Macedonië wacht na verkiezingen stagnatie

Macedonië kiest morgen een nieuwe president. Wie het ook wordt, het is zeker dat Macedonië voor een kwart tot een half jaar politiek verlamd raakt.

De dood van de Macedonische president Boris Trajkovski, op 26 februari bij een vliegramp in Zuid-Bosnië, was in meer dan een opzicht tragisch. Hij was dat voor de president zelf en zijn familie, hij was het ook omdat Macedonië in Trajkovski een man verloor die boven de partijen en de twee etnische gemeenschappen stond, tijdens, maar ook na de mini-oorlog tussen de Macedoniërs en de Macedonische Albanezen in 2001. En hij was tragisch omdat de Macedoniërs, als ze morgen een opvolger kiezen, moeten rekenen op een politieke impasse van een paar maanden.

Trajkovski's dood leidde tot consternatie en nervositeit. Immers, drie jaar na de oorlog is de vrede, vastgelegd in het akkoord van Ohrid van augustus 2001, nog fragiel. Macedonië kan niet zonder een man als Trajkovski. Het is daarom menigeen een pak van het hart dat de vier kandidaten voor het presidentschap een – zeker in vergelijking met vroegere verkiezingen – betrekkelijk rustige campagne achter de rug hebben, een zonder persoonlijke aanvallen en zonder manifeste manipulatie van de etnische emoties. Dat komt mede door het feit dat Ljube Boškovski, oud-minister van Binnenlandse Zaken en oprichter van een ultra-nationalistische militie tijdens de mini-oorlog van 2001, met procedurele trucs als kandidaat werd geweerd.

Voor de presidentsverkiezingen staan vier kandidaten klaar. Favoriet is Branko Crvenkovski (41), leider van de regerende sociaal-democratische SDSM, premier van 1992 (hij was toen Europa's jongste regeringsleider) tot 1998 en opnieuw sinds 2002. Liefst zes ministers werden vrijgemaakt om zijn campagne te leiden. Dat is niet erg gunstig voor de voortgang van het werk van de regering. Het is ook een signaal dat hij zich zorgen maakt: sinds hij als premier aantrad heeft Crvenkovski populariteit verloren door zijn falen, de levensstandaard te verhogen en de werkloosheid te verkleinen. Zijn belangrijkste rivaal is de kleurloze Saško Kedev, voor de nationalistische VMRO-DPMNE, de partij van de vroegere premier Ljupco Georgievski, de uiterst nationalistische dichter onder wiens premierschap de etnische betrekkingen zo verslechterden dat begin 2001 het (Albanese) Nationale Bevrijdingsleger UÇK de wapens opnam. Kedev is, hoewel parlementslid, géén politicus maar een gerespecteerde hartchirurg en directeur van een ziekenhuis.

De twee andere kandidaten zijn Macedonische Albanezen die vooral meedoen om hun eigen populariteit in de Albanese gemeenschap – een kwart van de bevolking – te peilen. Gezim Ostreni van de Democratische Unie voor Integratie BDI – de partij die voortkomt uit het UÇK, en die met de SDSM een regeringscoalitie heeft gevormd. Ostreni was stafchef van het UÇK. De tweede Albanese kandidaat is Zidi Xhelili van de oppositionele Democratische partij van Albanezen PDSh. Een aanbod van de PDSh om een gezamenlijke kandidaat naar voren te schuiven, om beter voor collectieve rechten van de Albanezen te kunnen vechten is door de BDI afgewezen, omdat ,,Macedonië geen nationale verdeling nodig heeft''. Geen van beiden maakt een kans op de zege, maar in een tweede ronde kan de Albanese stem wel de doorslag geven, net zoals hij dat deed toen in 1999 Trajkovski in de tweede ronde tot president werd gekozen.

Saško Kedev heeft, anders dan men in Macedonië van de VMRO gewend is, een gematigde campagne gevoerd: steun voor boeren en bejaarden beloofde hij, Macedonië moet richting EU en de samenleving moet af van ,,partijen en politiek'' en van het imago ,,arm, corrupt en gecriminaliseerd te zijn''.

Crvenkovski van zijn kant hamerde op ,,vrede, stabiliteit, tolerantie en coëxistentie''. ,,We hebben de kans uit de modder van de Balkan te raken. In 2006 krijgen we een invitatie voor het NAVO-lidmaatschap in 2007. Dan zullen de thema's territoriale integriteit, grenzen en veiligheid voor altijd van de agenda verdwijnen. Macedonië is een staat met open deuren voor de Euro-Atlantische instanties. Als we ons kundig organiseren wordt Macedonië eind 2005 kandidaat voor het lidmaatschap van de EU.''

Crvenkovski kan volgens de laatste peilingen rekenen op 21,1 procent van de stemmen, Kedev op 13,2 procent. Maar dertig procent weet het nog niet. Als de winnaar minder dan de helft van de stemmen krijgt, volgt over twee weken een tweede ronde. De verkiezingen zijn ongeldig als minder dan de helft van het electoraat opkomt – een reële mogelijkheid.

Na de verkiezingen volgt maandenlange onzekerheid. Als Crvenkovski wint, treedt hij uiteraard af als premier. Dan moet zijn partij, de SDSM, eerst een nieuwe voorman kiezen, die vervolgens een regering moet vormen. Het resultaat: verlamming, want zolang er geen partijleider is is er geen regering en zolang er geen regering is werkt het parlement niet. Dan kan tot juli duren, en in augustus is het parlement met vakantie. Zo gaat al gauw bijna een half jaar verloren: geen cruciale decentralisatiewet, geen economische hervormingen, geen verdere implementatie van het vredesakkoord met de Albanezen. Geen wonder dat zijn critici zeggen dat Crvenkovski ,,vlucht'' voor zijn falen als premier. ,,Het presidentschap is geen vluchthaven voor mislukte politici'', aldus de VRMO.

Ook als Crvenkovski verliest ontrolt zich dit scenario: dan wil hij zich namelijk terugtrekken als premier èn als partijleider, ,,en waarschijnlijk stap ik uit de politiek, want een nederlaag toont aan dat mijn beleid niet de steun van de kiezers heeft.'' Die verlamming – die komt dus zeker.