Iedereen zijn eigen topadvocaat

Tien jaar geleden werd binnen de advocatuur op strafpleiters nog neergekeken, nu zijn velen bekende Nederlanders geworden. In het belang van hun cliënten – en henzelf – zoeken ze regelmatig de aandacht van de media. ,,Een goede advocaat moet ook een beetje ijdel zijn.''

Strafpleiter Gerard Spong raast in zijn Jaguar XJ8 richting Leeuwarden. Hij zal een zigeunerin bijstaan die diefstal in groepsverband wordt verweten. Met het touchscreen van het navigatiesysteem laat hij zich doorverbinden met het hof, om te laten weten dat hij verlaat is. Zijn zware werktas laat hij sjouwen door een stagiair. Spong is ,,een groot voorbeeld'', zegt de 25-jarige advocaat in spe even later bij de koffieautomaat, als hij na aankomst in het gerechtsgebouw voor cappuccino op pad is gestuurd.

Nog geen tien jaar geleden werden ze ordinair gevonden, strafpleiters die zich inlieten met criminelen. Erger nog, ze verdienden aan de misdaad. Nu vergaren ze roem met hun net zo vermaarde cliënten met bijnamen die lijken te zijn ontleend aan goedkope misdaadfilms. Ze zijn sterren geworden; bekende Nederlanders die meedoen aan spelletjesprogramma's. We weten in welke auto's ze rijden, het merk van hun schoenen en van de speciaal op maat gemaakte Italiaanse hemden.

Vraag het aan advocaten van wie de namen prijken op de toplijsten die circuleren en ze beschrijven het fenomeen dat ze zelf belichamen haast met dezelfde woorden. Ze vallen over het voorvoegsel `top'. Ze zeggen: je hebt goede en slechte advocaten, zoals in elke beroepsgroep. Het toppredikaat krijgen ze opgeplakt door anderen. Van de media, het verkoopt lekker. Vleiend vinden ze het wel om zo genoemd te worden, geven ze toe.

Een goede strafpleiter beschikt over vakkennis en kunde en weet die op het moment suprème toe te passen, zegt Spong, die onder andere als advocaat optrad voor voetballer Edgar Davids en vastgoedhandelaar Eddy de Kroes. Hij rekent zijn cliënten vanaf 400 euro per uur, ietsje minder als de beurs van de cliënt dat vereist, veel meer als de cliënt hem 24 uur per dag standby wil hebben.

Advocaat Jan Boone (verdedigde de moordenaar van drugsbaron Klaas Bruinsma) benadrukt de onafhankelijke geest die een advocaat kan onderscheiden van zijn minder begaafde confrères. ,,Een goede advocaat moet ook een beetje ijdel zijn. Hij moet een boodschap willen en kunnen uitdragen. Stotteren zal niet in zijn voordeel zijn. Hij moet zijn argumenten zo brengen dat de rechter bereid is naar hem te luisteren.''

De meeste strafpleiters zeggen voor geruchtmakende zaken te kiezen omdat die juridisch interessant zijn, niet wegens de publiciteit. Strafpleiter Inez Weski kan zich daar niet in vinden. Volgens haar zijn de zaken die voor haar juridisch interessant zijn voor de media vaak te ingewikkeld. Een jongen die zijn leraar doodschiet? Daarin is de juridische uitdaging voor Weski ver te zoeken. Ook de Leidse hoogleraar Theo de Roos vermoedt een ander belang. ,,Gratis publiciteit levert voor een advocaat meer op dan honorarium in een zaak. Bekende advocaten hebben meer vrijheid om te kiezen uit zaken, zij kiezen de krenten eruit.''

Hoe vinden de plots bekend geworden verdachte en de `topadvocaat' elkaar eigenlijk?

Daar bestaan verschillende scenario's voor. Dit is het meest gebruikelijke. De verdachte krijgt een advocaat toegewezen, of heeft al een advocaat in dienst. Als dan, mede door alle publiciteit, de ernst van de zaak doordringt, besluit de familie dat ze niet zomaar een advocaat wil, maar de allerbeste. Lees: de bekendste advocaat. Max Moszkowicz (verdedigde onder meer de `Hakkelaar', Heinekenontvoerder Van Hout en Klaas Bruinsma) zegt daarover dat als de assistente op kantoor vraagt welke Moszkowicz de verdachte wil spreken, het antwoord vaak is: `Maakt niet uit, als het maar een Moszkowicz is'. ,,Het is een merknaam geworden'', zegt hij.

Soms laat een bekende advocaat direct, soms via-via, weten een bekende verdachte te willen verdedigen. Bijna alle advocaten zeggen dat dat voorkomt, en dat advocaten soms elkaars bekende cliënten proberen af te pakken. Anderen doen dat, zeggen ze erbij. Zíj hebben de publiciteit niet nodig, ze hebben immers werk genoeg. Enkele ex-cliënten in bekende zaken vertellen dat hun advocaat afkwam op de publiciteit, dat zich zelfs meerdere confrères hun diensten aanboden, tegen goedkoper tarief, in sommige gevallen zelfs helemaal gratis. ,,Bedrijven tellen tienduizenden euro's neer voor een paar seconden op de televisie, en met zo'n zaak krijg je die zendtijd helemaal voor niets,'' verduidelijkt een strafpleiter.

Wanneer de publiciteit verdwijnt neemt ook de aandacht van de topadvocaat voor de cliënt evenredig af, zegt een vader van een slachtoffer in een geruchtmakende verkrachtingszaak. Zijn dochter werd bijgestaan door een bekende strafpleiter. De advocaat kwam maandenlang regelmatig op de buis in verband met deze zaak. ,,We hebben veel last van hem gehad. Ik hoop dat anderen niets met die vent te maken krijgen,'' zegt hij nu. Toen de belangstelling van de media werd opgeëist door nieuwe zaken zou de advocaat niet meer naar hen hebben omgekeken. ,,We waren een kruimeltje voor hem.''

Soms wordt er bemiddeld. Bert, de broer van André de Vries (die werd veroordeeld tot vijftien jaar en later werd vrijgesproken van brandstichting in de vuurwerkramp in Enschede) vertelt bijvoorbeeld dat hij via een misdaadverslaggever van De Telegraaf terechtkwam bij Bram Moszkowicz.

Op een dinsdagochtend in het gerechtshof in Den Bosch verwacht de parketwacht dat de pro formazaak in zaal P hooguit tien minuten zal duren. Hij kent de Rotterdamse strafpleiter Inez Weski (49) niet. Ze hoeft de zaak helemaal niet inhoudelijk te behandelen. Ze verwacht niet eens dat de voorlopige hechtenis van haar cliënt die ochtend wordt opgeheven. Toch pleit ze (,,dit is een man met écht werk en échte klanten...'') drie kwartier lang. Haar cliënt blijft vastzitten op verdenking van `omvangrijke drugs- en wapenhandel'. Maar Weski zegt dat een goede strafpleiter altijd moet doen wat hij of zij wil. Ze moet risico's nemen en als ze zeker weet dat ze gelijk heeft moet ze zich niet laten ontmoedigen door de steeplechase die een proces soms is. ,,Je moet nooit bang zijn om te falen.''

Weski is al vijfentwintig jaar lang advocaat in gecompliceerde, internationale strafzaken. Ze verdedigde onder meer een medeverdachte van Bouterse in de CoPa-zaak, de van mensensmokkel verdachte Sister P. Weski heeft, schat ze, op dit moment zo'n honderd lopende zaken. Zaken die soms zes tot acht jaar duren. Daar krijgt ze 300 euro per uur voor. Voor alle cliënten rekent ze hetzelfde tarief.

Strafpleiten is een ambacht, zegt ze. Lange dagen, veel wachten, verhuisdozen met dossiers doorploegen. En alles doet ze zelf. Voor het grote publiek is Weski relatief onbekend. Haar cliënten vinden haar vaak uitsluitend via andere cliënten, door mond-tot-mondreclame. ,,Het kan ook tegen een verdachte werken als hij een topadvocaat inhuurt'', meent de strafpleiter. In de getuigenverhoren leest ze dan terug dat de politie wil weten hoe de verdachte haar kent en hoe hij zo'n dure advocaat kan betalen.

De Nederlandse vereniging van strafrechtadvocaten telt ongeveer 250 leden. Een advocaat mag zich strafrechtspecialist noemen als hij ten minste 600 uur per jaar aan strafzaken besteedt. Dat is ongeveer de helft van de praktijk van een advocaat. Hoeveel daarvan verdienen de titel topadvocaat? A. Röttgering, voorzitter van de strafpleitersvereniging, zou het niet weten. ,,Het is ons volstrekt onduidelijk wie die titel krijgt, op grond waarvan. Er zijn ook advocaten die volstrekt buiten de media opereren, grote zaken doen en goed ook. De top-10 lijsten die in de media circuleren komen absoluut niet overeen met de werkelijkheid.''

Veel publiciteit voor een zaak – vaak door toedoen van de advocaat – is volgens Röttgering zelden goed voor een cliënt. Weski is het daarmee eens. Als een zaak op voorhand veel aandacht krijgt, willen rechters nog wel eens een voorbeeld stellen en wordt de verdachte zwaarder beboet, denkt Weski. En, zegt Röttgering, zo komt de omgeving van een verdachte te weten dat iemand wordt verdacht van een strafbaar feit.

Veel publiciteit is volgens Röttgering ook niet altijd goed voor de advocaat. Sommige cliënten willen juist niet worden geassocieerd met advocaten die grote criminelen verdedigen.

Soms, erkent Max Moszkowicz, werkt de sterstatus in het nadeel van de advocaat. Als een verdachte een zaak in hoger beroep aan hem overdraagt, vraagt Moszkowicz wel eens waarom diegene niet eerder naar hem is toegekomen. Mensen denken vaak dat hij het te druk heeft en te duur is. Zowel `vader' Moszkowicz als Boone ervaren dat veel cliënten juist in hoger beroep aankloppen bij een bekende advocaat, als ze al door de lagere rechtbank een flinke straf is opgelegd.

Boone haalt fel uit naar ,,onervaren jongens die rijden in Ferrari's en zich strafpleiter noemen''. ,,Ze kunnen het niet waarmaken als het er op aankomt. Vaak blijkt dat ze het dossier niet eens goed hebben gelezen, dat hun strategie, als ze die al hadden, een verkeerde was.'' Boone neemt zo'n zaak alleen als hij ook iets kan betekenen voor de verdachte, als hij mogelijkheden ziet.

Op zijn kantoor in Maastricht heeft Max Moszkowicz zes medewerkers-advocaten die hem helpen zaken voor te bereiden. Zij schrijven deels zijn pleidooien, onderhouden soms het contact met cliënten. Het pleiten doet Moszkowicz meestal zelf. Hij vraagt zijn assistente via de intercom hoeveel lopende zaken zijn kantoor heeft. Het blijken er zo'n 2.500 te zijn. Meer dan de helft daarvan zijn strafzaken, de andere civiele zaken. Zijn kantoor rekent 200 tot 500 euro per uur, mede afhankelijk van de financiële draagkracht van de cliënt en de gecompliceerdheid van de zaak.

Als hij veel sympathie heeft voor een verdachte en zijn zaak, wil hij zijn cliënt nog wel eens gratis bijstaan.

Ook Moszkowicz ondervindt dat veel aandacht voor een zaak soms wel tot een strenger oordeel van de rechter leidt. Toch ziet hij het als het recht, ,,nee, als een plicht'' van een advocaat om de publiciteit op te zoeken als dat in het belang is van de cliënt. ,,Bijvoorbeeld als de politie of justitie de man publiekelijk veroordeeld heeft''.

Spong zegt dat als hij een grote zaak heeft, de telefoon roodgloeiend staat. Hij vindt het ,,principieel verwerpelijk'' dat sommige collega's menen dat publiciteit not done is, vies zelfs. Die hebben dan niet begrepen dat een strafzaak openbaar is, en dat het dossier niet behoort aan een officier, rechter of een advocaat, maar aan de hele samenleving. ,,Journalisten en advocaten controleren soms gezamenlijk de overheid.''

Ooit maakte een presentatrice van het radioprogramma Met het oog op morgen Spong uit voor een publiciteitsgeile strafpleiter. ,,jij goor teringwijf,'' repliceerde de strafpleiter. ,,Ik ben hier omdat je me hebt uitgenodigd.'' Strafpleiter Boone: ,,Wij advocaten runnen een winkel, we moeten ons geld verdienen om het bedrijf draaiende te houden. De publiciteit heb je nodig voor je winkel. Zo'n tien á vijftien jaar geleden kwam ik regelmatig in de publiciteit. De gevolgen merkte ik meteen aan de stroom cliënten die kort erna naar me toekwamen. Met optredens bij RTL-Boulevard bereik je dat effect niet, wel met serieuzere programma's als Buitenhof en Nova. Ik doe alleen serieuze programma's omdat ik mijn cliënten en mijn vak serieus neem. Tegenwoordig moet ik de stroom juist afhouden. Ik kan moeilijk nieuwe cliënten aannemen als ik geen tijd voor ze heb. Nee, je zaken moet je niet overlaten aan een stagiair.''

Vrijwel alle strafpleiters zeggen dat het strafrecht zich de laatste jaren op een hellend vlak begeeft. Dat politie en justitie opzettelijk nog al eens delen uit dossiers weglaten, dat praktijken die enkele jaren geleden nog door de rechter verboden werden nu tot wet worden verheven. En dat, als politie fouten maakt, de rechter dit nog al eens door de vingers ziet. Vroeger zaten rechters er om te oordelen, zeggen de advocaten, en nu om te veroordelen. De goede niet te na gesproken. En ook het openbaar ministerie en de politie zoeken vaker de publiciteit in zaken. Is het een wonder dat strafpleiters dan via kranten en televisieprogramma's daar tegen in gaan? De verharding in het strafrecht, zeggen zij, is een van de redenen dat de verhouding tussen advocaat en officier van justitie en tussen crimineel en politie is verhard. Afspraken met een officier van justitie maakten ze vroeger mondeling, nu moet het op papier staan.

Keerpunt was volgens veel advocaten de zogenoemde IRT-affaire in 1994, waarbij bleek dat politie en justitie in de jacht op drugshandelaren gebruik hadden gemaakt van oneigenlijke opsporingsmethoden. ,,Tijdens de IRT-affaire bleek dat die aardige oom agent niet bestond en kwam er meer sympathie voor de verdachte'', zegt Weski. Haar collega Boone: ,,De IRT-affaire bracht aan het licht dat justitie en politie onwettige methodes bleken te hanteren die niet pasten bij de gedachten van de samenleving over de bestrijders van het onrecht. Wij advocaten hebben ons toen fel geweerd tegen deze praktijken en de pers bleek een voor toen ongekende belangstelling te hebben. Advocaten beseften toen dat die aandacht goed was voor hun winkel, hun broodwinning. En sommige collega's wisten hier wel raad mee, ze gingen zich etaleren, koketteren met hoe leuk, knap en rijk ze zijn. Alsof ze sterren zijn, met het gevolg dat we kunnen spreken van overwaardering van wat een advocaat is en doet.''

Kranten gingen meer kolommen besteden aan misdaad. Er kwam een reeks aan goedbekeken advocatenseries op televisie. Het glamourleven van sommige strafpleiters zorgde er voor dat het animo voor het vak toenam. Doedens: ,,Toen ik mijn kantoor overnam van mijn voorganger Simon waren er maar een paar advocaten. Je had Huygen, Simon, en Moszkowicz sr. en dan had je ze zo'n beetje wel gehad. Toen was je ordinair als je strafzaken deed. Nu groeit het aantal strafpleiters als kool. De aandacht van de media heeft het prestige van de strafpleiter goed gedaan.''

Logisch, zegt Spong, ooit `de advocaat van gore zaken' genoemd omdat hij strafzaken deed. Niet lang geleden viel zijn naam voor de post van de minister van Justitie. Moszkowicz sr. werd benaderd om rechter te worden. Spong: ,,Een strafzaak raakt de essentie van het leven, de maatschappij en het algemeen belang.''