Kidnap nieuwe trend in Irak

6 april. Twee Zuid-Koreanen ontvoerd en weer vrijgelaten.

8 april. Met een videoband wordt de ontvoering van drie Japanners (twee hulpverleners en een journalist) bekendgemaakt. De ontvoerders dreigen de Japanners te doden als de 550 Japanse soldaten niet binnen drie dagen worden vrijgelaten.

Acht Zuid-Koreaanse zendelingen ontvoerd op de door rebellen en criminelen onveilig gemaakte weg van Ammam naar Bagdad. Een van hen ontsnapt, de anderen worden later die dag weer vrijgelaten.

Twee hulpverleners, een in Syrië geboren Canadees, van het Internationale Hulpcomité, en een Arabische Israëliër, van het Amerikaanse Agentschap voor Internationale Ontwikkeling, ontvoerd in Najaf. Ze worden via de Iraanse televisie beschuldigd van spionage voor Israël.

9 april. Negen Amerikanen, onder wie twee soldaten en verscheidene beveiligers, ontvoerd in Abu Ghraib, in sunnitisch gebied ten westen van Bagdad. De ontvoerders tonen een van hen op de televisie en dreigen hem te doden en verminken als de Amerikaanse mariniers niet uit Falluja worden teruggetrokken.

10 april. Een Brit ontvoerd in Nassiriya. Hij wordt een dag later weer vrijgelaten.

Een onbekende Iraakse groep claimt de ontvoering van 30 buitenlanders in Ramadi.

11 april. Negen buitenlandse vrachtwagenchauffeurs (drie Pakistani, twee Turken, een Nepalees, een Indiër, een Filippijn en een met onbekende nationaliteit) ontvoerd en later op de dag weer vrijgelaten.

Zeven Chinese burgers ontvoerd in Falluja en een dag later weer vrijgelaten.

12 april. Acht Russische en Oekraïense werknemers van een energiemaatschappij ontvoerd in Bagdad. Vandaag weer vrijgelaten. Hun bedrijf maakt bekend al zijn 370 employés in Irak terug te trekken.

Drie Tsjechische journalisten, twee televisie- en een radioverslaggever, ontvoerd op de weg van Falluja naar Amman.