Splitsen energiebedrijven is juist goed voor de afnemers

Voor de tweede keer binnen een week breekt NRC Handelsblad in een hoofdartikel een lans voor een Nationale Energie Kampioen. Op 7 april nam de krant het weer op voor Nuon die in 2007 gesplitst moet zijn in enerzijds een netbeheerder en anderzijds een energieleverancier en -producent.

Wat zijn de feiten? Op een enkele uitzondering na zijn alle `getroffen' energiebedrijven volledig in handen van regionale overheden. Nuon's bewering dat zij straks hun netten aan de overheid moeten afstaan, slaat in dat opzicht dus nergens op. De netten zijn al van de overheid! Deze aandeelhouders hebben straks echter twee bedrijven in plaats van één bedrijf: een netbeheerder die als natuurlijke monopolist nauwelijks blootstaat aan marktrisico's en een energieleverancier die juist wel een hoog risicogehalte kent. Na de splitsing kunnen de aandeelhouders de energieleverancier verkopen als ze dat zouden willen. De waarde van de netten zou verzilverd kunnen worden door herkapitalisatie. Verder kan het goed zijn dat het uiteenrafelen van bedrijfsactiviteiten met volstrekt uiteenlopende risicoprofielen door toekomstige beleggers beloond wordt: de som is in zulke gevallen vaak minder waard dan de losse delen.

Dan zijn er nog de dreigende hogere kosten voor de consument. De geïntegreerde energiebedrijven gebruiken de waarde van de netten mede om handelsactiviteiten te kunnen financieren. Dat is goed voor hun energieafnemers. Toch stelt Nuon dat concurrentie werkt, 30 procent van de consumenten is immers al overgestapt. Profiteren deze mensen nu ook van de goedkope leningen voor de handelsactiviteiten? Zouden deze afnemers niet liever een lager transporttarief willen zien? Van leverancier kun je wisselen, van transportbedrijf niet. Alleen daarom al behoren alle voordelen van het bezit van een net toe te komen aan de betaler van de transportdiensten.

Wat is het voordeel van een Nationale Energie Kampioen? Emotie die telkens weer in de discussie worden gebracht zijn `oranje gevoel' en xenofobie. Buitenlandse bedrijven hebben het slecht voor met Nederland en willen hier niet investeren, suggereert Nuon in de paginagrote advertentie die deze krant nu zo roemt.

In het algemeen geldt dat dominante bedrijven hun riante positie op de thuismarkt gebruiken om juist elders te investeren, vaak op het avontuurlijke af. Dat kan het geval zijn voor de buitenlandse bedrijven die juist verbazingwekkend veel geld investeerden in Nederlandse centrales, als ook voor de Nederlandse energiebedrijven die investeerden in China, VS, Portugal, Scandinavië, Duitsland, België, etc. Alleen een gelijk speelveld voor alle marktpartijen met voldoende concurrentie tussen aanbieders en producenten kan de afnemer beschermen tegen uitbuiting door dominante marktpartijen. Een oranje wimpel of het embleem van hofleverancier is geen garantie voor de laagst mogelijke prijs, een goed functionerende vrije markt is dat wel.