Hoezo uiting van trots?

Waarom moeten wij ons druk maken om een stuk textiel? Omdat het hoofddoekje symbool staat voor de vrouw als ondergeschikt wezen, meent Ayaan Hirsi Ali.

Bent u voor een verbod op hoofddoekjes? Op het eerst gezicht lijkt dit een vreemde vraag. Een stuk textiel dat een vrouw om haar hoofd windt, is opeens een maatschappelijk vraagstuk geworden. De eerste reactie die bij mij opkomt, is dan ook: doe niet zo raar, natuurlijk ben ik tegen een verbod op hoofddoekjes. Hebben wij niets beters te doen dan debatteren over een stuk textiel?

Maar zo eenvoudig ligt het niet. Als je de vraag op je laat inwerken, ontdek je dat je overspoeld wordt door meer vragen. Wat is een hoofddoek, waar staat deze voor? Waarom bedekt een vrouw haar hoofd? Wat zijn de gevolgen ervan? Kortom, een discussie over de hoofddoek is relevant. De twee beginselen die hierbij centraal staan, zijn de gelijkwaardigheid van man en vrouw en de scheiding tussen kerk en staat.

Eenvoudig gesteld redeneren moslims als volgt: het lichaam van een vrouw wekt bij een man lusten op. Mannen en vrouwen die niet in de eerste graad familie van elkaar zijn en niet volgens de voorschriften van de islam getrouwd zijn, zouden elkaar eigenlijk geheel moeten mijden. Dat is onmogelijk, zodat een vrouw zich zo moet kleden dat zij niet of nauwelijks lust opwekt.

Twee veronderstellingen liggen hieraan ten grondslag. De eerste is dat de man zijn seksuele lusten niet kan beheersen. De tweede is dat de vrouw verantwoordelijk is voor de innerlijke zwakte van de man. Zij blijft dus maar thuis en bedekt haar lichaam. Dit alles staat in de koran en is uitgewerkt in de tradities van de profeet.

De stelling dat een hoofddoek een uiting is van trots, identiteit en emancipatie is hierbij niet overtuigend. Trots waarop? Dat je het op je neemt je vrouwelijkheid te verbergen? Dat je zonder een doekje willekeurige mannen op straat zo in de war kan brengen dat je hun je schoonheid maar bespaart? Identiteit waarmee? De vrouw die haar hoofd bedekt verstopt juist haar vrouwelijke identiteit, offert haar seksuele identiteit op voor die van de man. En emancipatie waartoe? Moslima's denken vaak: als ik geen hoofddoek draag, haal ik mij het wantrouwen en de woede van mijn vader, broers en andere familieleden op de hals. Doe ik wel een hoofddoek om, dan laten ze me zonder al te veel controle studeren en werken.

Maar deze redenering is slechts kortzichtig. Moslima's zijn na het afronden van hun studie immers nog lang niet van hun familie af, integendeel. En zo komen we op het dieperliggende probleem: de vrouw als een ondergeschikt wezen dat slechts met listen wat vrije momenten steelt, maar die nooit vrij zal zijn. Wanneer een moslima daartegen in opstand komt, moet de staat haar beschermen tegen de woede en boosheid van haar familie. Dan moeten wij haar vriendschap, schuiladressen, kennis en zelfvertrouwen geven waarmee ze zich zonodig zonder haar familie zal kunnen redden.

In Nederland wordt de discussie over hoofddoekjes pas sinds kort gevoerd. Het geldende recht is hierbij onduidelijk en sleept zich voort van incident naar incident. Na een conflict tussen de rechtbank van Zwolle en een griffier die een hoofddoek wilde dragen, werden hoofddoekjes (zichtbare religieuze tekens) in gerechtelijke functies verboden. Naar aanleiding van een incident op het Gregorius college in Utrecht heeft de Commissie Gelijke Behandeling bepaald dat bijzondere scholen leerlingen het dragen van een hoofddoek mogen verbieden. Enkele weken geleden werd bekend dat de overheid vermoedelijk hoofddoeken heeft besteld voor vrouwelijke cipiers. Tijdens het Kamerdebat dat hierover werd gevoerd, bleek het kabinet niets te voelen voor het Engelse voorbeeld waarbij overheidsdienaren met een uniform een bijpassende hoofddoek mogen dragen. Datzelfde kabinet heeft er ook niet voor gekozen om, naar Frans voorbeeld, te bepalen op welke plaatsen opzichtige religieuze tekens, waaronder de hoofddoek, wel en niet zijn toegestaan. Verder is onlangs een moslima die in een café een hoofddoek droeg, voor de keus gesteld ,,hoofddoek af of weggaan'' met het argument dat het hier om vast beleid van de caféhouder ging. Ten slotte deelde enkele jaren geleden de feministe Cisca Dresselhuys mee geen vrouwen met hoofddoek meer te zullen aannemen.

Zo zijn er tal van conflictueuze situaties. Het kabinet zal hierbij moeten aangeven waar nu precies de grens ligt, waar opzichtige religieuze tekens gedragen mogen worden en waar niet. Dat is echter niet gebeurd, zodat we slechts afhankelijk zijn van incidenten en gerechtelijke uitspraken, waar alleen overheidsbeleid ons duidelijk zal kunnen maken waar we aan toe zijn.

Ayaan Hirsi Ali is lid van de Tweede Kamer en maakt deel uit van de VVD-fractie. Zij is woordvoerder integratie.

www.nrc.nl/opinie Eerdere artikelen over dit onderwerp en informatie over het hoofddoekdebat donderdag om 19 uur in de Haagse Hogeschool. Abonnees krijgen reductie.