Ziek, zelfstandig en onverzekerd

Per 1 juli wordt de arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zelfstandigen (Waz) afgeschaft. Voor de meeste zelfstandigen is dat goed nieuws, want de uitkering is laag en de premie hoog. Maar wie zelf niets regelt, loopt vanaf die datum wel onverzekerd rond.

`Heel terecht dat de Waz wordt afgeschaft. Ik betaal elk jaar ontzettend veel premie, maar als ik ooit arbeidsongeschikt zou raken, krijg ik in ruil voor die premie een minimale uitkering'', zegt Femke de Jager. Zij werkt zelfstandig als trainer communicatieve vaardigheden in het bedrijfsleven. Daarmee verdient ze ongeveer 40.000 euro per jaar. Als zelfstandige is ze via de Waz verplicht verzekerd tegen arbeidsongeschiktheid. Jaarlijks betaalt ze hiervoor een premie van bijna 2.200 euro. Als ze ooit arbeidsongeschikt wordt, krijgt ze een uitkering van ongeveer 11.000 euro per jaar.

De Waz keert 70 procent van het laatste inkomen uit tot een maximum van 70 procent van het minimumloon. Bovendien houdt de Waz rekening met de mate van arbeidsongeschiktheid. Een zelfstandige krijgt de maximale uitkering van 70 procent pas als hij of zij voor meer dan 80 procent arbeidsongeschikt verklaard is. Omdat de Waz geen rekening houdt met arbeidsongeschiktheid in het eigen beroep, maar het begrip `gangbare arbeid' hanteert, bestaat de kans dat De Jager geen uitkering krijgt. Want als ze niet meer kan werken als zelfstandig trainer, kan ze misschien in loondienst nog wel bonbons inpakken.

Een ander nadeel is de wachttijd van 52 weken. De Jager zou een eventuele uitkering pas krijgen na een jaar ziekte. ,,Daarom heb ik naast de Waz een particuliere arbeidsongeschiktheidsverzekering'', zegt ze. ,,Dat zijn ook dure verzekeringen, maar daar kríjg je ook iets voor. Ik heb zelf gekozen voor een wachttijd van 12 weken, want zolang kan ik wel zonder inkomen. Daar heb ik een buffer voor. Na drie maanden ziekte keert de particuliere verzekering uit. Niks 70 procent van het minimumloon, maar gewoon 80 procent van mijn werkelijke inkomen. Bovendien kijken ze naar mijn eigen beroep. Het gaat er uitsluitend om of ik nog als trainer kan werken.''

Na een jaar ziekte zou De Jager in aanmerking kunnen komen voor de Waz. De Waz keert dan in het gunstigste geval ongeveer 11.000 euro uit en de particuliere verzekeraar vult dit aan tot 80 procent van haar inkomen. ,,Van mij mag de Waz vandaag nog verdwijnen'', zegt De Jager. ,,Ongetwijfeld gaat dan de premie van mijn particuliere verzekeraar omhoog, want die moet in het tweede jaar extra betalen als de Waz niet meer uitkeert. Maar ik weet zeker dat die hogere premie peanuts is vergeleken bij de Waz-premie die ik betaalde.''

De Waz bestaat pas sinds 1998. In dat jaar werd de Aaw (de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet) afgeschaft en kregen werkgevers te maken met de Pemba-wetgeving. Arbeidsongeschikte ondernemers konden voortaan rekenen op de Waz. Ruim 1,2 miljoen mensen vallen onder deze wet. Het zijn de eigenaren van eenmanszaken en VOF's, directeuren-grootaandeelhouder van BV's, vrije beroepsbeoefenaren, speciale groepen werknemers zoals alfahulpen en oppassen-aan-huis, en soms ook – afhankelijk van de hoogte van hun gewone inkomen en hun bijverdiensten – werknemers die naast hun werk freelancen. Ze betalen hiervoor een premie van 8,8 procent van hun bruto inkomen. De eerste 13.600 euro van het inkomen is premievrij, net als het inkomensdeel dat de 38.000 euro overschrijdt. Dat maakt de Waz voor veel zelfstandigen tot een dure verzekering, vooral doordat er zo'n lage uitkering tegenover staat. Alleen voor zelfstandigen die minder dan de premievrije Waz-voet verdienen, is de afschaffing nadelig, want zij hebben een arbeidsongeschiktheidsverzekering zonder dat ze ervoor betalen.

,,Voor het gros van de zelfstandigen is afschaffing een voordeel'', zegt Roel Masselink, secretaris van de Vereniging Platform Zelfstandige Ondernemers (PZO). Afschaffing per 1 juli 2004 betekent dat ondernemers die vóór die datum ziek worden als laatste Waz'ers uiteindelijk vanaf 1 juli 2005 een uitkering krijgen. De Waz-premie, die geïnd wordt door de belastingdienst, wordt over het jaar 2004 al niet meer geheven. Dat is niet nodig, omdat het Arbeidsongeschiktheidsfonds Zelfstandigen meer dan 1 miljard euro bevat. Ongeveer 56.000 ondernemers hebben een arbeidsongeschiktheidsuitkering, een aantal dat in de loop der jaren vrijwel constant is gebleven.

Hoewel de PZO het positief vindt dat de Waz wordt afgeschaft, heeft Masselink wel kritiek op de manier waarop dit gebeurt. ,,Het gaat te snel. Er zijn nog zoveel problemen. Wij vinden dat die eerst opgelost moeten worden.'' Het grootste probleem betreft de ondernemers die om gezondheidsredenen geweigerd worden door de particuliere verzekeraars. Dat zijn mensen die nu al aan een chronische ziekte lijden of bij wie tijdens de medische keuring iets aan het licht komt waardoor zij niet acceptabel zijn voor de verzekeraar. Recent onderzoek van de FNV wijst uit dat het om zo'n 60.000 ondernemers gaat. ,,Het is nog onduidelijk of deze groep zich kan verzekeren per 1 juli en op welke manier'', zegt Masselink.

Bart-Jan van Hees, arbeidsjurist bij BDO Consultants, deelt de kritiek van PZO. ,,De overheid trekt haar handen af van arbeidsongeschikte zelfstandigen'', vindt hij. Een ander probleem betreft de zwangerschap- en bevallingsuitkering van vrouwelijke ondernemers die een kind krijgen (zie kader).

Veel ondernemers zijn volgens Van Hees niet op de hoogte van de afschaffing van de Waz. ,,Een directeur-grootaandeelhouder met een BV heeft meestal wel een particuliere arbeidsongeschiktheidsverzekering, maar voor veel kleine zelfstandigen ligt dat anders.'' Uit onderzoek van de inmiddels opgeheven Raad voor het Zelfstandig Ondernemerschap blijkt dat meer dan de helft van de ondernemers geen particuliere arbeidsongeschiktheidsverzekering heeft. ,,Veel van deze mensen weten waarschijnlijk niet eens dat ze vanaf 1 juli onverzekerd rondlopen'', zegt Van Hees. ,,Er wordt zo weinig ruchtbaarheid gegeven aan deze maatregel dat ze het ook bijna niet kúnnen weten.''

Hij schetst een somber toekomstbeeld voor de onverzekerde ondernemers. Als zij ziek worden en niet meer in hun eigen inkomen kunnen voorzien, zullen ze een beroep moeten doen op de Bijstandswet of, als ze al ouder zijn, op de IOAZ (de inkomensvoorziening voor oudere arbeidsongeschikte zelfstandigen, die in de plannen van minister De Geus enigszins wordt gewijzigd, maar wel blijft bestaan). ,,Dan is het de vraag of ze voor een uitkering in aanmerking komen, want de sociale dienst en de IOAZ kijken ook naar het inkomen van een eventuele partner en naar het eigen vermogen. Onverzekerd rondlopen is geen optie.''

De meeste verzekeraars stellen zich terughoudend op en bieden hun producten niet actief aan zolang de Tweede Kamer zich nog niet heeft uitgesproken over het wetsvoorstel. Een verzekering voor het eerste ziektejaar en eentje voor de vervolgjaren, zoals nu gangbaar is, is vanaf 1 juli waarschijnlijk niet nodig. Het ziet ernaar uit dat één verzekering voldoende is, met keuzemogelijkheden ten aanzien van onder andere de wachttijd en het criterium `gangbare arbeid' dan wel beroepsarbeidsongeschiktheid. Masselink denkt dat verzekeraars voor 600 of 700 euro premie per jaar een verzekering moeten kunnen aanbieden op het niveau van de huidige Waz. Ondernemers die een hogere uitkering willen, betalen meer premie. ,,Ik vermoed dat de premie voor het eerste ziektejaar hetzelfde kan blijven als nu'', zegt Van Hees. ,,Voor het tweede ziektejaar zal de premie hoger zijn, omdat de particuliere verzekeraar dan ook het Waz-deel voor zijn rekening moet nemen. Maar daarvoor kan de ondernemer het geld gebruiken dat hij nu kwijt is aan die dure Waz.''