Ingesloten door de ruisklanken

Claustrofobie, een ziekelijke angst voor opsluiting, speelde zaterdag een hoogst intrigerende rol in de Matinee in het Amsterdamse Concertgebouw. Het was het onderwerp van een nieuwe compositie van Michel van der Aa, maar stak ook de kop op in een drietal werken van Peter Eötvös, wiens zestigste verjaardag aanleiding was voor dit buitengewone concert.

De Hongaarse componist en dirigent Peter Eötvös ontwikkelde zich vooral sterk in zijn Keulse periode, als medewerker in de Elektronische Studio van de Westduitse Omroep (1967-1979) en als pianist en slagwerker in het Stockhausen Ensemble (1968-1976). In de jaren vijftig beluisterde hij in het geheim in Boedapest moderne muziek op de korte golf, zwaar door geruis gestoord. Toen hij later die storingen miste, verloor voor hem de muziek aan charme, een betovering die hij herontdekte in de elektronische studio. De spreekstem in Snatches of a Conversation werkt als zo'n nostalgische ruis.

Ruis speelt ook een belangrijke rol in een compositie als Triangel, dat de vorm heeft van een tiendelige handeling voor een rondwandelende slagwerker en 27 instrumentalisten. In het derde deel staat hij klem tussen de houtblazers, in het zevende wordt hij tegen het orgel gedrukt door het oprukkend koper. De signalen die hij afvuurt op zes tamtams bestemmen de zesstemmige akkoorden van het koper. Want getalsconstructies, theatrale gestiek en een vaak gul-zinnelijke klank vormen de peilers van Eötvös' kunst.

Een lyrisch rustpunt vormde Replica voor altviool en orkest. Dit is een smachtend betoog dat subtiel smoort in de sisklanken van de maracas. Opmerkelijk is de bezetting, met de strijkers in een halve circel claustrofobisch rondom de soliste – de voortreffelijke Kim Kashkashian.

Angst voor opsluiting en ook angst om levend begraven te worden, is het onderwerp van Michel van der Aa's Here (enclosed), waarin het kamerorkest geleidelijk wordt ingesloten door de ruisklanken op de band, terwijl de frases uitdijen en het kraken en sissen harder worden. En ook Van der Aa toont een theatrale kant. Op het podium staat een hoge plexiglazen cabine als een opgerichte doodskist die pas tegen het einde zijn inhoud onthult. Wringend is de tegenstelling tussen de sportieve kopersound en de geheimzinnige knisperingen van de strijkers – werelden die niets gemeen hebben. Sterk is het slot, waarin de soloviool als in doodsangst niet meer verder durft te spelen, steeds dezelfde noot herhalend.

De uitvoeringen stonden op een zeldzaam peil: kernachtig èn helder. Maar om Beethovens Vijfde symfonie daar nog aan toe te voegen als onderstreping van de veelzijdigheid van het Radio Kamerorkest, was toch te veel van het goede.

Concert: Radio Kamerorkest o.l.v. Peter Eötvös en Frans Brüggen. Gehoord 10/4 Concertgebouw Amsterdam. Radio 4: 13/4 20u02.