Ambtenaar daagt eigen minister

Gevangenisdirecteur en vakbondsvoorzitter J. van Huet spant een kort geding aan tegen zijn eigen minister Donner (Justitie). Hij eist dat de bewindsman ,,defamerende en grievende uitlatingen'' intrekt die Donner in de Tweede Kamer en de media zou hebben gedaan.

De advocaat van Van Huet, G.H.L. Weesing, heeft vanmorgen bevestigd dat hij vandaag bij de bestuursrechter een zogeheten voorlopige voorziening zal aanvragen ,,om de minister tot rectificatie te bewegen''.

Van Huet, directeur van de penitentiaire inrichting Noord-Holland Noord, kwam vorige maand in het nieuws toen bleek dat Donner hem en zijn collega Boeij van de Bijlmerbajes van hun functie wilde ontheffen. Donner zei dat kritiek van Van Huet op het detentiebeleid hierbij een rol speelde.

In de Tweede Kamer zei de minister dat het ,,voortdurend zaaien van twijfel over de juistheid van het beleid'' reden was om aan te sturen op vertrek. ,,Ik heb dan liever iemand anders op die functie.'' Ook zou Van Huet volgens minister Donner de afspraak hebben geschonden dat de directeur bij het uiten van openbare kritiek zou melden dat hij sprak namens de vakbond voor gevangenisdirecteuren VDPI.

Van Huet ontkent ten stelligste dat hij afspraken heeft geschonden. In een bezwaarschrift aan het ministerie van 17 maart suggereert Van Huet dat Donner ,,terzake onjuist is voorgelicht'' door zijn ambtenaren. Hij wijst erop dat hij nog medio vorig jaar door de minister is bevorderd, en dat hij zich daarna nooit meer openbaar heeft uitgesproken over door de Kamer goedgekeurd beleid.

Van Huet zegt in zijn dagelijks werk als directeur te worden belemmerd, nu de volgens hem aantoonbaar onjuiste kritiek van de minister niet wordt herroepen. Die onjuistheid blijkt al uit het feit dat Van Huet nog altijd in functie is, zegt een betrokkene.

De laatste maand heeft hij de minister tot herroeping van zijn uitspraken proberen te brengen. Hierop is geen inhoudelijk reactie gekomen, aldus Weesing.

Het Kamerlid M. Vos (GroenLinks) heeft vorige week aan de minister gevraagd of hij nog steeds zeker weet dat hij de Kamer ,,volledig en juist heeft geïnformeerd''.