VS op de bres voor Nashala's hijab

De eerste keer dat de twaalfjarige Nashala Hearn haar hoofddoek (hijab) droeg was in de zomer van 2003. Ze bond hem niet alleen op straat om, maar ook op school. Toen ze daar na de vakantie voor het eerst mee in haar klas verscheen, waren haar klasgenoten uit Muskogee in Oklahoma niet geschokt, maar ,,geïnteresseerd''.

Ook het schoolhoofd van de Benjamin Franklin Science Acadamy maakte geen bezwaar en op verzoek van de ouders van het meisje mocht zij haar lessen twee keer per dag tien minuten onderbreken voor gebed.

Tot 11 september 2003, de tweede herdenking van de aanslagen in New York en Washington. Op die dag werd de vader van Nashala bij het schoolhoofd geroepen. Zijn dochter mocht niet langer een hoofddoek dragen naar school omdat dat niet overeen zou komen met het kledingvoorschrift van de school. Hoofdbandjes, zoals bandana's waren ook verboden, aldus de school. Ook de onderbrekingen voor gebed waren niet langer toegestaan.

Maar Nashala bleef trouw aan haar hoofddoek en werd geschorst. Haar ouders protesteerden, maar de school hield voet bij stuk. Totdat het ministerie van Justitie lucht kreeg van de zaak. Dat klaagde vorige maand de school aan omdat het het recht op gelijke behandeling zou hebben overtreden.

Die bemoeienis van de Amerikaanse Justitie is opmerkelijk voor Europese begrippen, waar met name in Turkije, Frankrijk en deels ook in Duitsland het dragen van een hoofddoek op scholen niet is toegestaan. De Verenigde Staten zijn het daar niet mee eens. In reactie op de maatregelen in Frankrijk verklaarde de regering Bush begin dit jaar dat die ingaan tegen ,,een fundamenteel recht dat beschermd dient te worden''.

Volgens de aanklacht tegen de school in Oklahoma mag ,,een scholier niet gedwongen worden te kiezen tussen het belijden van zijn overtuiging of het genieten van onderwijs''.

De zaak zal 7 september voor komen.