Filosofische disputen leiden tot niets

Het hoofdoekje verbieden is niet nodig. Ga er pragmatisch mee om, adviseert Rob Oudkerk.

Waartoe dienen met valse integratiesaus overgoten moreel-ethische, filosofische of politieke disputen over `het hoofddoekje'? Ik vind ze te abstract. Te rechtlijnig.

Zelf houd ik het liever dichter bij huis. Praktisch en pragmatisch. Dat is een gevolg van mijn uitgebreide bemoeienis met de gang van zaken rond de door Ankie Verlaan (toenmalige baas van de Regionale Opleidings Centra – ROC's – in Amsterdam) aangezwengelde discussie over het dragen van een volledige sluier op school. Dat leidde tot een breed gedragen verbod op die scholen, en terecht. Die discussie heeft mij veel geleerd over de do's en dont's, en nog meer over oneigenlijke argumenten in dit soort zaken.

Wat roept een hoofddoek bij mij op? Dat iemand zich onderscheidt. Niks tegen. Maar ook – net zoals skinheads, hanenkammen, permanente petten – een ongemakkelijk gevoel. Van ontoegankelijkheid. Niet benaderen, niet naar kijken, niet aanspreken. Dat zit in jouw hoofd, niet op het hare, zeggen mijn criticasters onmiddellijk. Dat is vast waar. Maar of ze het nou moet dragen of wil dragen, de hoofddoek schept een afstand tussen de draagster en de rest van de wereld. Ik voel me daar unheimisch bij. Een gevoel dat niet met rationele argumenten te compenseren is.

Natuurlijk, de afstandelijkheid van de hoofddoek kan gecompenseerd worden door een open houding. Fatima Elatik, stadsdeelwethoudster in Amsterdam, is daar een aangenaam sprankelend voorbeeld van. Maar, eerlijk gezegd, ook het enige voorbeeld dat ik kan bedenken.

De voorstanders zeggen: het dragen van de hoofddoek is een uiting van zelfstandigheid en van eigen keuzevrijheid. Ofwel: het is de enige manier die vrouwen hebben om zich werkelijk (buitenshuis) te emanciperen, te participeren en aan het werk te gaan.

Tegenstanders zeggen: het dragen van de hoofddoek is weer een van de vele vernederingen die de islam aan vrouwen oplegt. Het ontkent de schoonheid van vrouwen en hun individualiteit.

Wat is waar? Vast alle twee. Maar ook waar is, dat meer vrouwen in Frankrijk sinds het verbod een hoofddoek zijn gaan dragen. Uit protest, dunkt me. Feit is ook dat het in Turkije allang verboden is om in openbare functies een hoofddoek te dragen. Er bestaat echt geen grote gemene deler. Net zomin geloof ik in een eenduidige relatie tussen islam en hoofddoek. Uiteindelijk komt het natuurlijk toch neer op de dooddoener dat de motivatie voor het dragen van een hoofddoek voor elke vrouw verschillend is.

Dus laten we nu eens niet naar de motivatie van de vrouwen kijken, maar naar de gevoelens van de omgeving. Ook die zijn niet eenduidig. En niet altijd eerlijk.

Zo is het argument dat ambtenaren geen hoofddoekje zouden mogen dragen omdat dan de neutraliteit van de overheid in gevaar komt, grote onzin. Ook de vergoelijkende zin die daar altijd aan vastgeplakt wordt – ,,dat geldt natuurlijk ook voor een kruisje om de nek'' – is er mijns inziens met de haren bijgesleept. De discussie over ambtenaren en hoofddoekjes was slechts een van de vele uitingen van islamofobie en een van de vele voorbeelden van afleidende hype-debatjes, die zo kenmerkend zijn geworden voor ons land.

Als ik werkgever was, in welke sector dan ook, dan zou ik niet zo snel een vrouw aannemen met een hoofddoek. Dat mag niet, maar het is niet om te pesten noch om te discrimineren. Van beide ben ik fervent tegenstander. Het is simpelweg emotie.

Je kan rustig aannemen dat veel werkgevers er ook zo over denken. Dan is de gehoofddoekte geen lange carrière op de arbeidsmarkt beschoren. Wat gebeurt er dan? Indien de motivatie om te werken groot is, doen ze dus óf de hoofddoek af om aan een baan te komen, óf ze richten eigen bedrijven op,

óf ze gaan bij mede-hoofddoekdraagsters werken.

Is dat slecht? Het lijkt me niet. Een geheel eigen evolutie van de hoofddoek in Nederland. Niet in navolging van een ander land. Niet als gevolg van de rigide islamofobie. Niet omdat we in Nederland graag alles dichtregelen met ge- en verboden. Maar praktisch en pragmatisch. Ik ben dus tegen welk verbod dan ook, maar dan ook geen gezeur over emotionele consequenties.

Relativering is een groot goed. De drie gesluierde meisjes op het ROC waren gewoon aan het puberen. En dan zet je je af tegen je omgeving. Met een sluier. Zo banaal was dat. En zo banaal is een (groot) deel van de hoofddoekjesdiscussie ook. Daar past geen afleidende discussie bij.

Rob Oudkerk is oud-wethouder van Amsterdam. Eerder was hij lid van de Tweede Kamer en maakte hij deel uit van de PvdA-fractie.