse ponyverkrachter mores te leren, is een voorbeeld van wat vice-voorzitter van de Raad van State Tjeenk Willink vorige week `incidentalisme' en willekeur noemde. De aandacht voor het incident, zei hij, gaat ten koste van de parlementaire aandacht voor structurele kwesties en systematische politieke controle op de regering.

Structureel is de door de overheid gelegitimeerde dierenmishandeling. Maar wat was het argument van het Kamerlid Eerdmans om de minister tot nieuwe wetgeving te bewegen? Dat seks met dieren ,,nooit met toestemming van het dier kan geschieden''. Alsof het castreren van biggetjes zonder verdoving wel met toestemming van de big kan geschieden! En dat gebeurt nog altijd.

Niets wat mensen met dieren doen, heeft de instemming van het dier. Daar heeft het LPF-Tweede-Kamerlid Wien van den Brink, de varkenshouder, zich echter nooit iets aan gelegen laten liggen. De vraag of een dier `toestemming' heeft kunnen geven is dan ook volslagen irrelevant. Dat geldt voor seks met dieren, maar ook voor castratie van katers. Ook voor alle vormen van veehouderij. En evengoed voor het voederen, verzorgen, aaien, spelen.

Ik ben een groot voorstander van dierenrechten, maar dieren zijn geen rechtssubjecten: ze kunnen niet zelf naar de rechter. Alleen mensen kunnen bedenken welke relatie tussen mens en dier binnen de grenzen van het moreel aanvaardbare ligt. Zo vind ik het bestaan van legbatterijen, varkens in de bio-industrie, nertsfokkerijen en dierproeven zonder redelijk doel allemaal onder dierenmishandeling vallen.

Deze uit hebzucht, winstbejag en gevoelsarmoede voortkomende uitwassen van de menselijke natuur zijn een bespotting van de beschaving. Maar op voorstel van minister Veerman heeft een meerderheid van de Tweede Kamer onlangs besloten de afschaffing van de legbatterij uit te stellen tot 2012. De minister draaide hiermee een toezegging van het vorige kabinet terug om zo tegemoet te komen aan de bio-industrie.

Het zogeheten kippenneuken wordt, op verlangen van de Tweede Kamer, strafbaar, de systematische mishandeling van miljoenen kippen mag gewoon doorgaan. Nu begrijp ik al beter waarom de minister mij niet te woord wilde staan. Zijn beleid is een aanfluiting van de wet die zegt dat het ontoelaatbaar is de gezondheid of het welzijn van een dier te benadelen.

O, als dieren praten konden...