Wanbeleid van Fidel Castro door velen goedgepraat

Prins Claus en zijn zoon prins Friso hebben in 1998 een gesprek met de Cubaanse dictator Fidel Castro gehad. Wat prins Claus daarover in zijn reisverslag schreef (NRC Handelsblad, 3 april), wekt op zijn zachtst gezegd enige verbazing. Ruim 40 jaar lang houdt de machtsbeluste tiran zijn volk nu al onder de duim met leugens, intimidatie, een verklikkerssysteem zonder weerga, plus de belofte dat binnenkort alles beter wordt. Elke toerist ziet na een paar dagen wat er van het prachtige eiland geworden is: een gigantische puinhoop.De eens zo bruisende hoofdstad Havanna is momenteel één grote verpauperde krottenwijk, bijna alles is gerantsoeneerd (zelfs suiker en sigaren!) en het allerergste wie het waagt daarover te klagen, belandt regelrecht in de gevangenis. Velen die het wanbeleid van Castro proberen goed te praten, bewonderen (evenals prins Claus deed) ,,het goede onderwijs en de brede gezondheidszorg''. Een intellectueel als prins Claus had toch moeten weten: elke dictator begint, zodra hij de macht in handen heeft, het onderwijs te controleren (lees: de soldaten kerngezond te houden).

Ook tijdens het bezoek van prins Claus in 1998 was Cuba al een broeinest van corruptie, prostitutie en zwarthandel; zonder die uitwassen zou overleven simpelweg onmogelijk zijn. Dat prins Claus en prins Friso daarvan destijds niets gezien zouden hebben, weiger ik te geloven. Het Cubaanse volk, zo weet ik uit ervaring, bestaat merendeels uit hartelijke, gastvrije levenskunstenaars. Wellicht is dat mede een reden geweest dat men al die jaren verzuimd heeft datgene te doen, waartoe men zeker het morele recht zou hebben gehad: Fidel Castro aan de hoogste boom op te hangen.