Gerammel, pech en geluk op de kasseien

De Zweed Magnus Backstedt won zondag Parijs-Roubaix, voor Tristan Hoffman. Als vanouds reden veel renners lek op de kasseien.

Uit de ontelbare transistorradiootjes waarmee de wachtende toeschouwers in het bos van Wallers op de hoogte bleven van het wedstrijdverloop van Parijs-Roubaix, klonk één Frans woord buitensporig vaak: crevaison. Lekke band. Rond half vier zagen de fans achter de dranghekken hoe de renners zich een weg baanden door het bos dat wordt gevreesd om zijn kasseien. Valpartijen in het begin, waar de snelheid het hoogst lag en de kasseistrook door modder het gladst was. Renners die geluk hadden kwamen na 2.400 meter ongeschonden uit het bos, zonder val of lekke band, om in een scherpe bocht naar links hun weg naar de op 92 kilometer gelegen finish te vervolgen. Een handvol kilometers verderop wachtte de volgende van 26 kasseistroken (totale lengte 51,1 kilometer) en begon het gerammel weer.

In geen wielerwedstrijd liggen domme pech en geluk zo dicht bij elkaar als in Parijs-Roubaix. ,,Vooraf ga je ervan uit dat je één keer van fiets wisselt, dat je twee keer valt en dat je drie keer een lekke band krijgt'', vatte Tristan Hoffman het zondagavond samen na afloop van de 102de editie van de kasseienklassieker in het noorden van Frankrijk. Na 261 pechvrije kilometers ging hij als tweede over de finish, achter de eerste Zweedse winnaar van het evenement, Magnus Backstedt. Hoffman gaf het Scandinavische feestje op het middenterrein van de Vélodrome in Roubaix extra kleur: de Nederlander rijdt voor het Deense CSC van oud-Tourwinnaar Bjarne Riis.

Bij Alessio, de (Italiaanse) ploeg van Backstedt, had 's ochtends een oud-winnaar moeite om op tijd aan de start te verschijnen. Op het plein tegenover het paleis in Compiègne kreeg Andrea Tafi, de Italiaan die hier in 1999 won, op de valreep hulp van een mecanicien. De renner keek zorgelijk naar zijn ketting, die niet soepel over de tandwielen gleed. Net voordat de speaker de renners in de volle zon naar het noorden dirigeerde, sloot Tafi zich aan bij het peloton. De mecaniciens van Alessio zouden verder een rustige dag beleven. Het aantal gevallen van pech bleef beperkt, zei een van de ploegleiders van Alessio na afloop bij de persconferentie van winnaar Backstedt. Brede glimlach op het gezicht – over zijn lippen kwam nog één woord: ,,Fortuna.'' Geluk.

Parijs-Roubaix is een wedstrijd vol drama. Soms een beetje te veel van het goede, vinden sommige renners. Peter van Petegem, de winnaar van vorig jaar, pleitte er vrijdag na de verkenning van `de Hel' voor dat de tweeënhalve kilometer lange kasseistrook in het bos van Wallers uit het parcours wordt geschrapt. Te glad, te gevaarlijk, oordeelde hij over het meest spectaculaire deel van de klassieker. Zijn pleidooi vond amper weerklank. Voorlopig zal `het bos' ook niet onder handen worden genomen. Het bos is heilige grond.

Het zat Van Petegem deze keer niet mee, en dat had niets met zijn vorm te maken. Op nog geen vijftig kilometer voor het einde deden zijn ploeggenoot bij Domo Leon van Bon en de Deen Frank Hoj (CSC) goed voorbereidend werk. Met een vlucht van bijna twintig kilometer hielden ze het tempo in de koers hoog. In de slotfase, in een eenzame achtervolging, verspeelde Van Petegem kostbare tijd door een lekke band. Pech dus.

In de finale kon hij alleen nog maar een gelegenheidsduo vormen met Johan Museeuw, zijn landgenoot die in diens laatste klassieker werd uitgeroepen tot de grootste pechvogel. Museeuw maakte deel uit van een kopgroep van vijf (Backstedt, Hoffman, de Brit Roger Hammond en de Zwitser Fabian Cancellara) die met Roubaix in zicht ongrijpbaar was voor de achtervolgers. Uitgerekend de man die de vierde zege in Parijs-Roubaix binnen bereik had en het record van zijn landgenoot Roger De Vlaeminck dacht te kunnen evenaren, reed lek. Op zes kilometer van de finish in het Vélodrome, waar de toeschouwers hoorbaar compassie toonden met de oude kampioen. ,,Malchance'', zei Museeuw achteraf. Domme pech.

In hun jacht op het leidende kwartet hadden de twee Belgen veel tijd goedgemaakt, maar toen ze het Vélodrome in reden, waren de vier al aan hun slotronde begonnen. Backstedt, met 1.93 meter een van de langste renners in het peloton, toonde zich de rapste sprinter. Zijn grootste succes tot dat moment: een etappezege in de Tour de France van 1998. De kei-op-een-plankje die bij de zege hoort koesterde hij als een kostbaar juweel.

Opnieuw werd duidelijk dat Parijs-Roubaix een koers is waar ervaring zich uitbetaalt. Vraag het winnaar Backstedt, 29 jaar oud en sinds 1997 aan de start in `de Hel van het Noorden', of aan de 34-jarige Hoffman, die eerder vierde was geworden in Parijs-Roubaix. Hoffman, prof sinds 1992, speelde al eens met de gedachte zijn carrière te beëindigen, al was het maar om nooit meer na een koers ,,uitgemergeld op de bank te liggen''. Zondag behaalde hij zijn beste prestatie ooit in een klassieker – en heeft het wielerleven voor hem voorlopig weer zin.