Gosjepietje

Bij toeval stuitte ik deze week op een superlang woord in de Grote Van Dale. Het gaat om zandzeepsodemineraalwatersteenstralen (37 letters). Volgens Van Dale is dit een schertsend gevormd volkswoord en betekent het `opsodemieteren, opdonderen, ophoepelen'.

Al jaren staat in het Guinness book of records dat kindercarnavalsoptochtvoorbereidingswerkzaamheden met 49 letters het langste Nederlandse woord is. Dat lijkt mij flauwekul. Het is onze taal heel gebruikelijk om woorden aan elkaar te plakken en het moet niet zo moeilijk zijn om nóg langere samenstellingen te verzinnen, al wil dat nog niet zeggen dat die ook echt worden gebruikt. Van Dale zegt alleen woorden op te nemen die minstens drie jaar in het hele Nederlandse taalgebied zijn gesignaleerd, dus we mogen aannemen dat dit ook geldt voor zandzeepsodemineraalwatersteenstralen, dat sinds 1984 in het woordenboek staat. Zelf ken ik het niet, maar op internet vind ik dat het eens is gebruikt door de Vlaamse schrijver Herman Brusselmans. Het zou mij niet verbazen als Brusselmans het zelf had verzonnen en als het daarna bijna nooit meer was gebruikt, behalve dan in artikelen over lange woorden in woordenboeken. In veel van die artikelen wordt zandzeepetc. zelfs uitgeroepen tot het langste Nederlandse woord in de Grote Van Dale. Dat is juist als je je beperkt tot de ingangen in Van Dale, maar in de definities zijn wel langere woorden te vinden, zoals wettelijkeaansprakelijkheidsverzekering (in het lemma kampeercarnet). Dit woord, dat 39 letters telt, wordt wél in het echt gebruikt.

Is wettelijkeaansprakelijkheidsverzekering dan het langste woord in Van Dale? Het is maar wat je een woord noemt. In de definities van scheikundige begrippen vind je in Van Dale nog veel langere `woorden'. Zoals (S)-2-amino-3-(4-hydroxyfenyl)propaanzuur (41 tekens) en 1,2-dihydro-4-methoxy-1-methyl-2-oxonicotinonitril (50 tekens, bij het woord ricinine). Je kunt je afvragen hoe nuttig het is om in een algemeen, verklarend woordenboek, dat niet speciaal voor scheikundigen of specialisten is bedoeld, te vermelden wat de chemische verbinding van ricinine is. Persoonlijk zegt mij dit geen fluit, maar het levert bij mijn weten wel het allerlangste `woord' in de Grote Van Dale op, en dat zal ook wel wat waard zijn.

Er is nog een aspect aan zandzeepetc. dat niet onvermeld mag blijven. Van Dale noemt het een schertsend gevormd volkswoord, en inderdaad, het is zeker schertsend gevormd, maar volgens mij is het vooral een eufemisme, een soort bastaardvloek. Het is een woord waar je enkele grovere woorden mee vermijdt, zoals opsodemieteren, oprotstralen en lazerstralen. Er bestaan honderden van dit soort eufemistische vloeken. Omdat er ooit boetes en strenge straffen stonden op het ijdele gebruik van de naam Jezus en op een vloek als godverdomme, zijn hiervan talloze afgezwakte vormen bedacht, zoals jee(tje), tjeempie, jasses, potvolblomme, gompiedompie, gosjepietje enzovoorts. Het compleetste overzicht van dit soort bastaardvloeken, die wel vaker schertsend gevormd zijn, is te vinden in het boek Vloeken (2001, tweede druk) van Piet van Sterkenburg.

Zelf heb ik overigens sterk de indruk dat het gebruik van dit soort bastaardvloeken sterk aan het afnemen is, zeker bij jongere generaties. Dat wil zeggen: bastaardvloeken als jasses en jeetje zijn zo volkomen ingeburgerd dat ze niet meer als zodanig worden herkend. Die worden dan ook volop gebruikt. Maar hoort u nog weleens jongelui potvolblomme, gompiedompie of gosjepietje zeggen? Ik niet. Misschien komt een en ander nog wel voor onder strengchristelijke EO-jongeren, maar ik denk dat er een direct verband bestaat tussen de toenemende ontkerkelijking, het grover worden van onze maatschappij en het verdwijnen van onze bastaardvloeken. Misschien kan Balkenende hier iets tegen ondernemen: normen en waarden, iedereen z'n `eign verntwrdlijkheid', kies als je vloekt een bastaardvloek! Met een beetje mazzel zorgt dat ook voor een opleving van zandzeepetc., waardoor dit niet meer zo misstaat in de Grote Van Dale.

Reacties naar de Achterpagina of naar sanders@nrc.nl. Zie ook Woordhoek op donderdag op www.nrc.nl