Degelijke nostalgie

De Lomo Kompact Automat verscheen in 1982 op de Russische markt als oerdegelijke `volkscamera'. Hij werd gefabriceerd door de `Leningradskoje Optiko-Mechanitscheskoje Objedinjenie', die ook microscopen fabriceert en optische instrumenten levert aan KGB en ruimtevaartindustrie. Aanvankelijk werden per maand 10.000 van deze kleinbeeldcamera's (10x7x4 cm) verkocht. Alleen de opening van de 32 mm groothoeklens en de scherpte-instelling zijn regelbaar (ieder drie standen), maar er kunnen zelfs in het halfdonker foto's mee gemaakt worden.

Tien jaar later werd Lomografie een hype in het westen. Twee Weense studenten, Wolfgang Stranzinger en Mathias Fiegl, kochten in 1992 een Lomo in een Tjechische tweedehandswinkel, gingen er spontaan mee fotograferen, wat aansloeg bij vrienden. Ze gingen op jacht naar tweedehands Lomo's in het Oostblok en organiseerden in 1994 een tentoonstelling van 10.000 lomofoto's in Moskou en New York. De Lomo deed het woord snapshot eer aan; volgens lomografen moet zonder door de zoeker te kijken en het liefst `vanuit de heup' spontaan worden gefotografeerd. Het woord Lomo werd geherdefinieerd tot `Love and Motion' en er kwamen Lomo-Tien Geboden: 1. Neem je Lomo overal en altijd mee; 2. Gebruik hem dag en nacht; 6. Niet nadenken! Doen!

Inmiddels was de productie in St. Petersburg teruggelopen. Maar een delegatie van de Lomographic Society International onder leiding van Fiegl en Stranzinger wist in 1996 het exclusieve verkooprecht te verwerven (minimale afname 3.000 per maand). Hierdoor werd de werkgelegenheid van 400 Lomo-arbeiders veiliggesteld. Bij deze overeenkomst speelde ook de toenmalige vice-burgemeester van St. Petersburg, Vladimir Poetin, die Lomografie wel zag zitten, een rol. Vanaf dat moment kostten de Lomo's 150 dollar (bij fotohandel Foto 21 in Hilversum nu inclusief twee filmpjes 179 euro), een veelvoud van de oorspronkelijke prijs.

Lomografie werd een global cult met een eigen internetcircuit. Er ontstonden lomowebsites, er zijn Lomotronic Nights gehouden en er is Underwater Lomography. De Lomographic Society claimt dat er wereldwijd een half miljoen lomoleden zijn (met bekendheden als Brian Eno en Robert Redfort) en dat er in zestig landen contactpersonen of verkooppunten zijn, die `ambassades' worden genoemd.

Ab Stammeshaus, maker van de site www.lomography.nl, werkt als internetmedewerker bij D66: ,,Ik kwam een jaar of vijf geleden de Lomography-website tegen. Ik kocht zo'n camera en werd enthousiast. Lomografie is gewoon fun; lomografen zijn vooral jonge mensen, geïnteresseerd in kunst en creativiteit.''

Stammeshaus organiseerde de Lomolympics. Op de eettafel van zijn benedenwoning aan de Rotterdamse Mathenesserlaan staan dozen vol foto's: ,,Tijdens de Werelhavendagen hadden we een stand en konden mensen een uur met een Lomo op pad. Van de resultaten hebben we lomowalls gemaakt.''

De Lomographic Society in Wenen heeft intussen ook niet stilgezeten: er verschenen allerlei Lomo-producten op de markt. De top van de verkoop was rond 2000. Stammeshaus toont enkele fun-camera's die via de website worden verkocht. De felgele Supersampler heeft vier lenzen die met een klein tijdverschil vier opnamen maakt op één negatief, zodat het idee van beweging ontstaat. Hij heeft geen zoeker en een zwart trektouwtje met plastic ringetje om de film door te spoelen.

Lomografie lijkt een opgeklopte hype, in het leven geroepen door twee commercieel handige studenten. Feit is dat de oerdegelijke Lomo-volkscamera op deze manier wel een extravagant tweede leven in het westen leidt.

Websites: www.lomography.com/shop; www.lomography.nl