Lange dagen kijken naar het kelderplafond

In het Zeeuws-Vlaamse Westdorpe werd Arjan Erkel onthaald met applaus en een fanfare. De burgemeester kondigt aan dat een pad naar hem vernoemd zal worden.

,,Ik heb altijd de rust gehad dat het wel goed komt'', zei Arjan Erkel gisteren bij zijn feestelijke ontvangst in het Zeeuws-Vlaamse dorpje Westdorpe. Twee zinnen later klinkt het toch al heel anders: als hij toch zou moeten sterven, of ze hem dan recht door het voorhoofd wilden schieten, had hij zijn bewakers gevraagd. Met zijn wijsvinger richt hij op zijn voorhoofd: ,,Dan doet het geen pijn.''

Het is het moment dat zijn vader ingrijpt. De medewerker van Artsen zonder Grenzen, die twintig maanden in Dagestan werd gegijzeld, had zich voorgenomen niet te veel te zeggen over zijn gijzeling. En zeker niet over zijn plotselinge bevrijding op eerste paasdag. Heeft hij die instructie gekregen van het ministerie van Buitenlandse Zaken? ,,Nee, ik ben er zelf nog niet klaar voor'', zegt Erkel.

En zo blijft er veel onduidelijk over het gijzelingsdrama. Bijvoorbeeld wie Erkel precies op maandag 12 augustus 2002 hebben ontvoerd in Dagestan. Erkel leidde daar een missie van Artsen zonder Grenzen en hield zich vooral bezig met de opvang van Tsjetsjeense vluchtelingen. Onduidelijk is ook hoe zijn bevrijding precies tot stand kwam en of er toch losgeld is betaald, al ontkennen de autoriteiten dat met klem.

Volgens Erkel zelf is hij door een andere groep vastgehouden dan de mensen door wie hij werd gekidnapt. Met zijn kidnappers heeft hij een week ,,in een tentje'' gezeten. Vervolgens is hij overgedragen aan een andere groep die hem al die maanden heeft bewaakt, waarbij hij vijf keer moest verhuizen. Deze groep moet gezocht worden in de hoek van de politieke islam, want zij streefden een ,,onafhankelijk kalifaat'' na, zegt Erkel, een ideaal waarvoor hij naar eigen zeggen in die maanden geen sympathie had ontwikkeld.

Erkel zegt dat hij goed is behandeld: ,,Ik ben niet mishandeld, ben niet geslagen. Je moet overleven. Je kunt je zo opstellen dat je zo weinig mogelijk risico loopt.'' Erkel leefde alleen in een kamer of een kelder, zonder buiten te komen. ,,Die kelder was het ergste, daar kon ik niet eens rechtop staan.'' De lange dagen bracht hij aanvankelijk door met ,,heen en weer lopen en naar het plafond kijken. Later, toen de verstandhouding met mijn bewakers beter werd, kreeg ik boekjes.'' Van het nieuws bleef hij niet geheel verstoken: ,,Als de jongens er zin in hadden, vertelden ze me wat er gebeurde in de wereld.'' Over zijn eigen situatie of over zijn familie kreeg Erkel niets te horen. Tot het laatste moment was het voor hemzelf onzeker of hij bevrijd zou worden.

Op zondagavond was Arjan Erkel om 23.00 uur op Rotterdam Airport geland. Daar wordt hij opgewacht door zijn moeder, zijn zusje en zijn broers, en door een paar vrienden. Minister Bot van Buitenlandse Zaken is er ook. Arjan Erkel, mager, met holle ogen en een baard, doet wat hij in Moskou al heeft aangekondigd: hij zakt door zijn knieën en kust de grond. De mensen om hem heen applaudisseren. Wat later richt hij zich tot de journalisten die zich in de hal verzameld hebben. Hij moet naar woorden zoeken, net als een paar uur eerder in Moskou, waar hij in de war raakte toen hem een vraag werd gesteld. Hij zegt dat hij blij is en ,,zeer gelukkig'' om weer in Nederland te zijn. ,,Het was een moeilijke tijd voor mij.'' Hij voelt zich gezond, al is hij achttien kilo afgevallen. Hij bedankt de journalisten die in de afgelopen twintig maanden over zijn ontvoering hebben geschreven, waardoor de aandacht voor zijn zaak niet verdween. Rond middernacht vertrekt hij, op weg naar een eerste medisch onderzoek.

In Westdorpe lijkt het de volgende dag wel Koninginnedag. Overal hangt de vlag uit. Erkel is hier niet opgegroeid, maar het is de woonplaats van zijn ouders, die zijn blijven ijveren voor zijn vrijlating. Al uren voor de aankomst van Arjan is de Graaf Jansdijk, de hoofdstraat van het dorpje waar ook de familie Erkel woont, volgestroomd. Mensen staan bij de dranghekken, of zitten in een meegebracht stoeltje te genieten van de zon. Uit luidsprekers bij het huis van de familie Erkel klinkt muziek. ,,Fijn hè, en dat op Pasen'', zegt Sya Stuy, een tante van Arjan. ,,De gemeente Terneuzen wilde dit al gaan regelen, maar wij hebben gezegd: we doen het zelf'', zegt Van

Haelst van de dorpsraad. Hij staat bij de brandweerkazerne aan de ingang van het dorp, waar een oude open Mercedes warm staat te draaien.

Om vijf over drie rijdt een maïsgele Opel Kadett het dorp binnen. Arjan Erkel stapt uit. Hij heeft een gele fleecetrui aan, zijn baard is er af. Nog voor hij over kan stappen in de Mercedes wordt hij omstuwd door fotografen en cameraploegen die het komende uur niet meer bij hem zijn weg te slaan. Voor het publiek is de vrijgelaten gijzelaar soms nog maar met moeite te zien. Honderden kinderen met ballonnen gaan vooruit in de stoet, vlak achter de brandweerwagen met sirene. Mensen aan de kant van de weg applaudisseren en roepen dingen als: ,,geweldig Arjan'' of ,,je hebt je goed gehouden''. Erkel maakt soms een wat verdwaasde indruk bij al die aandacht. Hij zegt eenvoudig ,,bedankt''.

Aangekomen aan de Graaf Jansdijk, begint de fanfare te spelen, het publiek zingt mee, het gedrang van cameraploegen wordt groter. Een meisje met twee vlechtjes en een klarinet staat te huilen. ,,Ze lopen je gewoon omver, hè'', zegt een oudere klarinettiste die troostend een arm om haar heen slaat.

Vlak voordat Erkel het bordes voor zijn ouderlijke woning opklimt, alwaar hij zal worden toegesproken door de burgemeester, die hem een Arjan Erkelpad in Westdorpe toezegt, ziet hij twee vrouwen in het publiek die hij omhelst. Het zijn Louise van Beek en Esther Visser, twee oud-collega's van Interpay in Rotterdam waar Erkel vijf jaar geleden werkte. Hij had ze gebeld met de vraag of ze het leuk vonden om voor zijn ontvangst naar `een gehucht' te komen. Zijn advies was om via Antwerpen te rijden, want anders moest je met de pont. Ze moeten lachen: ,,Arjan wist niet dat er nu een tunnel ligt.''