Horen op verschillende frequenties

Digitale technieken hebben de functie van het hoortoestel sterk verbeterd. Geluiden kunnen individueel worden gewaardeerd en versterkt.

Eén op de tien mensen is slechthorend. Dat varieert van een beetje slechthorend – moeite met het volgen van gesprekken met geroezemoes op de achtergrond, problemen om de televisie te verstaan – tot bijna doof, en alles wat daar tussenin zit.

Van de 1,6 miljoen mensen die in Nederland op de één of andere manier hoorproblemen heeft, hebben er 300.000 een hoortoestel. De rest heeft er mee leren leven. Zij zetten de tv wat harder of gaan maar liever niet meer naar feestjes.

,,Mensen stellen de aanschaf van een hoortoestel vaak zo lang mogelijk uit. Soms hebben ze al een bril en een gebit, dat vinden ze wel genoeg tekenen van ouderdom'', zegt audicien Arina Lelieveld van hoortoestellenwinkel Schoonenberg in Gezondheidscentrum Ommoord in Rotterdam. ,,Hoortoestellen hebben een slecht imago. Veel mensen denken dat ze heel groot zijn en dat ze de hele tijd piepen. Maar dat is al lang niet meer zo.''

Met name de ontwikkeling op het gebied van computerchips heeft er sinds begin jaren negentig voor gezorgd dat hoortoestellen veel kleiner zijn geworden en beter functioneren. Er zijn toestellen op de markt met richtmicrofoons, ruisonderdrukking en spraakherkenning, rondzingen komt bijna niet meer voor en de geluidskwaliteit is aanzienlijk verbeterd. Doordat de chips steeds kleiner worden, zijn er toestellen die zo klein zijn dat ze helemaal in het oor passen en nagenoeg onzichtbaar zijn.

,,Een hoortoestel klinkt nooit hetzelfde, maar kan de werkelijkheid wel heel dicht benaderen'', zegt directeur Roger Radke van Siemens Audiologie Techniek, het onderdeel van de medische divisie van het Duitse elektronicaconcern Siemens dat hoortoestellen produceert. Wereldwijd bevat één op de drie hoortoestellen Siemens-technologie. ,,De kunst van een hoortoestel is het onderscheiden van verschillende soorten geluid'', zegt Radke. ,,In een kamer waar de televisie de enige geluidsbron is, is het versterken van dat geluid niet zo ingewikkeld. Maar het is een stuk lastiger om ervoor te zorgen dat iemand die slechthorend is in een ruimte met veel achtergrondgeluiden een gesprek goed kan volgen.''

Met een analoog hoortoestel was dat moeilijk, omdat zo'n toestel alle geluiden evenveel versterkte. Een digitaal toestel is in staat binnenkomende geluiden eerst binnen honderdsten van een seconde te analyseren en te bewerken, voor die naar de luidspreker van de ontvanger gaan. ,,Door met richtmicrofoons te werken is het bijvoorbeeld mogelijk om het geluid dat uit het microfoontje komt dat op de gesprekspartner is gericht harder te versterken dan de omgevingsgeluiden uit de andere microfoontjes.''

Doordat verschillende geluiden op verschillende frequentieniveaus liggen, kan de chip geluiden van elkaar onderscheiden en bijvoorbeeld geluid dat binnen het frequentiespectrum van spraak valt meer versterken dan achtergrondruis, dat een andere frequentie heeft. Het uitsplitsen van geluid op verschillende frequenties is ook nuttig voor het beter afstemmen van de versterking op de gehoorafwijking van de gebruiker. ,,Bij iemand die hoge tonen wel goed hoort, maar lage niet, hoef je alleen de lage tonen te versterken om een zo natuurlijk mogelijk gehoor te krijgen.''

Door middel van hoortests is eenvoudig vast te stellen hoe goed of slecht het gehoor op verschillende frequentieniveaus is. ,,Bij een eenvoudige hoortest meten we aan de hand van pieptoontjes het gehoor op zeven verschillende frequentieniveaus'', zegt audicien Lelieveld. ,,De scores die daar uitkomen, voeren we in in de computer en die gegevens worden gekopieerd naar het hoortoestel.'' De chip in het toestel weet daardoor precies op welke frequentieniveaus geluiden versterkt moeten worden en hoe veel.

De keuze voor een bepaald type hoortoestel hangt vooral af van de gebruiker. ,,Iedereen wil natuurlijk een zo klein mogelijk toestel, maar dat kan niet altijd. Als je dikke of trillende vingers hebt, zijn ze lastig te bedienen en schoon te maken.'' Zo is bij de kleine `in het oor' toestellen het verwisselen van de batterij priegelwerk en raken de oortjes snel verstopt met oorsmeer. ,,Als je gehoor te veel beschadigd is, heb je bovendien meer versterking nodig en dat kan alleen met een groter toestel.''

Voor het op maat maken van de `oortjes' van een hoortoestel, neemt de audicien een afdruk van de gehoorgang en de oorschelp. Op basis van die voorbeelden worden de `in het oor' toestellen gemaakt. Siemens heeft enkele jaren geleden een productieproces ontwikkeld waarbij de oorafdrukken worden gescand en vervolgens opgeslagen in de computer. Een machine maakt vervolgens op basis van die gegevens de oortjes exact passend, door ze met behulp van lasers uit nylon te snijden. De elektronica wordt er daarna handmatig ingemonteerd.

Naarmate hoortoestellen meer geavanceerde eigenschappen bevatten, zijn ze ook duurder. Als iemand boven een bepaald niveau van gehoorbeschadiging zit, vergoeden zorgverzekeraars eenmalig 462,50 euro voor de aanschaf van een hoortoestel. De prijzen van hoortoestellen lopen, afhankelijk van het aantal technische snufjes, uiteen van dit minimumbedrag tot zo'n 1.500 euro. De goedkoopste toestellen zijn zowel in `achter het oor' als `in het oor' uitvoeringen beschikbaar.